Welkom op beveiliging.nl
Om deze content te zien heeft u de nieuwste Macromedia Flash Player nodig en moet JavaScript geactiveerd zijn.
Klik hier om de Flash Player te downloaden.

Laatste editie
Laatste editie >>
Aanmelden nieuwsbrief BEVEILIGING.nl
Adverteren in BEVEILIGING of op deze website
Personeelsadvertenties
BEVEILIGING op twitter
Fotoalbums
Platform

Maatschappelijk gezicht
dorine_burmanjeBeveiligingsproducten kunnen veel leed voorkomen. Maar het is nooit voor honderd procent uit te sluiten dat iemand slachtoffer wordt van een incident. Dat valt de leverancier van het beveiligingsproduct wellicht niet te verwijten, maar dat betekent niet dat die zich niet betrokken hoeft te voelen. Maar hoe toon je als leverancier die betrokkenheid? Die vraag is de gedachte geweest achter de oprichting van de Share for Care Foundation, een initiatief van branchevereniging VEBON.

Share for Care biedt financiële ondersteuning aan niet gesubsidieerde organisaties die opkomen voor slachtoffers van ernstige incidenten. Natuurlijk kan een beveiligingsorganisatie besluiten rechtstreeks giften te storten. Dat juich ik ook bijzonder toe. Maar dan wordt een aantal mogelijke voordelen van het initiatief niet benut. Andere bedrijven worden niet gestimuleerd om hetzelfde te doen en het maatschappelijk ondernemen is minder goed zichtbaar voor opdrachtgevers die daar waarde aan hechten. Met de Share for Care Foundation kunnen beveiligingsbedrijven laten zien dat het hen niet alleen om winstbejag te doen is en dat de betrokkenheid niet ophoudt nadat het product is geleverd. De bedrijven bekommeren zich om veiligheid tot en met de zorg voor slachtoffers. Die betrokkenheid geeft een maatschappelijk gezicht aan de beveiligingsindustrie. Maar zo’n maatschappelijk gezicht kan niet alleen uit mooie woorden bestaan. Er is geld nodig om organisaties te ondersteunen. Via de Foundation wordt dat geld bijeen gebracht, maar Share for Care helpt ook door activiteiten te organiseren waarmee bedrijven hun maatschappelijke betrokkenheid zichtbaar kunnen maken aan klanten. In juni vond bijvoorbeeld het golftoernooi Safety & Security Masters 2010 plaats, dat 6500 euro voor de brandwondenstichting opleverde.

In november wordt voor de tweede keer het VEBON Share for Care Gala gehouden. Het eerste gala in 2008 leverde 67.500 euro op voor de Nederlandse Brandwonden Stichting en het Fonds Slachtofferhulp. Het was qua sfeer en ambiance een heel speciale avond. Concurrerende ondernemers sloegen de handen ineen en toonden zich één sector die ergens voor staat. Vooral ook richting hun opdrachtgevers, die zij die avond te gast hadden. Ik roep alle bedrijven die zich voor het gala op 6 november nog niet hebben ingeschreven van harte op dit alsnog te doen. Het is een unieke gelegenheid om zich in de aanloop naar het gala en op de avond zelf te profileren!

Dorine Burmanje
Voorzitter Foundation Share for Care
www.share-for-care.nl

Handig
beveiligingEen toegangpas is een handig ding. Hij opent precies de deuren die ermee geopend mogen worden en dat is nog maar een basisfunctie. Met moderne smartcards is nog veel meer mogelijk. In sommige organisaties kan men ermee inloggen op het netwerk, zonder dat een ingewikkeld wachtwoord onthouden hoeft te worden. Smartcards worden ook gebruikt voor interne betalingen, toegang tot bepaalde kasten en voor het starten van machines en processen. Heel mooi allemaal en vooral heel handig, zolang erbij stil gestaan wordt dat zo’n praktisch stukje plastic ook in verkeerde handen kan vallen. Iemand kan zijn smartcard verliezen, maar het machtige kaartje kan ook gestolen worden of erger nog, door een rancuneuze werknemer worden verkocht aan iemand met kwade bedoelingen. De ‘vermissing’ wordt dan meestal opgemerkt nadat het kwaad is geschied. En zeker als de kaart met opzet bij de verkeerde persoon terecht is gekomen, zal de schade niet gering zijn. Hoe makkelijk kan

bedrijfsspionage worden? Of het nu om oude vertrouwde sleutels gaat of om de meest geavanceerde smartcard, het is goed om erbij stil te staan welke enorme waarde deze kan vertegenwoordigen in de zin van aan te richten schade. Het zal duidelijk zijn dat met het toenemen van de functionaliteit en autorisaties de grootte van de schade stijgt. Het werken met een technisch toegangsysteem is dus handig en efficiënt, vooral als hiermee een receptioniste wordt uitgespaard, maar brengt ook risico’s met zich mee. Met techniek zijn deze risico’s redelijk af te dekken, maar dan nog dient men zich van die risico’s bewust te zijn, wil men in die techniek investeren. Buiten kantooruren is het risico van misbruik van pasjes het grootst. Zorg dan voor verificatie met biometrie aan de buitenschil. Zo zijn er meer effectieve maatregelen te bedenken. Maar de belangrijkste maatregel blijft het ontwikkelen van security awareness. Zonder dat is geen technologie in staat een organisatie effectief te beveiligen.

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Veilig internetbankieren
gijs_boudewijn_nvb_120Banken nemen het voorkomen en bestrijding van criminaliteit uiterst serieus. Ze moeten het geld van hun klanten immers goed beschermen. En dat geldt ook voor internetbankieren. Dankzij technische maatregelen van banken en de oplettendheid van consumenten is internetbankieren gelukkig erg veilig. Maar criminelen proberen natuurlijk door de veiligheidsbarrières heen te breken. Bijvoorbeeld door 'phishing' (in gewoon Nederlands: hengelen), een manier waarbij een klant van een bank wordt verleid zijn of haar toegangscodes af te geven aan criminelen.

In de media wordt regelmatig bericht over phishing aanvallen in binnen- maar met name ook in het buitenland. Gelukkig is het aantal geslaagde pogingen erg klein en is de omvang van fraude met internetbankieren beperkt. De Nederlandse Vereniging van Banken verzamelt hierover landelijke cijfers en zal deze in het najaar publiceren. Want de banken willen daar ook niet geheimzinnig over doen.

De publicatie van de fraudecijfers is namelijk onderdeel van het streven van de banken naar meer transparantie. Een voorbeeld hiervan vormen de cijfers over 'skimming'. Dat is het illegaal kopiëren van de magneetstrip van bankpassen, waarna met kopie-passen de rekening wordt leeggehaald. In april maakte de Nederlandse Vereniging van Banken bekend dat deze vorm van criminaliteit de banken vorig jaar een schadepost van 36 miljoen euro opleverde.

De NVB publiceert de cijfers dit najaar tegelijk met de start van een nieuwe campagne voor veilig internetbankieren. Deze volgt op de succesvolle campagne ‘drie keer kloppen’ waarin mensen werden gewezen op wat zij zelf kunnen doen om veilig via de computer hun bankzaken te regelen. Dat moet ook, want internetbankieren is een doorslaand succes. Naar schatting meer dan tien miljoen mensen in Nederland gebruiken de computer voor hun bankzaken, juist vanwege het gebruiksgemak: 24 uur per dag, zeven dagen in de week je bankzaken regelen!

