Een fijnmazig netwerk van maatregelen
Dat musea creatieve instellingen zijn is u uiteraard bekend. Zij maken jaarlijks vele tentoonstellingen, waarbij zij er steeds weer in slagen een ander perspectief te bieden op de prachtige collecties. Musea hebben de interessante opdracht om het erfgoed dat zij beheren te tonen aan het grote publiek. Een opdracht met een tegenstelling in zich, die musea maakt tot wat zij zijn. Neem nu de vierhonderd jaar oude wandtapijten in het Zeeuws Museum. Deze prinsessen op de erwt hebben zo hun wensen ten aanzien van hun residentie. Zij willen graag in een stabiel klimaat verblijven en houden niet van licht en water. Zij willen ook beslist niet aangeraakt worden. Om het publiek van deze kleurrijke tapijten te laten genieten, is een fijnmazig netwerk van maatregelen nodig. Een uitgekiend lichtplan zorgt voor een minimum aan UV-straling en de klimaatinstallatie voor de juiste luchtvochtigheid. De tapijten hangen uiteraard in een goed beveiligd gebouw en de suppoosten weerhouden handwerkliefhebsters van het bekijken van de achterkant. Bij dergelijke unieke objecten is alleen een brandverzekering niet geruststellend genoeg. Daarom heeft het gebouw brandvertragende compartimenten en een gecertificeerde brandmeldinstallatie. Ook is van belang dat de 125 vierkante meter tapijten bij brand zo snel mogelijk uit het streng beveiligde gebouw kunnen worden gehaald. Een goede samenwerking van alle betrokkenen is een vereiste en juist die maakt dat integrale veiligheidszorg in de breedste zin van het woord in musea dagelijkse kost is. Musea worden hierdoor uitgedaagd beveiliging te zien als een complex van maatregelen en niet blind te varen op slechts één aspect. Door internationale samenwerking tussen musea worden steeds weer nieuwe oplossingen bedacht, waardoor musea kwaadwillenden een stap voor proberen te blijven. Met als uiteindelijk resultaat dat musea op verantwoorde wijze hun deuren kunnen openen en miljoenen liefhebbers kunnen laten genieten van al het moois dat zij beheren.
Claudia Urru
Hoofd bedrijfsvoering Zeeuws Museum
Reageer op het forum
Steeds méér veiligheid?
U twijfelt vast niet aan mijn motivatie om veiligheid te scheppen. Vanuit mijn activiteiten bij de brandweer en in het Landelijk Netwerk voor Brandpreventie van de NVBR zal er eerder een beeld zijn dat het veiligheidsniveau niet snel goed genoeg is. Ik wil hier graag stellen dat ik de wijze waarop veiligheid wordt gerealiseerd veel belangrijker vind. Ik heb in mijn operationele functie ervaren dat communicatie en samenwerking essentieel zijn bij brand en rampenbestrijding. En ook dat er veel incidenten zijn ontstaan door het gebrek aan communicatie en samenwerking.
Als ik mijn ervaringen nu in deze tijd tegen het licht houd van de financiële crisis en de behoefte aan minder regels, dan constateer ik een omslag. Burgers en bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun veiligheid en de brandweer is minder bezig met vergunningen en regelgeving. Daarbij verschuift het accent van bestrijden naar voorkomen.
Als we landelijk de inspanningen analyseren met betrekking tot brandpreventie dan concludeer ik al snel dat technische en organisatorische maatregelen de overhand hebben ten opzichte van andere maatregelen die brand of ongevallen bij brand voorkomen. Ik pleit daarom voor meer samenwerking. Samenwerking vanuit de ervaring van gebruikers van bouwwerken en
veiligheidsdeskundigen. Zij moeten samen kijken naar de effectiviteit van maatregelen. Hiermee zal het inzicht en daarmee de zelfredzaamheid van organisaties en individuen vergroten.
Kennis over risco’s zal toenemen waardoor ook in de ontwerpfase risicobenadering en maatwerk voor een meer adequaat veiligheidsniveau kunnen zorgen. De brandweer wil deze ontwikkeling ondersteunen door het investeren in producten binnen het project ‘(brand)veilig leven’ en door te werken aan kennis voor Fire Safety Engineering en brandonderzoek. Brandweeradviseurs zullen straks minder achter het bureau zitten. Ik eindig deze column graag met de stelling: afspraken werken beter dan regels!
Jan Kuyvenhoven
Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg & Rampenbestrijding
Reageer op het forum
Hulpmiddel, géén wondermiddel
Het doel van cameratoezicht in het publieke domein is de handhaving van de openbare orde. Daarbij kan worden gedacht aan toezicht, opsporing en observatie. De groeiende interesse van veel gemeenten en politieregio’s voor cameratoezicht in het publieke domein past in de roep om meer veiligheid in het publieke domein. Cameratoezicht wordt door het brede publiek geaccepteerd omdat men de verwachting heeft dat het effectief is en beantwoordt aan de groeiende behoefte die in de samenleving bestaat aan toezicht ter bevordering van de veiligheid.
Met deze groeiende behoefte rijst ook de vraag of het middel het doel heiligt. Door cameratoezicht wordt de effectiviteit van het handelen vergroot en daarmee geeft het ook meteen zijn beperking weer. Immers, waar vroeger werd volstaan tot surveillance door één agent met één paar ogen, heeft dezelfde agent door cameratoezicht nu vijftig paar ogen (in een meldkamer met vijftig camera’s). Het aantal constateringen of meldingen van overtredingen of strafbare handelingen wordt hiermee in grote getale verhoogd. Meer constateringen of meldingen heeft als logisch gevolg, meer mogelijke acties. De huidige bezetting binnen de politie en toezichthouders in het publieke domein is niet altijd voldoende toereikend om aan alle acties gevolg te geven.