Maar net zoals het logisch is dat je een goed slot op je voordeur hebt, hechten banken er wel aan dat ook klanten hun verantwoordelijkheid nemen en zorgvuldig omgaan met internetbankieren. Honderd procent veiligheid bestaat niet, maar elk fraudegeval is er één teveel. Want de mensen die het treft ondervinden hiervan veel ongemak en voelen zich natuurlijk bedrogen. Daarbij is het van groot belang om te weten dat banken gedupeerden die zelf ook hun verantwoordelijkheid nemen en zorgvuldig handelen, schadeloos stellen. Samen werken aan veiligheid en vertrouwen, daar gaat het om. Als banken én hun klanten samen de benodigde voorzorgsmaatregelen nemen, hebben criminelen het nakijken.

Mr. Gijs Boudewijn
Hoofd Betalingsverkeer, Nederlandse Vereniging van Banken
Opinie@beveiliging.nl

Slecht de kloof
chris_karelse_hoffmann_120Vraag de gemiddelde stafmedewerker om zijn organisatie te beschrijven en hij komt al snel met een ‘hark’ oftewel een organogram op de proppen. Functies en verantwoordelijkheden worden benoemd en de mooiste beleidstukken worden uit de bureaula gehaald. En zo wordt met een tevreden glimlach de organisatie beschreven. Het gedrag van de medewerkers in organisaties lijkt makkelijk te voorspellen en daarom ook makkelijk te sturen. Het blijft me daarom verbazen hoe vaak een weldoordacht plan ten aanzien van beveiligingsbewustzijn niet in de praktijk blijkt te werken. Te vaak is er een grote kloof tussen mooie plannen op papier en de praktijk die compleet anders is. Hoe komt het toch dat die plannen niet goed uitpakken?

Ik heb het idee dat er bij beveiligingsplannen te vaak wordt uitgegaan van een aanwezig verondersteld beveiligingsbewustzijn. Er wordt dan aan de beveiligingsbewustwording voorbijgegaan. Met andere woorden: het hoe en waarom van beveiligingsmaatregelen wordt vaak simpelweg aangenomen als parate kennis; als vanzelfsprekende, nuttige en noodzakelijke maatregelen waarmee iedereen het eens zal moeten zijn. Illustrerend hiervoor is dat er zelden een gesprek plaatsvindt over beveiligingsrisico’s, bedreigingen en het nut en de noodzaak van beveiligingsmaatregelen.

Een ander probleem is dat er vaak een te grove scheiding is tussen degene die de plannen bedenkt, degene die beslist én degene die het uiteindelijk moet uitvoeren. Deze scheiding beperkt de onderlinge interactie waardoor het gemakkelijk is de inbreng van elkaar te negeren. Er wordt dan niet van elkaar geleerd terwijl beveiliging juist iedereen in de organisatie aangaat en iedereen daar vanuit zijn eigen perspectief aan kan bijdragen.

Een andere oorzaak voor het verkeerd uitpakken van de beveiligingsplannen is dat beveiliging veelal vanuit handhaving wordt gemanaged. Het gewenste gedrag van de medewerkers wordt dan niet beloond. En dit terwijl het belonen van gewenst gedrag een grote invloed heeft op toekomstig gedrag en de vorming van gewoontes. Dat is een van de lessen die uit verandermanagement, pedagogiek en organisatiepsychologie getrokken kan worden en die goed toepasbaar is bij het ontwikkelen van beveiligingsbewustzijn. Want dat is precies waar het in beveiligingsbewustzijn over gaat: het beïnvloeden van het gedrag en de vorming van gewoontes. Ik vraag mijzelf dan ook af in hoeverre wij openstaan voor kennis uit andere disciplines. Ik ben ervan overtuigd dat er veel meer te leren valt.

Chris Karelse
Senior consultant Trainingen bij Hoffmann
Opinie@beveiliging.nl

Competenties

beveiligingKwaliteit en concurrentie blijven elkaar bijten in de particuliere beveiliging. Vooral waar het grote opdrachten van de overheid betreft en waarbij de keuze wordt bepaald door aanbesteding op basis van prijs. Er worden in het bestek meestal wel kwaliteitseisen gesteld, maar die zijn doorgaans gebaseerd op wat binnen de branche standaard is. Dat nodigt aanbiedende bedrijven niet uit iets extra’s in kwaliteit en mogelijkheden te investeren. Dit wordt door de verplichte periodieke aanbestedingsrondes sowieso niet aangemoedigd. Het is altijd een investering voor de korte termijn, want langer dan drie jaar duren grote opdrachten doorgaans niet. Zeker niet als het bedrijf extra investeringen in kwaliteit in het tarief verwerkt, terwijl concurrenten dat niet doen. Daar komt nog bij dat de opdracht meestal verkregen is doordat genoegen is genomen met uiterst krappe marges om maar de goedkoopste aanbieder te kunnen zijn. Die marges bieden natuurlijk geen financiële ruimte meer om ervaren mensen in te zetten of medewerkers extra opleidingen te geven.

Het plan om beveiligingsbedrijven via de CAO te verplichten personeel over te dragen of aan te nemen bij contractwisselingen, zal waarschijnlijk weinig soelaas bieden. Wie wil zijn medewerkers nog dure opleidingen laten volgen, als deze na de eerstvolgende aanbestedingsronde voor de concurrent gaan werken? Het is ook de vraag of een bedrijf gelukkig zal zijn als het na het binnenhalen van een opdracht met hoog gesalarieerd personeel wordt opgezadeld. Het wordt dan dus nog aantrekkelijker voor beveiligingsbedrijven om onervaren en minimaal geschoolde krachten op aanbestede opdrachten te zetten. Dat is wel iets voor tenderende partijen om rekening mee te houden als louter en alleen op basis van prijs wordt gegund.

Een nieuw idee is om beveiligingsmedewerkers te profileren. Opleidingen, ervaring en bijzondere vaardigheden worden dan zichtbaar gemaakt via een soort paspoort dat het functieprofiel weergeeft. Afhankelijk van de door de opdrachtgever gestelde eisen kan per functie de juiste persoon worden gevraagd. Het is dan nog wel aan de branche om de waarde van de competenties van beveiligers breed uit te dragen.

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Regels
beveiliging_01Het is al jaren geleden dat in Nederland een brand plaatsvond met tientallen doden. Geleidelijk zie je dan weer de aandacht voor het fenomeen op de achtergrond raken. Na Volendam en Schiphol-Oost stond het land op de achterste benen en moesten direct strenge maatregelen worden getroffen om herhaling te voorkomen. Maar die storm lijkt al weer overgewaaid. Jammer, want ieder jaar komen nog altijd bijna honderd mensen door brand om het leven en raken er een kleine duizend ernstig gewond. En bijna elke keer blijkt dat er geen slachtoffers zouden zijn geweest, als er minimale preventieve maatregelen waren getroffen zoals een rookmelder van een paar euro.

Er vinden wel campagnes plaats, maar erg doortastend is de overheid verder niet. In het verkeer wordt de ene na de andere veiligheidsmaatregel verplicht en vindt strenge handhaving plaats, maar een rookmelder in woningen verplichten is er niet bij. Voor nieuwbouw en renovatie worden sinds 2003 wel rookmelders voorgeschreven, maar dan is het weer de vraag hoe lang die betrouwbaar blijven zonder wettelijk verplicht onderhoudscontract. Ook verzekeraars laten zich niet horen, terwijl alleen al woningbranden in 2008 een directe schade van 112 miljoen euro hebben opgeleverd. Op de totale schade van bijna een miljard euro was dat in economisch opzicht misschien nog niet zo schokkend, maar doden en gewonden kosten de verzekeraars toch ook veel geld en ongeveer de helft van de dodelijke slachtoffers is het gevolg van woningbranden.

De industrie lobbyt al lange tijd voor betere en vooral strengere regels op het gebied van brandbeveiliging, maar heeft de schijn van commercieel belang tegen zich. Daarom wordt nu ook indirect gelobbyd, zoals via de Nederlandse Brandwonden Stichting en het Fonds Slachtofferhulp. Dat de overheid de regeldruk wil verminderen is natuurlijk mooi, maar mag dat ten koste gaan van honderd doden en duizend gewonden per jaar?

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Waardevolle ondersteuning
beveiliging_02De intelligente camera maakt een enorme opmars door. En dat is goed nieuws, want de samenleving zit te springen om deze geavanceerde technologie. Dit blijkt onder andere uit de jongste cijfers van het CBS. Na jaren van daling nam het aantal slachtoffers van delicten in 2009 weer toe. Daarbij gaat het met name om vandalisme, bedreiging, inbraak en diefstal uit of van auto’s. Stuk voor stuk vormen van criminaliteit waarbij videobeelden waardevolle ondersteuning kunnen bieden bij het achterhalen en vervolgen van de daders. Die beelden moeten dan natuurlijk wel bruikbaar zijn. Ze moeten relevante informatie bevatten waarnaar niet uren gezocht hoeft te worden en de kwaliteit moet uitmuntend zijn, zodat onbetwistbare identificatie van verdachten mogelijk wordt. De modernste bewakingscamera’s voldoen aan die eisen en zijn in de regel nog behoorlijk betaalbaar ook. Ze verbeteren het beeld onder moeilijke lichtomstandigheden en zijn in staat geobserveerde beelden direct te analyseren. Observanten zien alleen nog beelden die menselijke beslissingen vereisen en dat is mooi. De aandacht verslapt minder snel en er kunnen met minder ogen veel meer camera’s worden beheerd. Maatschappelijk gezien is dit een belangrijke ontwikkeling.

De behoefte aan veiligheid is nog altijd groot, maar de kosten hiervoor staan zwaar onder druk. Beveiligers worden steeds duurder en de politie heeft het de afgelopen tien jaar zo goed gedaan, dat de regering daar wel 190 miljoen euro per jaar op meent te kunnen bezuinigen. Alleen met technologische innovatie is te voorkomen dat door deze ontwikkelingen de onveiligheid verder toeneemt. Op vakbeurzen als ISC West in de Verenigde Staten en IFSEC in Engeland is goed te zien hoe hard het gaat met die innovatie. Alleen slaagt de industrie er nog niet voldoende in dit naar buiten uit te dragen. Want nog altijd overheerst de opvatting dat bewakingscamera’s met hun wazige beelden niet bijdragen aan het terugdringen van de criminaliteit. Insiders weten wel beter, maar de technologie is juist bedoeld voor outsiders. Het publiek gelooft nog altijd in ‘meer blauw op straat’, maar gezien de bezuinigingsplannen zal ‘meer blauw achter de monitor’ realistischer worden!

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Hotels en veiligheid
frans_hazen_lr_120Veiligheid in hotels is een belangrijk en veelzijdig begrip. Zo heeft de hotelier te maken met onder andere voedselveiligheid, brandveiligheid en waterveiligheid (legionellabeheersing). Je kunt dus wel stellen dat een hotelier ook een veiligheidsmanager is. De grotere hotels kunnen voor dit soort taken specialisten aanstellen, maar bij kleinere hotels ligt dit vooral op het bord van de hotelier zelf. In beide gevallen is echter sprake van forse investeringen, zowel in geld als in tijd. Daarbij moet je je vele zaken eigen maken die niet vanzelfsprekend zijn voor een hotelier. Een hotelier straalt gastvrijheid uit, dat zit in de genen. De deur staat altijd open en iedereen loopt gemakkelijk binnen.

De gast gaat er vanuit dat zijn veiligheid gewaarborgd is in het hotel en verwacht tegelijkertijd dat hij zijn kamer zonder al te veel controles kan bereiken. Uiteraard draagt de hotelier zorg voor een zorgeloos én veilig verblijf. De gast zal het  nauwelijks merken dat er achter de schermen continu aan de veiligheid wordt gewerkt. Ervaringen uit Bali en Mumbai maken ons echter duidelijk dat je ondanks vergaande veiligheidsmaatregelen niet altijd alles kan voorkomen. Laagdrempeligheid heeft zo zijn keerzijde.

Vanuit de afdeling Beleid houden we ook een scherp oog op de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving. We constateren dat de overheid zich steeds meer terugtrekt uit het veiligheidsdomein en de verantwoordelijkheid neerlegt bij de ondernemers. Daardoor ontstaan voor ons soms lastige situaties met tegenstrijdige regelgeving; zo wil de politie dat wij gedetailleerde gegevens kunnen leveren over gasten die iets op hun kerfstok hebben terwijl het College Bescherming Persoonsgegevens ons juist verbiedt dit soort gegevens te verzamelen.

Als sector Hotels proberen wij onze leden ook te helpen met de veiligheid in hun bedrijf. Zo hebben we regelmatig trainingen op het gebied van overvalpreventie en omgaan met agressie. Een ander voorbeeld is het Protocol dat de sector heeft opgezet met een aantal ketens en de KLPD om mensenhandel tegen te gaan. Ook is de sector aangesloten bij het alerteringssysteem van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Samenwerken met professionele bedrijven op het gebied van veiligheid is van groot belang voor onze hotelsector. Alleen door die samenwerking kan de hotelier zijn veiligheidsmanagement op een verantwoorde wijze vormgeven en de gasten een zorgeloos verblijf bieden.

Frans Hazen
Voorzitter Sector Hotels, Koninklijke Horeca Nederland

Speerpunten
marc_deelenOp 14 april vindt weer de tweejaarlijkse SSA Conference plaats. Dé gelegenheid voor ons als beveiligingsbranche om ons professioneel naar de markt te presenteren. En die markt zijn niet alleen onze afnemers, maar ook de partijen met wie wij nauwe relaties hebben, zoals politie, justitie, brandweer en verzekeraars. De ontwikkelingen binnen onze branche komen in onze eigen beleving prima naar voren tijdens de tweejaarlijkse beurs Safety & Security Amsterdam, maar als wij onze positie richting de markt hoog willen houden is het een goede zaak dat er in de tussenliggende jaren een congres wordt georganiseerd.

Dit jaar wordt de SSA Conference gekoppeld aan de vakbeurs Building Holland. Dat is op zich wel goed, omdat je daarmee ook de interessante doelgroep van projectontwikkelaars en architecten bereikt. Aan de andere kant is het jammer dat we er als branche nog niet in geslaagd zijn om één groot congres neer te zetten, dat andere congressen overbodig maakt. De SSA Conference is ten slotte bij uitstek een gelegenheid om de speerpunten van de beveiligingswereld naar buiten te brengen.