Daarnaast is cameratoezicht een aanvullend instrument op de handhaving van de openbare orde, het heeft alleen effect binnen een groter pakket aan maatregelen, het dient een aanvulling te zijn op menselijk toezicht. Regie vanuit de politie op cameratoezicht blijft essentieel, ook al is deze taak uitbesteed aan een gemeente of toezichtorganisatie. Er moet te allen tijde beoordeeld worden of er sprake is van een overtreding of strafbare handeling door de politie. Het meer in beeld hebben, betekent niet automatisch dat alles opgelost kan worden, immers het indirect reconstrueren van zaken kost veel tijd en energie. Cameratoezicht is geen wondermiddel doch wel een geweldig hulpmiddel.
Thomas van den Berk
Directeur Veiligheidszorg Groningen
Opinie@beveiliging.nl
Onzinnig versus succes
Een zwembad wilde met vingerafdrukcontrole jongeren weren die meisjes lastigvallen. Prima doel, maar nu de uitwerking. Elke bezoeker/ster diende zijn of haar vingerafdruk te laten registreren in het computersysteem. Fout dus, want als je de vingerafdrukken kent van jongens die je wilt weren, kun je volstaan met controleren van de vingerafdruk van elke mannelijke bezoeker.
Komt iemands vingerafdruk voor op de (zwarte) lijst, dan kan hij rechtsomkeert maken. Vingerafdrukken van meisjes controleren is onzin, het opslaan van vingerafdrukken van jongens is niet nodig behalve dan de zwarte lijst. Het verhaal wordt nog gekker. Een dame van 82 werd de toegang ontzegd, omdat ze weigerde mee te werken aan vingerafdrukcontrole.
Uit dit voorbeeld blijkt hoe gemakkelijk biometrie verkeerd wordt ingezet. Daar windt het Nederlands Biometrie Forum (NBF) zich over op, omdat biometrie op den duur onmisbaar is. Onzinnige toepassing van deze technologie roept weerstand op bij het publiek en ondermijnt de maatschappelijke acceptatie.
Ander voorbeeld. Een Europees opererende autoverhuurder had last van veel niet of op de verkeerde plaats teruggebrachte huurauto’s. Biometrie leek een oplossing, maar het mocht niet veel kosten. Een creatieve medewerker bedacht een oplossing zonder dure elektronica: met gel de vingerafdruk op het papieren huurcontract met de garantie dat men bij terugbrengen van de auto het papier met de vingerafdrukken mee zou krijgen. De eerste vier maanden leverden honderd procent succes: geen gestolen of verkeerd teruggebrachte auto’s. Mooi dus. Toch blijven opletten! Enkele maanden later bleken overal in de administratie kopieën van huurcontracten met vingerafdrukken rond te slingeren! Daarom vraagt het NBF aandacht voor de biometrietoepassing als geheel, ook de administratie dus.
Beide voorbeelden onderstrepen het belang van voorlichting aan publiek en organisaties die biometrie willen gebruiken. We moeten zuinig zijn met onze biometrische kenmerken, want de meeste zitten onverbrekelijk aan je lijf vast. Het NBF geeft daarom op haar website (www.biometrieforum.nl) aan waar je op moet letten.
Prof.dr.mr. J.H.A.M. Grijpink
Voorzitter Nederlands Biometrie Forum
Opinie@beveiliging.nl
De beveiliger veilig of vogelvrij?
Toen ik werd gevraagd om een gastcolumn te schrijven voor het vaktijdschrift BEVEILIGING, hoefde ik over mijn antwoord niet lang na te denken. Natuurlijk wil ik dat doen, zeker omdat op dit moment de ‘beveiliger’ in de ruimste zin van het woord veel en vaak in het nieuws is.
Over welke beveiligers hebben zij het dan in de media en waarom is het op dit moment zo actueel? Komt dit door de toenemende agressie of door de aandacht die de uitoefenaar van deze beroepen krijgt door de media? Dat er ergens iets fout gaat is op dit moment wel duidelijk: de mensen die zich dagelijks bezighouden met veiligheid krijgen niet het respect en de waardering die zij verdienen. Regelmatig bereiken mij berichten over misstanden en bizarre voorvallen die zich voordoen in de dagelijkse praktijk. Vreselijk als een verkeersregelaar gewoon van de sokken wordt gereden, en dat de dader denkt vrijuit te gaan. Maar daar stopt het niet, ook ambulancebroeders, politieagenten, beveiligers, brandweermensen en buschauffeurs ondervinden dagelijks problemen van mensen die het ergens niet mee eens zijn. Heel bizar en zeker als je je bedenkt dat niet zo heel lang geleden al deze beroepen zeer gewaardeerd en gerespecteerd waren.
Wat is er toch gebeurd, wat is er in de mens gevaren? Heeft het te maken met de verandering van de maatschappij, de enorme druk die op mensen ligt, het ‘de wereld is van mij en de lucht is vrij’ principe? Ik weet het echt niet, maar het stemt mij zeker niet vrolijk en ik maak mij grote zorgen. Daarom vind ik dat wanneer iemand over gaat tot het beledigen, bespugen, slaan of wat dan ook van deze beroepsgroepen, dit direct aangepakt moet worden. En geen praatjes zoals ‘dit hoort nu eenmaal bij het risico van het vak’. Dat is de omgekeerde wereld en we zijn daarmee op de verkeerde weg. Aanpakken die figuren en straffen! Niet ongenuanceerd, maar wel doordacht. En zorgen dat de daders de consequenties goed voelen: een passende straf en/of boete, snel en overwogen. Voelbaar en merkbaar voor zowel dader als samenleving, dat vrijblijvende moet er van af!