Daarbij denk ik met name aan publiek-private samenwerking en technologische innovaties om onder andere nodeloos alarm verder terug te dringen. Het zou goed zijn als we die initiatieven als gezamenlijke branche eens helder onder de aandacht konden brengen. Ik praat dan over strategie, die tijdens een beurs niet of nauwelijks naar voren komt, maar wel essentieel is voor onze positie als branche. Wat speelt er in de maatschappij? En wat kunnen wij in dat kader als branche betekenen? De bedrijven zeggen dat zij het veiliger kunnen maken op safety- en security-gebied. Op een beurs komt dat echter onvoldoende uit de verf. Dus als wij dat waar wij mee bezig zijn stevig op de kaart willen zetten, is een congres daarvoor bij uitstek geschikt.

Marc Deelen
Voorzitter Taskforce SSA

Een fijnmazig netwerk van maatregelen
claudia_urru_lr_120Dat musea creatieve instellingen zijn is u uiteraard bekend. Zij maken jaarlijks vele tentoonstellingen, waarbij zij er steeds weer in slagen een ander perspectief te bieden op de prachtige collecties. Musea hebben de interessante opdracht om het erfgoed dat zij beheren te tonen aan het grote publiek. Een opdracht met een tegenstelling in zich, die musea maakt tot wat zij zijn. Neem nu de vierhonderd jaar oude wandtapijten in het Zeeuws Museum. Deze prinsessen op de erwt hebben zo hun wensen ten aanzien van hun residentie. Zij willen graag in een stabiel klimaat verblijven en houden niet van licht en water. Zij willen ook beslist niet aangeraakt worden. Om het publiek van deze kleurrijke tapijten te laten genieten, is een fijnmazig netwerk van maatregelen nodig. Een uitgekiend lichtplan zorgt voor een minimum aan UV-straling en de klimaatinstallatie voor de juiste luchtvochtigheid. De tapijten hangen uiteraard in een goed beveiligd gebouw en de suppoosten weerhouden handwerkliefhebsters van het bekijken van de achterkant. Bij dergelijke unieke objecten is alleen een brandverzekering niet geruststellend genoeg. Daarom heeft het gebouw brandvertragende compartimenten en een gecertificeerde brandmeldinstallatie. Ook is van belang dat de 125 vierkante meter tapijten bij brand zo snel mogelijk uit het streng beveiligde gebouw kunnen worden gehaald. Een goede samenwerking van alle betrokkenen is een vereiste en juist die maakt dat integrale veiligheidszorg in de breedste zin van het woord in musea dagelijkse kost is. Musea worden hierdoor uitgedaagd beveiliging te zien als een complex van maatregelen en niet blind te varen op slechts één aspect. Door internationale samenwerking tussen musea worden steeds weer nieuwe oplossingen bedacht, waardoor musea kwaadwillenden een stap voor proberen te blijven. Met als uiteindelijk resultaat dat musea op verantwoorde wijze hun deuren kunnen openen en miljoenen liefhebbers kunnen laten genieten van al het moois dat zij beheren.

Claudia Urru
Hoofd bedrijfsvoering Zeeuws Museum

Steeds méér veiligheid?

jan_kuyvenhoven_lr_120U twijfelt vast niet aan mijn motivatie om veiligheid te scheppen. Vanuit mijn activiteiten bij de brandweer en in het Landelijk Netwerk voor Brandpreventie van de NVBR zal er eerder een beeld zijn dat het veiligheidsniveau niet snel goed genoeg is. Ik wil hier graag stellen dat ik de wijze waarop veiligheid wordt gerealiseerd veel belangrijker vind. Ik heb in mijn operationele functie ervaren dat communicatie en samenwerking essentieel zijn bij brand en rampenbestrijding. En ook dat er veel incidenten zijn ontstaan door het gebrek aan communicatie en samenwerking.

Als ik mijn ervaringen nu in deze tijd tegen het licht houd van de financiële crisis en de behoefte aan minder regels, dan constateer ik een omslag. Burgers en bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun veiligheid en de brandweer is minder bezig met vergunningen en regelgeving. Daarbij verschuift het accent van bestrijden naar voorkomen.
Als we landelijk de inspanningen analyseren met betrekking tot brandpreventie dan concludeer ik al snel dat technische en organisatorische maatregelen de overhand hebben ten opzichte van andere maatregelen die brand of ongevallen bij brand voorkomen. Ik pleit daarom voor meer samenwerking. Samenwerking vanuit de ervaring van gebruikers van bouwwerken en

veiligheidsdeskundigen. Zij moeten samen kijken naar de effectiviteit van maatregelen. Hiermee zal het inzicht en daarmee de zelfredzaamheid van organisaties en individuen vergroten.
Kennis over risco’s zal toenemen waardoor ook in de ontwerpfase risicobenadering en maatwerk voor een meer adequaat veiligheidsniveau kunnen zorgen. De brandweer wil deze ontwikkeling ondersteunen door het investeren in producten binnen het project ‘(brand)veilig leven’ en door te werken aan kennis voor Fire Safety Engineering en brandonderzoek. Brandweeradviseurs zullen straks minder achter het bureau zitten. Ik eindig deze column graag met de stelling: afspraken werken beter dan regels!

Jan Kuyvenhoven
Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg & Rampenbestrijding

Hulpmiddel, géén wondermiddel
thomas_van_den_berk_lr_120Het doel van cameratoezicht in het publieke domein is de handhaving van de openbare orde. Daarbij kan worden gedacht aan toezicht, opsporing en observatie. De groeiende interesse van veel gemeenten en politieregio’s voor cameratoezicht in het publieke domein past in de roep om meer veiligheid in het publieke domein. Cameratoezicht wordt door het brede publiek geaccepteerd omdat men de verwachting heeft dat het effectief is en beantwoordt aan de groeiende behoefte die in de samenleving bestaat aan toezicht ter bevordering van de veiligheid.

Met deze groeiende behoefte rijst ook de vraag of het middel het doel heiligt. Door cameratoezicht wordt de effectiviteit van het handelen vergroot en daarmee geeft het ook meteen zijn beperking weer. Immers, waar vroeger werd volstaan tot surveillance door één agent met één paar ogen, heeft dezelfde agent door cameratoezicht nu vijftig paar ogen (in een meldkamer met vijftig camera’s). Het aantal constateringen of meldingen van overtredingen of strafbare handelingen wordt hiermee in grote getale verhoogd. Meer constateringen of meldingen heeft als logisch gevolg, meer mogelijke acties. De huidige bezetting binnen de politie en toezichthouders in het publieke domein is niet altijd voldoende toereikend om aan alle acties gevolg te geven.

Daarnaast is cameratoezicht een aanvullend instrument op de handhaving van de openbare orde, het heeft alleen effect binnen een groter pakket aan maatregelen, het dient een aanvulling te zijn op menselijk toezicht. Regie vanuit de politie op cameratoezicht blijft essentieel, ook al is deze taak uitbesteed aan een gemeente of toezichtorganisatie. Er moet te allen tijde beoordeeld worden of er sprake is van een overtreding of strafbare handeling door de politie. Het meer in beeld hebben, betekent niet automatisch dat alles opgelost kan worden, immers het indirect reconstrueren van zaken kost veel tijd en energie. Cameratoezicht is geen wondermiddel  doch wel een geweldig hulpmiddel.