Vertel als dader maar aan je directe omgeving zoals werkgever, club, buurt, school en dergelijke, dat je er even niet bent omdat je een straf moet uitzitten of een boete hebt te voldoen. Er moet een omslag komen van denken en doen, zodat we weer ‘normaal’ en respectvol met elkaar omgaan. Een ieder zou zijn of haar verantwoordelijkheden weer moeten nemen en het motto hanteren ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’.
Fred Teeven
Tweede Kamerlid VVD
Nieuwe visie op brandveiligheid van gebouwen
U staat vanuit uw professie dagelijks stil bij brandveiligheid. Maar hoeveel burgers en ondernemers weten hoe te handelen indien er brand uitbreekt? Kennen hun verantwoordelijkheden? Weten welke rol de overheid wel én niet speelt? Het kabinet heeft onlangs een nieuwe visie op brandveiligheid uitgebracht. Daarin worden op deze en soortgelijke vragen antwoorden gegeven.
Een belangrijk onderdeel in de nieuwe visie is de risicobenadering. Om de brandveiligheid van gebouwen verder te verbeteren, moeten architecten, bouwbedrijven, vergunningverleners, beheerders en gebruikers van gebouwen vooral naar de brandrisico’s kijken en daarop maatregelen nemen, in plaats van alleen naar wettelijke voorschriften. In het kader van de zelfredzaamheid dragen burgers en bedrijven ook zelf verantwoordelijkheid en moeten ook zij maatregelen nemen om zich tegen brand te beschermen. De voorlichtings-campagne ‘Denk Vooruit’ is hiervan een uiting. De overheid bepaalt de wetten en regels, ondersteunt en zorgt voor naleving van de regels zonder de verantwoordelijkheid van anderen over te nemen. Daarbij is het goed voor ogen te houden dat wij in een risicovolle maatschappij leven, waarin de overheid niet alles kan en geen garantie kan geven op honderd procent veiligheid.
De genoemde visie is een van de uitkomsten naar aanleiding van het Actieprogramma Brandveiligheid, dat is opgesteld na de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost in oktober 2005. De nadruk in het programma lag op gebouwen met bewoners en gebruikers die zichzelf niet goed kunnen redden, zoals in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, crèches, scholen en justitie- en politiecellen. Alle activiteiten hadden ten doel het bewustzijn over brandveiligheid te vergroten. Immers, het vergroten van het brandveiligheidsbewustzijn en niet meer regels brengt brandveiligheid dichterbij. Zo is er de site www.allesoverbrandveiligheid.nl waar alle regels en adviezen over brandveiligheid zijn te vinden. De site is bedoeld voor
iedereen die zich met een gebouw bezighoudt, van het ontwerp en de bouw van het gebouw tot en met het gebruik ervan. Dus van opdrachtgever, architect en bouwbedrijf tot eigenaar, beheerder, bewoner, gemeente, brandweer en verzekeraar. Ook is er een Kenniscentrum gekomen over het toepassen van brandveiligheidsvoorschriften en het brandveilig gebruiken van gebouwen. Ik nodig u van harte uit om de website te bezoeken en het kenniscentrum te benutten om er uw voordeel mee te doen!
Drs. H.W.M. Schoof
Directeur-generaal Veiligheid, ministerie van BZK
Camera’s zien veel, maar lang niet alles
Eind 1998 plaatste Ede als eerste gemeente in Nederland camera’s in de openbare ruimte: in het uitgaansgebied Museumplein. Tien jaar later plaatste Ede camera’s in een woonwijk: Veldhuizen A. Cameratoezicht werkt. Dat vonden we toen. Dat vinden we nog steeds. Veel gemeenten hebben het voorbeeld van Ede gevolgd. Cameratoezicht is niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving. Met het oog op de veiligheid van bewoners en bezoekers en als hulpmiddel bij toezicht en opsporing introduceerde Ede de camera’s eind 1998 in de binnenstad.
Het draagvlak voor cameratoezicht in Ede is groot. Inwoners, politie en horeca zijn overtuigd van het nut. Camera’s worden nauwelijks ervaren als inbreuk op privacy. Alle betrokkenen pleiten voor continuering. Cameratoezicht blijkt bovendien succesvol in de aanpak van geweld, overlast en vandalisme. Het veiligheidsgevoel is sinds de invoering verbeterd. Met camera’s zijn daders van geweld veel sneller op te sporen. Met camera’s kan bij dreigende calamiteiten de politie direct optreden.
En ondanks al deze inzet, is en blijft cameratoezicht één van de middelen in een sluitende aanpak. De camera ziet veel, maar niet alles. De menselijke maat is en blijft een vereiste in de zoektocht naar een veilige samenleving. Op het Museumplein in Ede is er intensief toezicht van surveillerende agenten. Er zijn afspraken tussen gemeente, politie en horeca. Er staan portiers aan de deur. Er rijdt een borrelbus. En de verlichting zorgt niet alleen voor sfeer, maar ook voor optimaal zicht.
Kort geleden deed Ede mee aan een actie van de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld op het Museumplein. De toen geplaatste stoeptegels met het lieveheersbeestje erop, blijven gewoon liggen. Om te laten zien hoe we met elkaar willen omgaan. We willen sfeer en gezelligheid op het Museumplein. Want dat ‘registreren’ de camera’s ook.
Cees van der Knaap
Burgemeester Ede
Efficiency
Nog even en dan staat de RAI weer drie dagen in het teken van Safety & Security Amsterdam. Het belangrijkste Nederlandse evenement op veiligheidsgebied zal net als twee jaar geleden duizenden belangstellenden naar de hoofdstad trekken die kennis komen nemen van wat de beveiligingsbranche tegenwoordig te bieden heeft. De beurs geeft wat dat betreft een goed beeld, want vrijwel alle toonaangevende leveranciers zijn van de partij. En omdat het met ‘meer van hetzelfde’ steeds moeilijker concurreren wordt, is tijdens SSA meer innovatie te zien dan ooit.
De economische crisis lijkt intussen een beetje voorbij te gaan aan de beveiligingsbranche. In 2008 maakte deze sector nog een groei door van 10,5 procent, wat tweeënhalf keer zoveel was als het jaar daarvoor. Het laatste kwartaal ging het echter al een stuk minder goed en de prognose voor dit en volgend jaar is dat er hard aan getrokken moet worden om een algehele
daling van de omzet tegen te gaan. Volgens de pas gepresenteerde Integrale Veiligheidsmonitor van het CBS neemt de criminaliteit intussen ook af, al is in 2008 nog altijd een kwart van de volwassen bevolking één of meerdere keren het slachtoffer geworden van de een of andere vorm van criminaliteit. Eenzelfde percentage zegt zich weleens onveilig te voelen.
De behoefte aan veiligheid en beveiliging zal dus niet afnemen. Het geld dat men er voor vrij kan maken wel. Daarom ligt bij veel innovatie de nadruk op efficiency. Hetzelfde of meer kunnen presteren voor minder geld. Er zijn ontwikkelingen gaande die dat mogelijk maken. Een goed voorbeeld is de intelligente camera die ervoor zorgt dat dure mensen alleen nog nodig zijn voor taken die met techniek niet te vervullen zijn. IP is een ander voorbeeld. Deze technologie maakt het centraal beheren van locaties makkelijk, biedt ongekende integratiemogelijkheden en levert ruim voldoende capaciteit voor videobewaking op afstand. Deze ontwikkeling en de ‘verglazing’ van Nederland zorgen ervoor dat de in de jaren zeventig afgeschafte sociale controle weer terug kan keren in de samenleving, wat de veiligheid zeker ten goede zal komen.
De nieuwste techniek is straks van 21 tot en met 23 april in de RAI te zien. In de gigantische beurseditie van BEVEILIGING geven wij alvast een voorproefje van de trends van dit moment en in de geïntegreerde Officiële Beurscatalogus leest u wat u op Safety & Security Amsterdam 2009 zoal verwachten kunt. Deze kennis zal u helpen beveiliging efficiënter te maken en te voorkomen dat de economische crisis straks ook een veiligheidscrisis wordt.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Multiservices
De ontzuiling in de facilitaire dienstverlening lijkt een feit. Natuurlijk blijven beveiliging, catering, schoonmaak en bijvoorbeeld het technisch onderhoud aparte specialismen, maar (grote) bedrijven en organisaties besluiten steeds vaker om deze facilitaire diensten samen uit te besteden en het liefst bij één partij onder te brengen. De drijfveren zijn duidelijk: een multiservicescontract ontzorgt, is efficiënt, zorgt voor flexibiliteit en levert synergievoordelen op.
Het is een overtuiging die Facilicom al meer dan veertig jaar uitdraagt. Sterker nog: het is het fundament waarop ons bedrijf ooit is gevestigd, iets dat nog tot uitdrukking komt in de naam, die immers staat voor ‘de facilitaire combinatie’. Zeker nu bedrijven en organisaties steeds verder gaan in uitbesteding door zelfs de regie uit handen te geven en de eigen rol terug te brengen tot demand management, zijn we in staat om te bewijzen dat ons concept wérkt.
De groei van het aantal totaalaanbieders - al is het dan vaak maar in samenwerkingsverbanden - is een bevestiging van de trend. Juist doordat er steeds meer van dergelijke aanbieders zijn, ontwikkelt de markt zich en kunnen de meeste grote marktpartijen een mooie groei noteren - bij Facilicom is de omzet in integrale contracten in 2008 met 50 procent toegenomen. De kredietcrisis zou deze beweging nog eens kunnen versterken, omdat bedrijven en organisaties er weer, of nog meer van doordrongen raken dat flexibiliteit een groot goed is.
Tegelijkertijd kunnen we stellen dat opdrachtgevers niet meer hoeven te vrezen afhankelijk te worden van één multiservices-aanbieder. De markt heeft zich nu zo goed ontwikkeld dat tenderen, benchmarken en overstappen zeer wel mogelijk is. Het lijkt er dan ook op dat de vraag naar multiservices en integrale dienstverlening zal beklijven. Niet omdat bedrijven en organisaties straks niet meer zonder kúnnen, maar omdat ze niet meer zonder wíllen.
Drs. J.A. Gennissen
President-directeur Facilicom, moederbedrijf van o.a. Trigion Beveiliging
Opinie@beveiliging.nl
Duidelijkheid voor klant en medewerker
Één van de grootste problemen waar de levensmiddelendetailhandel zich de laatste jaren mee bezighoudt, is de toenemende criminaliteit waarbij steeds meer geweld wordt gebruikt. Zelfs overvallen op winkels nemen de laatste maanden weer toe. De buit blijkt nog steeds de moeite waard. Waarom worden bijvoorbeeld kassa’s soms niet op tijd afgeroomd?
Wij moeten alles in het werk stellen om supermarkten en foodspeciaalzaken minder aantrekkelijk te maken voor criminelen. ‘Klein bedrag. PINnen mag!’ moet nog duidelijker gecommuniceerd worden naar de klant. Er moet nog meer gebruik worden gemaakt van alle bestaande instrumenten om onze medewerkers te trainen en voor te bereiden op calamiteiten (crimineel gedrag). Het aanhouden van winkeldieven is er daar één van. Er moet intensiever gebruik worden gemaakt van de informatie die te vinden is op de website van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (www.hbd.nl). Steeds weer worden we geconfronteerd met het feit dat spelregels niet in acht worden genomen. Achterdeur insluipingen komen nog steeds voor. Er is ook onvoldoende controle op inkomende goederen en onvoldoende controle op uitgaande statiegeldgoederen.