Thomas van den Berk
Directeur Veiligheidszorg Groningen
Opinie@beveiliging.nl

Onzinnig versus succes
grijpink_lr_120Een zwembad wilde met vingerafdrukcontrole jongeren weren die meisjes lastigvallen. Prima doel, maar nu de uitwerking. Elke bezoeker/ster diende zijn of haar vingerafdruk te laten registreren in het computersysteem. Fout dus, want als je de vingerafdrukken kent van jongens die je wilt weren, kun je volstaan met controleren van de vingerafdruk van elke mannelijke bezoeker.

Komt iemands vingerafdruk voor op de (zwarte) lijst, dan kan hij rechtsomkeert maken. Vingerafdrukken van meisjes controleren is onzin, het opslaan van vingerafdrukken van jongens is niet nodig behalve dan de zwarte lijst. Het verhaal wordt nog gekker. Een dame van 82 werd de toegang ontzegd, omdat ze weigerde mee te werken aan vingerafdrukcontrole.
Uit dit voorbeeld blijkt hoe gemakkelijk biometrie verkeerd wordt ingezet. Daar windt het Nederlands Biometrie Forum (NBF) zich over op, omdat biometrie op den duur onmisbaar is. Onzinnige toepassing van deze technologie roept weerstand op bij het publiek en ondermijnt de maatschappelijke acceptatie.

Ander voorbeeld. Een Europees opererende autoverhuurder had last van veel niet of op de verkeerde plaats teruggebrachte huurauto’s. Biometrie leek een oplossing, maar het mocht niet veel kosten. Een creatieve medewerker bedacht een oplossing zonder dure elektronica: met gel de vingerafdruk op het papieren huurcontract met de garantie dat men bij terugbrengen van de auto het papier met de vingerafdrukken mee zou krijgen. De eerste vier maanden leverden honderd procent succes: geen gestolen of verkeerd teruggebrachte auto’s. Mooi dus. Toch blijven opletten! Enkele maanden later bleken overal in de administratie kopieën van huurcontracten met vingerafdrukken rond te slingeren! Daarom vraagt het NBF aandacht voor de biometrietoepassing als geheel, ook de administratie dus.
Beide voorbeelden onderstrepen het belang van voorlichting aan publiek en organisaties die biometrie willen gebruiken. We moeten zuinig zijn met onze biometrische kenmerken, want de meeste zitten onverbrekelijk aan je lijf vast. Het NBF geeft daarom op haar website (www.biometrieforum.nl) aan waar je op moet letten.

Prof.dr.mr. J.H.A.M. Grijpink
Voorzitter Nederlands Biometrie Forum

Opinie@beveiliging.nl

De beveiliger veilig of vogelvrij?
fred_teeven_studio_damon_lr_120Toen ik werd gevraagd om een gastcolumn te schrijven voor het vaktijdschrift BEVEILIGING, hoefde ik over mijn antwoord niet lang na te denken. Natuurlijk wil ik dat doen, zeker omdat op dit moment de ‘beveiliger’ in de ruimste zin van het woord veel en vaak in het nieuws is.
Over welke beveiligers hebben zij het dan in de media en waarom is het op dit moment zo actueel? Komt dit door de toenemende agressie of door de aandacht die de uitoefenaar van deze beroepen krijgt door de media? Dat er ergens iets fout gaat is op dit moment wel duidelijk: de mensen die zich dagelijks bezighouden met veiligheid krijgen niet het respect en de waardering die zij verdienen. Regelmatig bereiken mij berichten over misstanden en bizarre voorvallen die zich voordoen in de dagelijkse praktijk. Vreselijk als een verkeersregelaar gewoon van de sokken wordt gereden, en dat de dader denkt vrijuit te gaan. Maar daar stopt het niet, ook ambulancebroeders, politieagenten, beveiligers, brandweermensen en buschauffeurs ondervinden dagelijks problemen van mensen die het ergens niet mee eens zijn. Heel bizar en zeker als je je bedenkt dat niet zo heel lang geleden al deze beroepen zeer gewaardeerd en gerespecteerd waren.
Wat is er toch gebeurd, wat is er in de mens gevaren? Heeft het te maken met de verandering van de maatschappij, de enorme druk die op mensen ligt, het ‘de wereld is van mij en de lucht is vrij’ principe? Ik weet het echt niet, maar het stemt mij zeker niet vrolijk en ik maak mij grote zorgen. Daarom vind ik dat wanneer iemand over gaat tot het beledigen, bespugen, slaan of wat dan ook van deze beroepsgroepen, dit direct aangepakt moet worden. En geen praatjes zoals ‘dit hoort nu eenmaal bij het risico van het vak’. Dat is de omgekeerde wereld en we zijn daarmee op de verkeerde weg. Aanpakken die figuren en straffen! Niet ongenuanceerd, maar wel doordacht. En zorgen dat de daders de consequenties goed voelen: een passende straf en/of boete, snel en overwogen. Voelbaar en merkbaar voor zowel dader als samenleving, dat vrijblijvende moet er van af!
Vertel als dader maar aan je directe omgeving zoals werkgever, club, buurt, school en dergelijke, dat je er even niet bent omdat je een straf moet uitzitten of een boete hebt te voldoen. Er moet een omslag komen van denken en doen, zodat we weer ‘normaal’ en respectvol met elkaar omgaan. Een ieder zou zijn of haar verantwoordelijkheden weer moeten nemen en het motto hanteren ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’.

Fred Teeven
Tweede Kamerlid VVD


Nieuwe visie op brandveiligheid van gebouwen
dick_schoof_lr_120U staat vanuit uw professie dagelijks stil bij brandveiligheid. Maar hoeveel burgers en ondernemers weten hoe te handelen indien er brand uitbreekt? Kennen hun verantwoordelijkheden? Weten welke rol de overheid wel én niet speelt? Het kabinet heeft onlangs een nieuwe visie op brandveiligheid uitgebracht. Daarin worden op deze en soortgelijke vragen antwoorden gegeven.
Een belangrijk onderdeel in de nieuwe visie is de risicobenadering. Om de brandveiligheid van gebouwen verder te verbeteren, moeten architecten, bouwbedrijven, vergunningverleners, beheerders en gebruikers van gebouwen vooral naar de brandrisico’s kijken en daarop maatregelen nemen, in plaats van alleen naar wettelijke voorschriften. In het kader van de zelfredzaamheid dragen burgers en bedrijven ook zelf verantwoordelijkheid en moeten ook zij maatregelen nemen om zich tegen brand te beschermen. De voorlichtings-campagne ‘Denk Vooruit’ is hiervan een uiting. De overheid bepaalt de wetten en regels, ondersteunt en zorgt voor naleving van de regels zonder de verantwoordelijkheid van anderen over te nemen. Daarbij is het goed voor ogen te houden dat wij in een risicovolle maatschappij leven, waarin de overheid niet alles kan en geen garantie kan geven op honderd procent veiligheid.
De genoemde visie is een van de uitkomsten naar aanleiding van het Actieprogramma Brandveiligheid, dat is opgesteld na de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost in oktober 2005. De nadruk in het programma lag op gebouwen met bewoners en gebruikers die zichzelf niet goed kunnen redden, zoals in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, crèches, scholen en justitie- en politiecellen. Alle activiteiten hadden ten doel het bewustzijn over brandveiligheid te vergroten. Immers, het vergroten van het brandveiligheidsbewustzijn en niet meer regels brengt brandveiligheid dichterbij. Zo is er de site www.allesoverbrandveiligheid.nl waar alle regels en adviezen over brandveiligheid zijn te vinden. De site is bedoeld voor

iedereen die zich met een gebouw bezighoudt, van het ontwerp en de bouw van het gebouw tot en met het gebruik ervan. Dus van opdrachtgever, architect en bouwbedrijf tot eigenaar, beheerder, bewoner, gemeente, brandweer en verzekeraar. Ook is er een Kenniscentrum gekomen over het toepassen van brandveiligheidsvoorschriften en het brandveilig gebruiken van gebouwen. Ik nodig u van harte uit om de website te bezoeken en het kenniscentrum te benutten om er uw voordeel mee te doen!