Maak goede afspraken over het gebruik van goederen door personeelsleden. De voorbeeldfunctie van de ondernemer of filiaalmanager wordt nog steeds onderschat. Het allerbelangrijkste is dat er zowel naar de medewerkers als naar de klanten duidelijkheid bestaat. In de kantine behoren teksten aanwezig te zijn die wijzen op spelregels. Hetzelfde geldt ook voor de winkelvloer. Datgene wat bij de ingang van de winkel gemeld wordt en waar de consument zich aan dient te houden, geeft je het recht om tegen op te treden wanneer men zich daar niet aan houdt. Duidelijkheid naar de medewerkers en naar de klant is van het grootste belang!
Herman van der Geest
Voorzitter Vakcentrum, brancheorganisatie voor de zelfstandige levensmiddelendetaillist
Opinie@beveiliging.nl
Als het kalf verdronken is…
Als het kalf verdronken is, vult men vaak de put met nieuwe regelgeving ingegeven door (politiek) sentiment en gericht op reductie van mediadruk! Neem de brand in de gevangenis op Schiphol. Daar werden, zoals gebruikelijk in onze hedendaagse politieke kringen, allerlei adhoc maatregelen en ideeën geopperd en afgekondigd, terwijl er bijna geen aandacht was voor de slachtoffers. Er werden Kamervragen gesteld, ministers naar huis gestuurd en natuurlijk heuse Haagse onderzoekcommissies ingesteld. Eén van die commissies wist na driftig studeren te melden dat naar alle waarschijnlijkheid een kleine 880 miljoen euro nodig is om alle Rijksgebouwen weer te laten voldoen aan de hedendaagse normen van brandveiligheid. Wat zegt u? Inderdaad, 880 miljoen.
Is het dan zo bizar slecht gesteld met de veiligheid in onze overheidsgebouwen? Is ‘ambtenaar zijn’ nu een risicoberoep geworden? Je zou het bijna gaan denken als je deze conclusies hoort. Maar een beetje normaal denkend mens weet wel beter. De uitkomsten van het onderzoek worden niettemin serieus besproken en er wordt onderzocht of de genoemde investeringen doorgang moeten vinden.
Nu denkt u wellicht: ’Waarom is die mijnheer van de Brandwondenstichting zo cynisch? Heeft ie het niet op de overheid? Hij zou toch blij moeten zijn met een investering in veiligheid?’ Nee, ik heb niets tegen de overheid, maar ik heb wel iets tegen politici die zich door de waan van de dag ‘laten regeren’. De politiek heeft een belangrijke taak in dit land, zeker ook ten aanzien van veiligheid. En de politiek moet beleid maken op basis van goed doordachte keuzes en goede informatie, niet op basis van sentiment of mediadruk!
In woningen vinden jaarlijks 6400 branden plaats. In gevangenissen ‘maar’ honderd. Dus zou je toch denken als ‘homo non politicus’: ‘Ga je geld investeren in veilige woningen in plaats van in Rijksgebouwen’. Bijvoorbeeld: Stel, je geeft alle mensen in Nederland die nog geen rookmelder in huis hebben, een gratis rookmelder. Dat kost: 2.400.000 woningen x 10 euro = 24.000.000 euro. Dat komt neer op ongeveer 3 procent van 850 miljoen. En weet je wat dan het leuke is? Alle overheidsdienaren hebben dan ook meteen een rookmelder! Hun veiligheid is dan ook meteen gegarandeerd. En wel op de plek en op het moment waar ze het meeste risico lopen: thuis, ’s nachts als ze in bed liggen. Want het is een gegeven dat de meeste slachtoffers van brand vooral ’s nachts en vooral thuis vallen, niet in (semi)-overheidsgebouwen. Op deze manier kunnen ze de kalveren waarschuwen voordat ze bij de put zijn. En hoeven we de put noch te dempen noch te vullen met door hypes ingegeven regelgeving.
Hein Zoete
Plaatsvervangend directeur Nederlandse Brandwondenstichting
Opinie@beveiliging.nl
Manager of Security
Gerespecteerde waarden binnen het beveiligingskrachtenveld in Nederland hebben iets nieuws bedacht: het gedeponeerde merk Manager of Security. Ik ben zeker een voorstander van het aanduiden van onderscheidend vermogen op eender welk vakgebied, maar in dit geval meen ik toch een bezwaar te moeten maken. De aanduiding MSec lijkt wel heel erg veel op de daadwerkelijke academische kwalificatie van MSc (Master of Science) waarvoor de houder van deze titel, met respect voor de door de HHS georganiseerde en inhoudelijk uitstekende opleidingen, toch nog wel een aanzienlijk grotere inspanning moet leveren.
Het ontbreken van een academische opleiding op het gebied van toegepast Security & Risk Management in Nederland draagt daarin nog bij aan de verwarring. Bovendien bestaat het gevaar dat het nieuw vastgelegde merk bij een leek de indruk kan wekken dat een goed security manager alleen kan bestaan indien hij of zij voldoet aan de -het zij gezegd- volstrekt arbitraire voorwaarden van een tegen vergoeding toe te voegen merknaam. Velen, waaronder ik, dragen met gepaste trots de kwalificatie RSE vanwege de geleverde inspanning en de toegevoegde waarde die daaraan mag worden toegekend. De merknaam Manager of Security is een gebrekkige compensatie voor het ontbreken van een geaccrediteerde titel op het vakgebied en voegt niets toe.