Drs. H.W.M. Schoof
Directeur-generaal Veiligheid, ministerie van BZK


Camera’s zien veel, maar lang niet alles
cees_vd_knaap_lr_120Eind 1998 plaatste Ede als eerste gemeente in Nederland camera’s in de openbare ruimte: in het uitgaansgebied Museumplein. Tien jaar later plaatste Ede camera’s in een woonwijk: Veldhuizen A. Cameratoezicht werkt. Dat vonden we toen. Dat vinden we nog steeds. Veel gemeenten hebben het voorbeeld van Ede gevolgd. Cameratoezicht is niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving. Met het oog op de veiligheid van bewoners en bezoekers en als hulpmiddel bij toezicht en opsporing introduceerde Ede de camera’s eind 1998 in de binnenstad.
Het draagvlak voor cameratoezicht in Ede is groot. Inwoners, politie en horeca zijn overtuigd van het nut. Camera’s worden nauwelijks ervaren als inbreuk op privacy. Alle betrokkenen pleiten voor continuering. Cameratoezicht blijkt bovendien succesvol in de aanpak van geweld, overlast en vandalisme. Het veiligheidsgevoel is sinds de invoering verbeterd. Met camera’s zijn daders van geweld veel sneller op te sporen. Met camera’s kan bij dreigende calamiteiten de politie direct optreden.
En ondanks al deze inzet, is en blijft cameratoezicht één van de middelen in een sluitende aanpak. De camera ziet veel, maar niet alles. De menselijke maat is en blijft een vereiste in de zoektocht naar een veilige samenleving. Op het Museumplein in Ede is er intensief toezicht van surveillerende agenten. Er zijn afspraken tussen gemeente, politie en horeca. Er staan portiers aan de deur. Er rijdt een borrelbus. En de verlichting zorgt niet alleen voor sfeer, maar ook voor optimaal zicht.
Kort geleden deed Ede mee aan een actie van de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld op het Museumplein. De toen geplaatste stoeptegels met het lieveheersbeestje erop, blijven gewoon liggen. Om te laten zien hoe we met elkaar willen omgaan. We willen sfeer en gezelligheid op het Museumplein. Want dat ‘registreren’ de camera’s ook.

Cees van der Knaap
Burgemeester Ede

Efficiency

Nog even en dan staat de RAI weer drie dagen in het teken van Safety & Security Amsterdam. Het belangrijkste Nederlandse evenement op veiligheidsgebied zal net als twee jaar geleden duizenden belangstellenden naar de hoofdstad trekken die kennis komen nemen van wat de beveiligingsbranche tegenwoordig te bieden heeft. De beurs geeft wat dat betreft een goed beeld, want vrijwel alle toonaangevende leveranciers zijn van de partij. En omdat het met ‘meer van hetzelfde’ steeds moeilijker concurreren wordt, is tijdens SSA meer innovatie te zien dan ooit.
De economische crisis lijkt intussen een beetje voorbij te gaan aan de beveiligingsbranche. In 2008 maakte deze sector nog
een groei door van 10,5 procent, wat tweeënhalf keer zoveel was als het jaar daarvoor. Het laatste kwartaal ging het echter al een stuk minder goed en de prognose voor dit en volgend jaar is dat er hard aan getrokken moet worden om een algehele

daling van de omzet tegen te gaan. Volgens de pas gepresenteerde Integrale Veiligheidsmonitor van het CBS neemt de criminaliteit intussen ook af, al is in 2008 nog altijd een kwart van de volwassen bevolking één of meerdere keren het slachtoffer geworden van de een of andere vorm van criminaliteit. Eenzelfde percentage zegt zich weleens onveilig te voelen.
De behoefte aan veiligheid en beveiliging zal dus niet afnemen. Het geld dat men er voor vrij kan maken wel. Daarom ligt bij veel innovatie de nadruk op efficiency. Hetzelfde of meer kunnen presteren voor minder geld. Er zijn ontwikkelingen gaande die dat mogelijk maken. Een goed voorbeeld is de intelligente camera die ervoor zorgt dat dure mensen alleen nog nodig zijn voor taken die met techniek niet te vervullen zijn. IP is een ander voorbeeld. Deze technologie maakt het centraal beheren van locaties makkelijk, biedt ongekende integratiemogelijkheden en levert ruim voldoende capaciteit voor videobewaking op afstand. Deze ontwikkeling en de ‘verglazing’ van Nederland zorgen ervoor dat de in de jaren zeventig afgeschafte sociale controle weer terug kan keren in de samenleving, wat de veiligheid zeker ten goede zal komen.
De nieuwste techniek is straks van 21 tot en met 23 april in de RAI te zien. In de gigantische beurseditie van BEVEILIGING
geven wij alvast een voorproefje van de trends van dit moment en in de geïntegreerde Officiële Beurscatalogus leest u wat u op Safety & Security Amsterdam 2009 zoal verwachten kunt. Deze kennis zal u helpen beveiliging efficiënter te maken en te voorkomen dat de economische crisis straks ook een veiligheidscrisis wordt.

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Multiservices
hans_gennissen_120De ontzuiling in de facilitaire dienstverlening lijkt een feit. Natuurlijk blijven beveiliging, catering, schoonmaak en bijvoorbeeld het technisch onderhoud aparte specialismen, maar (grote) bedrijven en organisaties besluiten steeds vaker om deze facilitaire diensten samen uit te besteden en het liefst bij één partij onder te brengen. De drijfveren zijn duidelijk: een multiservicescontract ontzorgt, is efficiënt, zorgt voor flexibiliteit en levert synergievoordelen op.
Het is een overtuiging die Facilicom al meer dan veertig jaar uitdraagt. Sterker nog: het is het fundament waarop ons bedrijf ooit is gevestigd, iets dat nog tot uitdrukking komt in de naam, die immers staat voor ‘de facilitaire combinatie’. Zeker nu bedrijven en organisaties steeds verder gaan in uitbesteding door zelfs de regie uit handen te geven en de eigen rol terug te brengen tot demand management, zijn we in staat om te bewijzen dat ons concept wérkt.
De groei van het aantal totaalaanbieders - al is het dan vaak maar in samenwerkingsverbanden - is een bevestiging van de trend. Juist doordat er steeds meer van dergelijke aanbieders zijn, ontwikkelt de markt zich en kunnen de meeste grote marktpartijen een mooie groei noteren - bij Facilicom is de omzet in integrale contracten in 2008 met 50 procent toegenomen. De kredietcrisis zou deze beweging nog eens kunnen versterken, omdat bedrijven en organisaties er weer, of nog meer van doordrongen raken dat flexibiliteit een groot goed is.
Tegelijkertijd kunnen we stellen dat opdrachtgevers niet meer hoeven te vrezen afhankelijk te worden van één multiservices-aanbieder. De markt heeft zich nu zo goed ontwikkeld dat tenderen, benchmarken en overstappen zeer wel mogelijk is. Het lijkt er dan ook op dat de vraag naar multiservices en integrale dienstverlening zal beklijven. Niet omdat bedrijven en organisaties straks niet meer zonder kúnnen, maar omdat ze niet meer zonder wíllen.