Paul Goossens MSc RSE
Opinie@beveiliging.nl
Surveillance in burger
Particuliere beveiliging is een onmisbare schakel in de veiligheidsketen. De beveiliging van kantoren, de bewaking van bedrijventerreinen en het toezicht in winkels en winkelcentra zijn bijna vanzelfsprekend het werkterrein van particuliere beveiligingsbedrijven. De daling van de criminaliteit in de laatste jaren is net zo goed een verdienste van de particuliere sector als van de overheid. De vele geüniformeerde mannen en vrouwen met een goed zichtbare V op hun revers dragen bij aan een afname van de criminaliteit en aan een toename van het gevoel van veiligheid. Dat laatste is ook belangrijk. Veiligheid is niet altijd meetbaar, het is ook een gevoel.
Soms geeft de goede zichtbaarheid van de beveiligers ook beperkingen. Om te kunnen bijdragen aan het voorkomen van winkeldiefstal kan het in sommige gevallen zinvol zijn om bewakers in burger te laten patrouilleren. Voor het dievengilde, van de gelegenheidsdief tot de professionele bende, wordt het moeilijker om toe te slaan.
De wet op de particuliere beveiligings- en recherchebureaus werpt een hoge drempel op voor optreden in burger. De criteria zijn streng: twee geüniformeerde bewakers op één ongeüniformeerde, en een bijzondere ontheffing van de lokale politie.
Het Platform Detailhandel Nederland pleitte onlangs voor uitbreiding van de mogelijkheden voor het patrouilleren in burger. Daar is veel voor te zeggen. Volstaan zou kunnen worden met een goed zichtbare attendering bij de ingang, en een op maat gesneden regeling voor opvolging door geüniformeerde beveiligers in geval van een calamiteit. Richting de politie zou een melding moeten kunnen volstaan. Op deze manier kunnen de werkzaamheden van particuliere beveiligers nog effectiever worden gemaakt. Zowel winkeliers als publiek hebben daar baat bij. De politiek moet dat niet tegenhouden, maar juist mogelijk maken.
Sybrand van Haersma Buma
Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Beveiliging en beschaving
Musea zien zichzelf wel eens als bakens in de beschaving. Musea beheren ons verleden, onze cultuur en daarmee onze identiteit. Toon me uw museum en ik vertel u wie u bent. Maar niet alleen met hun collectie tonen musea zich een instituut van beschaving. Ook in de wijze waarop musea zijn beveiligd is beschaving een belangrijke factor. Wat musea doen is beveiligingstechnisch redelijk onzinnig. In plaats van het veilig opbergen van ons erfgoed in depots, opdat het nageslacht het ongeschonden krijgt overgeleverd, tonen musea de meest kostbare en unieke dingen in hun zalen, waar het publiek vlak voor kan gaan staan en naar kan wijzen. Dat doen musea bewust, want zij weten dat niets zo goed is als oog in oog staan met het echte en het pure, zonder tussenkomst van glas, tralies of dranghek.
Het is een teken van pure beschaving dat dit mogelijk is zonder al te grote problemen. Het publiek is zich bewust dat in een museum bijzondere dingen te zien zijn, soms eeuwen oud. Men gedraagt zich respectvol en houdt instinctief de juiste afstand. Ga maar eens in het museum kijken naar de mensen in plaats van naar de spullen. Een prachtig gezicht.
Dit ontslaat musea er uiteraard niet van om de beveiliging goed op orde te hebben. Brand, diefstal en andere ellende staan altijd op de loer. Beveiliging is daarom een van de belangrijkste onderdelen van het museumbedrijf. Vanwege de bijzondere gebouwen en de bijzondere collecties is maatwerk hierbij uitgangspunt. Juist daarom vraagt dit veel tijd en aandacht van musea.
Terwijl ik dit schrijf brandt in Steyl het Schutterijmuseum af. Een treurig gezicht. Een discussie zal opsteken over hoe dit had kunnen worden voorkomen, waarbij iemand gaat roepen om strengere regels. Regels zijn gestold wantrouwen in de beschaving. In dit land hebben we meer problemen door het niet handhaven en naleven van de huidige regels, dan dat we een gebrek hebben aan nieuwe. Daar waar regels niet voldoende zijn, regeert gezond verstand en kennis van zaken. Iedereen die daar aan kan bijdragen, is meer dan welkom in de museumbranche.
Siebe Weide, directeur Nederlandse Museumvereniging
Maar zitten er niet, zoals aan elk verhaal, ook aan dit verhaal twee kanten? Is het niet zo dat de kwaliteit en het imago van de branche wordt bepaald door twee (hoofd)factoren, namelijk opdrachtgever en leverancier? Met andere woorden: zijn we inmiddels toe aan een ‘Keurmerk voor Opdrachtgevers’? Niet op basis van zelfregulering, maar op basis van regelgeving rondom de hoofden beveiliging en security managers van deze wereld. Als ik een electricien nodig heb, dan dient deze in het bezit te zijn van vele accreditaties op het gebied van inhoudelijke kennis, veiligheid et cetera. Terecht, want we willen veilige installaties. Maar het staat bedrijven nog steeds vrij om hun beveiligingsverantwoordelijke aan te stellen op basis van door henzelf bijeengezochte criteria. Beveiligingsverantwoordelijken die samen goed zijn voor vele miljoenen aan budget. Die beslissingen nemen die primair gericht zijn op de veiligheid van een groot deel van de Nederlandse samenleving. In het private, maar meer en meer ook in het publieke domein.