Drs. J.A. Gennissen
President-directeur Facilicom, moederbedrijf van o.a. Trigion Beveiliging
Opinie@beveiliging.nl

Duidelijkheid voor klant en medewerker
herman_van_der_geest_120.Één van de grootste problemen waar de levensmiddelendetailhandel zich de laatste jaren mee bezighoudt, is de toenemende criminaliteit waarbij steeds meer geweld wordt gebruikt. Zelfs overvallen op winkels nemen de laatste maanden weer toe. De buit blijkt nog steeds de moeite waard. Waarom worden bijvoorbeeld kassa’s soms niet op tijd afgeroomd?
Wij moeten alles in het werk stellen om supermarkten en foodspeciaalzaken minder aantrekkelijk te maken voor criminelen. ‘Klein bedrag. PINnen mag!’ moet nog duidelijker gecommuniceerd worden naar de klant. Er moet nog meer gebruik worden gemaakt van alle bestaande instrumenten om onze medewerkers te trainen en voor te bereiden op calamiteiten (crimineel gedrag). Het aanhouden van winkeldieven is er daar één van. Er moet intensiever gebruik worden gemaakt van de informatie die te vinden is op de website van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (www.hbd.nl). Steeds weer worden we geconfronteerd met het feit dat spelregels niet in acht worden genomen. Achterdeur insluipingen komen nog steeds voor. Er is ook onvoldoende controle op inkomende goederen en onvoldoende controle op uitgaande statiegeldgoederen.
Maak goede afspraken over het gebruik van goederen door personeelsleden. De voorbeeldfunctie van de ondernemer of filiaalmanager wordt nog steeds onderschat. Het allerbelangrijkste is dat er zowel naar de medewerkers als naar de klanten duidelijkheid bestaat. In de kantine behoren teksten aanwezig te zijn die wijzen op spelregels. Hetzelfde geldt ook voor de winkelvloer. Datgene wat bij de ingang van de winkel gemeld wordt en waar de consument zich aan dient te houden, geeft je het recht om tegen op te treden wanneer men zich daar niet aan houdt. Duidelijkheid naar de medewerkers en naar de klant is van het grootste belang!

Herman van der Geest
Voorzitter Vakcentrum, brancheorganisatie voor de zelfstandige levensmiddelendetaillist
Opinie@beveiliging.nl

Als het kalf verdronken is…
Als het kalf verdronken is, vult men vaak de put met nieuwe regelgeving ingegeven door (politiek) sentiment en gericht op reductie van mediadruk! Neem de brand in de gevangenis op Schiphol. Daar werden, zoals gebruikelijk in onze hedendaagse politieke kringen, allerlei adhoc maatregelen en ideeën geopperd en afgekondigd, terwijl er bijna geen aandacht was voor de slachtoffers. Er werden Kamervragen gesteld, ministers naar huis gestuurd en natuurlijk heuse Haagse onderzoekcommissies ingesteld. Eén van die commissies wist na driftig studeren te melden dat naar alle waarschijnlijkheid een kleine 880 miljoen euro nodig is om alle Rijksgebouwen weer te laten voldoen aan de hedendaagse normen van brandveiligheid. Wat zegt u? Inderdaad, 880 miljoen.
Is het dan zo bizar slecht gesteld met de veiligheid in onze overheidsgebouwen? Is ‘ambtenaar zijn’ nu een risicoberoep geworden?  Je zou het bijna gaan denken als je deze conclusies hoort. Maar een beetje normaal denkend mens weet wel beter. De uitkomsten van het onderzoek worden niettemin serieus besproken en er wordt onderzocht of de genoemde investeringen doorgang moeten vinden.
Nu denkt u wellicht: ’Waarom is die mijnheer van de Brandwondenstichting zo cynisch? Heeft ie het niet op de overheid? Hij zou toch blij moeten zijn met een investering in veiligheid?’ Nee, ik heb niets tegen de overheid, maar ik heb wel iets tegen politici die zich door de waan van de dag ‘laten regeren’. De politiek heeft een belangrijke taak in dit land, zeker ook ten aanzien van veiligheid. En de politiek moet beleid maken op basis van goed doordachte keuzes en goede informatie, niet op basis van sentiment of mediadruk!
In woningen vinden jaarlijks 6400 branden plaats. In gevangenissen ‘maar’  honderd. Dus zou je toch denken als ‘homo non politicus’: ‘Ga je geld investeren in veilige woningen in plaats van in Rijksgebouwen’. Bijvoorbeeld: Stel, je geeft alle mensen in Nederland die nog geen rookmelder in huis hebben, een gratis rookmelder. Dat kost: 2.400.000 woningen  x 10 euro = 24.000.000 euro. Dat komt neer op ongeveer 3 procent van 850 miljoen. En weet je wat dan het leuke is? Alle overheidsdienaren hebben dan ook meteen een rookmelder! Hun veiligheid is dan ook meteen gegarandeerd. En wel op de plek en op het moment waar ze het meeste risico lopen: thuis, ’s nachts als ze in bed liggen. Want het is een gegeven dat de meeste slachtoffers van brand vooral ’s nachts en vooral thuis vallen, niet in (semi)-overheidsgebouwen. Op deze manier kunnen ze de kalveren waarschuwen voordat ze bij de put zijn. En hoeven we de put noch te dempen noch te vullen met door hypes ingegeven regelgeving.

Hein Zoete
Plaatsvervangend directeur Nederlandse Brandwondenstichting
Opinie@beveiliging.nl

Manager of Security
Gerespecteerde waarden binnen het beveiligingskrachtenveld in Nederland hebben iets nieuws bedacht: het gedeponeerde merk Manager of Security. Ik ben zeker een voorstander van het aanduiden van onderscheidend vermogen op eender welk vakgebied, maar in dit geval meen ik toch een bezwaar te moeten maken. De aanduiding MSec lijkt wel heel erg veel op de daadwerkelijke academische kwalificatie van MSc (Master of Science) waarvoor de houder van deze titel, met respect voor de door de HHS georganiseerde en inhoudelijk uitstekende opleidingen, toch nog wel een aanzienlijk grotere inspanning moet leveren.
Het ontbreken van een academische opleiding op het gebied van toegepast Security & Risk Management in Nederland draagt daarin nog bij aan de verwarring. Bovendien bestaat het gevaar dat het nieuw vastgelegde merk bij een leek de indruk kan wekken dat een goed security manager alleen kan bestaan indien hij of zij voldoet aan de -het zij gezegd- volstrekt arbitraire voorwaarden van een tegen vergoeding toe te voegen merknaam. Velen, waaronder ik, dragen met gepaste trots de kwalificatie RSE vanwege de geleverde inspanning en de toegevoegde waarde die daaraan mag worden toegekend. De merknaam Manager of Security is een gebrekkige compensatie voor het ontbreken van een geaccrediteerde titel op het vakgebied en voegt niets toe.