Juist daarom zou bij de overheid de wens aanwezig moeten zijn om ook vanuit haar rol invulling te geven aan deze kant van ons vakgebied en daarmee inzicht te verkrijgen in wie haar partners zijn in de hele veiligheidscyclus. Natuurlijk, ook ik realiseer me dat dit direct vragen oproept. Wanneer dient iemand te vallen onder de regelgeving? Moet de Facilitair Manager, verantwoordelijk voor de portier bij de ingang van zijn of haar onderneming ook de proeven van bekwaamheid doorstaan? Of kijken we naar de reikwijdte van de bevoegdheden? Budget misschien? Vragen die nader onderzoek behoeven, maar het begin mag wat mij betreft gemaakt worden.
Begrijpt u mij niet verkeerd, ik zit niet te wachten op extra regelgeving die het ons allen moeilijker gaan maken ons werk te gaan doen. Maar op Europees niveau gaan al stemmen op en als security manager laat ik me niet graag overvallen. Dus roep ik de Nederlandse overheid nu al op met de branche in gesprek te gaan over dit onderwerp. De toegevoegde waarde zal zich snel openbaren.
Willem van Egmond, Manager Corporate Security & Facilitaire Zaken bij T-Mobile en Securitymanager van het Jaar
Opinie@beveiliging.nl
Concurrerend
De beveiligingsbranche heeft zich de afgelopen jaren in sterke mate geprofessionaliseerd. De wet die bedoeld is om uitwassen en overlast van deze bedrijfstak tegen te gaan, mag dus wel wat worden versoepeld. En dat gebeurt! Een aantal regels is al geschrapt, omdat de extra administratieve lastendruk voor de bedrijven niet opwoog tegen het maatschappelijke nut. Zo is het nu niet meer verplicht om elk jaar de werkzaamheden aan de minister van Justitie te rapporteren. De komende periode gaat mogelijk nog veel meer veranderen.
Een commissie van politie- en justitieambtenaren onderzocht wat er zoal mankeert aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en wat de branche best zelf zou kunnen reguleren. De bevindingen wachten nu op instemming van het kabinet en worden dit najaar aan de Tweede Kamer voorgelegd. Als het parlement akkoord gaat, verdwijnen er aardig wat belemmerende en kostprijsverhogende regels voor de beveiligingsbranche. Dat klinkt positief, maar er zijn ook nadelen. Zo verliest een groot aantal investeringen in kwaliteit een deel van zijn waarde, omdat de wettelijke verplichting wegvalt. Vooral particuliere alarmcentrales zullen dat merken, omdat onder andere de Borg-certificering niet langer verplicht zal zijn. Maar ook de technische eisen voor geld- en waardetransport verdwijnen uit de wet. De kans is groot dat er snel nieuwe spelers zullen komen die dankzij het achterwege laten van voorheen verplichte beveiligingsmaatregelen goedkoper zijn dan de gevestigde bedrijven. Die zullen zich genoodzaakt voelen om eveneens meer risico te lopen om concurrerend te kunnen blijven. Of de veiligheid in Nederland daarmee gediend is, valt zeer te betwijfelen.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Het stoepje schoonvegen
Steeds vaker word ik bevraagd of cameratoezicht en afsluiting van (bedrijven)terreinen een goede oplossing is en hoe men dat moet implementeren. Daar kan ik in geen enkel geval een sluitend antwoord op geven zonder de wedervraag te stellen wat daadwerkelijk de reden is voor deze vraag met voorgestelde oplossing. Het antwoord blijft vaak verschuldigd. Iedere belanghebbende is gebaat bij een veilig bedrijventerrein of winkelgebied zonder dat men daar veel inspanningen voor wil (of kan) leveren. Het stoepje moet schoon zijn en de rest is bijzaak. Als de techniek een bijdrage kan leveren aan deze wens, is dat voor velen al een geruststelling om ongestoord door te gaan met hun werkzaamheden.
Ondanks al deze technische hulpmiddelen moet een belangrijke schakel in dit geheel niet uit het oog worden verloren: de probleemhouder. De probleemhouder op lokaal niveau is de ondernemer, maar ook de gemeente en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij het streven naar meer veiligheid binnen een bepaald gebied. In samenwerking met elkaar kunnen in eerste instantie de veiligheidsproblemen in kaart gebracht worden en kunnen op basis daarvan maatregelen opgepakt en geïmplementeerd worden. Aansluitend kunnen technische hulpmiddelen aanvullend werk verrichten, daar waar de factor mens tekort dreigt te schieten.
Om een terrein goed te beveiligen zijn derhalve in eerste instantie de parameters noodzakelijk die een rechtvaardiging geven voor de keuze én implementatie van maatregelen. Terugkomend op de vragensteller aan het begin, lijkt er een tendens te ontstaan dat een goede afsluiting van het terrein, aangevuld met cameratoezicht vanzelfsprekend resultaat oplevert. Maar als er achter deze maatregelen geen gedegen basis is voor rechtvaardiging van de gekozen oplossing ontstaat een schijnveiligheid. Bij gedeeld probleemhouderschap en een gedegen samenwerkingsbasis worden impulsieve oplossingen bij voorbaat voorkomen en worden de inspanningen effectief en efficiënt benut om veiligheidsproblemen op een terrein goed aan te pakken.
Rodney Haan, programmamanager Keurmerk Veilig Ondernemen
Opinie@beveiliging.nl
Nieuwe wereld
Alarm en video over IP. Het lijkt zo simpel. Een UTP-kabeltje in plaats van een traditionele verbinding. Technisch is het ook niet zo moeilijk. Zeker niet als het netwerk gescheiden is van het datanetwerk van het object. Organisatorisch is het een ander verhaal. Er zit een wereld van verschil tussen conventionele alarmtransmissie en alarmering op basis van IP. En de overstap is niet zo snel gemaakt. Behalve dat installerende bedrijven zich nieuwe, gecompliceerde kennis eigen moeten maken, dient ook op een ander niveau met de afnemer gecommuniceerd te worden. Zeker als het gaat om het benutten van de specifieke voordelen van IP, zoals die op het vlak van functionele systeemintegratie.
Als alternatief voor bestaande systemen is IP nauwelijks interessant, want of nu een UTP- of coax-netwerk aangelegd moet worden, maakt weinig uit. Er is pas economisch voordeel te behalen als een bestaand UTP-netwerk kan worden gebruikt, als via IP meerdere locaties in één systeem worden ondergebracht of wanneer meerdere beveiligingstechnieken kunnen worden geïntegreerd. Dat is allemaal niet zo simpel en de reden dat IP maar moeizaam van de grond komt in de beveiligingsindustrie. Fabrikanten breiden hun assortiment allemaal uit met op IP gebaseerde apparatuur, maar analoge spullen zullen voorlopig nog wel blijven overheersen op vakbeurzen en in catalogi. Daar zit de eerste jaren nog genoeg handel in.
Dat uiteindelijk alles IP wordt, is onvermijdelijk. De grootzakelijke markt stelt nu al eisen die alleen met IP zijn in te vullen en telecombedrijven hebben vergevorderde plannen om analoge transmissie binnen enkele jaren niet langer aan te bieden. IP-converters vormen een redelijk lapmiddel, maar wie nog tien jaar actief wil blijven in deze business, kan maar beter snel de stap naar de nieuwe wereld zetten.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Surveillance society
Bij het College Bescherming Persoonsgegevens rinkelde onlangs de perstelefoon. Bewoners van een villawijk staan te trappelen om cameratoezicht in hun buurt in te voeren. Zo’n systeem is uitermate effectief tegen inbraken en vandalisme, zo weten de burgers: het industrieterrein elders in de stad weet sinds de installatie van een toegangspoort met camera de auto’s met Oekraïense nummerborden daadkrachtig te weren. Daarom willen de villabewoners nu op eigen kosten camera’s plaatsen op alle toegangswegen tot hun buurt. De gemeente, die eerder besloot om geen camera’s in het stadscentrum te plaatsen, vraagt zich alleen af: kan dat allemaal wel zomaar?
Vanuit de Wet Bescherming Persoonsgegevens gezien is het niet van belang wie de rekening betaalt. De gemeente dient, los van het begrijpelijke enthousiasme voor camerabewaking onder de inwoners, een eigen afweging te maken: is de maatregel noodzakelijk met het oog op het handhaven van de openbare orde?
Camera’s kunnen in de publieke ruimte worden toegepast onder verantwoordelijkheid van de burgemeester en onder operationele regie van de politie. Voor particulieren en bedrijven is cameratoezicht niet toegestaan zodra het verder gaat dan de eigen tuin, garage of stoep. Publiek-private samenwerking is mogelijk, maar alleen onder regie en verantwoordelijkheid van de gemeente. Cameratoezicht dient verder noodzakelijk te zijn. De gemeente moet zich in dit geval dus afvragen of het toezicht werkelijk nodig is voor de openbare orde in de villawijk én of dat doel niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
Het voorbeeld van de villawijk laat zien dat cameratoezicht het geobserveerde publiek nauwelijks meer doet fronsen. Ook andere trends die privacyvragen oproepen - identificatieplicht, preventief fouilleren, de OV-chipkaart, het biometrisch paspoort, burgerservicenummer - leiden niet tot demonstraties op het Binnenhof. Het hele arsenaal aan maatregelen brengt net als de voortdurende uitbreiding van camera’s op straat wel het risico met zich mee dat we onbedoeld en ongemerkt een surveillance society binnenwandelen. Onder het wakend oog van de camera, dat wel.
Jacob Kohnstamm, voorzitter CBP
Opinie@beveiliging.nl
Anti-masking gewenst!
Toen ik recent in korte tijd een hele serie winkels en kantoren bezocht, viel mij op dat nagenoeg ieder bedrijf was voorzien van een inbraaksignaleringssysteem, maar dat het gebruik van anti-masking detectie zeker beter kan. Nog zeer veel bedrijven maken gebruik van traditionele passief infra rood detectoren die in een oogwenk te maskeren zijn. Een sticker of wat haarlak is voldoende om de detector niet meer te laten ‘meekijken’. Terugkijkend op mijn verkenningen schat ik dat ik in zeker 20 procent van de bedrijven in staat was geweest om de maskering aan te brengen. De ondernemer verlaat na sluitingstijd zijn bedrijf in de veronderstelling dat hij wordt gewaarschuwd wanneer er onraad wordt gesignaleerd. Helaas voor hem gaat dat dankzij de maskering niet meer gebeuren.
Vaak komt zo’n kwetsbare situatie pas aan het licht na een inbraak. De ondernemer klaagt dat zijn inbraaksignalering niet functioneerde, waarna de installateur of politie vaststelt dat een of meerdere detectoren buiten werking zijn gesteld door deze dicht te maken. Om dit soort ellende tegen te gaan is het verstandig om in ruimten waar publiek zelfstandig kan komen over te gaan tot de vervanging van de bestaande passieve infra rood detectoren door anti-masking detectoren. Deze zijn uitgerust met een voorziening die direct of bij inschakeling van het systeem aangeeft dat de detector niet gereed is voor inschakelen. Hierdoor kan het systeem niet op de traditionele wijze worden ingeschakeld en zal de oorzaak van de blokkering dienen te worden opgezocht.
Voordeel is dat men tijdig wordt gewaarschuwd en niet pas na een geslaagde inbraak achter de maskering komt. Ga eens kritisch na in welke ruimten publiek zelfstandig kan komen en stel vast of daar anti-masking detectie is aangebracht. Is dat niet het geval, neem dan met uw installateur contact op en laat de detectoren vervangen.
Gerard Bongers RSE, Security Consultant
Opinie@beveiliging.nl