Paul Goossens MSc RSE
Opinie@beveiliging.nl

Surveillance in burger
Particuliere beveiliging is een onmisbare schakel in de veiligheidsketen. De beveiliging van kantoren, de bewaking van bedrijventerreinen en het toezicht in winkels en winkelcentra zijn bijna vanzelfsprekend het werkterrein van particuliere beveiligingsbedrijven. De daling van de criminaliteit in de laatste jaren is net zo goed een verdienste van de particuliere sector als van de overheid. De vele geüniformeerde mannen en vrouwen met een goed zichtbare V op hun revers dragen bij aan een afname van de criminaliteit en aan een toename van het gevoel van veiligheid. Dat laatste is ook belangrijk. Veiligheid is niet altijd meetbaar, het is ook een gevoel.
Soms geeft de goede zichtbaarheid van de beveiligers ook beperkingen. Om te kunnen bijdragen aan het voorkomen van winkeldiefstal kan het in sommige gevallen zinvol zijn om bewakers in burger te laten patrouilleren. Voor het dievengilde, van de gelegenheidsdief tot de  professionele bende, wordt het moeilijker om toe te slaan.
De wet op de particuliere beveiligings- en recherchebureaus werpt een hoge drempel op voor optreden in burger. De criteria zijn streng: twee geüniformeerde bewakers op één ongeüniformeerde, en een bijzondere ontheffing van de lokale politie.
Het Platform Detailhandel Nederland pleitte onlangs voor uitbreiding van de mogelijkheden voor het patrouilleren in burger. Daar is veel voor te zeggen. Volstaan zou kunnen worden met een goed zichtbare attendering bij de ingang, en een op maat gesneden regeling voor opvolging door geüniformeerde beveiligers in geval van een calamiteit. Richting de politie zou een melding moeten kunnen volstaan. Op deze manier kunnen de werkzaamheden van particuliere beveiligers nog effectiever worden gemaakt. Zowel winkeliers als publiek hebben daar baat bij. De politiek moet dat niet tegenhouden, maar juist mogelijk maken.

 

Sybrand van Haersma Buma
Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Beveiliging en beschaving
Musea zien zichzelf wel eens als bakens in de beschaving. Musea beheren ons verleden, onze cultuur en daarmee onze identiteit. Toon me uw museum en ik vertel u wie u bent. Maar niet alleen met hun collectie tonen musea zich een instituut van beschaving. Ook in de wijze waarop musea zijn beveiligd is beschaving een belangrijke factor. Wat musea doen is beveiligingstechnisch redelijk onzinnig. In plaats van het veilig opbergen van ons erfgoed in depots, opdat het nageslacht het ongeschonden krijgt overgeleverd, tonen musea de meest kostbare en unieke dingen in hun zalen, waar het publiek vlak voor kan gaan staan en naar kan wijzen. Dat doen musea bewust, want zij weten dat niets zo goed is als oog in oog staan met het echte en het pure, zonder tussenkomst van glas, tralies of dranghek.
Het is een teken van pure beschaving dat dit mogelijk is zonder al te grote problemen. Het publiek is zich bewust dat in een museum bijzondere dingen te zien zijn, soms eeuwen oud. Men gedraagt zich respectvol en houdt instinctief de juiste afstand. Ga maar eens in het museum kijken naar de mensen in plaats van naar de spullen. Een prachtig gezicht.
Dit ontslaat musea er uiteraard niet van om de beveiliging goed op orde te hebben. Brand, diefstal en andere ellende staan altijd op de loer. Beveiliging is daarom een van de belangrijkste onderdelen van het museumbedrijf. Vanwege de bijzondere gebouwen en de bijzondere collecties is maatwerk hierbij uitgangspunt. Juist daarom vraagt dit veel tijd en aandacht van musea.
Terwijl ik dit schrijf brandt in Steyl het Schutterijmuseum af. Een treurig gezicht. Een discussie zal opsteken over hoe dit had kunnen worden voorkomen, waarbij iemand gaat roepen om strengere regels. Regels zijn gestold wantrouwen in de beschaving. In dit land hebben we meer problemen door het niet handhaven en naleven van de huidige regels, dan dat we een gebrek hebben aan nieuwe. Daar waar regels niet voldoende zijn, regeert gezond verstand en kennis van zaken. Iedereen die daar aan kan bijdragen, is meer dan welkom in de museumbranche.

Siebe Weide, directeur Nederlandse Museumvereniging

Opinie@beveiliging.nl 

Paaseieren
Het leek erg sympathiek. Studenten die rond Pasen enkele vragen stelden aan forensen bij het Victoria Station in Londen. De vragen gingen over het paasfeest en de consumptie van paaseieren. Deelnemers konden een paasei ter waarde van 60 pond winnen. Zo’n kans zou u toch ook niet willen ontlopen? De eerste vraag betrof de volledige naam van de forens. Alle 300 ondervraagden gaven die zonder nadenken. Al doende wist men steeds meer privacygevoelige informatie te ontfutselen. Naast veel statistische bijvangst over paaseieren wisten de onderzoekers in opdracht van Infosecurity Europe binnen twee minuten voldoende privé-informatie te verzamelen om identiteitsfraude te kunnen plegen of om ongestoord te kunnen inbreken. “Gaat u met Pasen naar de kerk?” Het kennen van de meisjesnaam van de moeder was handig bij het vals authenticeren in contacten met een creditcardmaatschappij.
Recent sloeg de chocoladedreiging wederom toe. Nu werden kantoorbedienden geïnterviewd op straat en werden IT-professionals geïnterviewd tijdens een IT-beurs. Op de directe vraag “Wat is uw wachtwoord?” gaf ‘slechts’ 22 procent van de IT-professionals antwoord. Maar op straat gaf 40 procent van de ondervraagden zonder aarzeling hun wachtwoord prijs. Wie dat niet deed werd geleid langs een reeks vragen of hun wachtwoord gebaseerd was op de naam van een kind, een huisdier, favoriet automerk en dergelijke. Uiteindelijk bleek tweederde van de ondervraagden hun wachtwoord te onthullen in ruil voor een chocoladereep en een vriendelijke interviewer. Risicovol? Nee toch? De enquête tijdens de beurs was toch anoniem? Helaas. De naam en werkgever van de ondervraagde was inmiddels al genoteerd omdat deze prominent op de beursbadge zichtbaar was.
Het achterhalen van cruciale beveiligingsinformatie door middel van Social Engineering is eenvoudig. Wij willen de vriendelijke vragensteller toch niet teleurstellen? Beveiliging is mensenwerk. Beveiligingsbewustzijn, ook op dit gebied, bij uw medewerkers is belangrijk. Wellicht een paasei waard?

Ir. H.A.M. Luiijf
Opinie@beveiliging.nl

Risico’s terugdringen
Tegenwoordig gaat het bij facility management ten eerste over de waarde van de dienstverlening en vervolgens over wat dat de organisatie mag kosten. De waarde wordt bepaald door de gebruikers van de diensten. Facilities kunnen gewenste kwaliteit leveren, maar ook risico’s terugdringen. Denk daarbij aan ziekte, diefstal, uitval van de toelevering van energie, onveiligheid van personen of aan brand. Allemaal gebeurtenissen die grote schade kunnen toebrengen aan een organisatie. Veel ondernemingen overleven bijvoorbeeld een brand niet. Risico is er dus niet alleen financieel, maar ook facilitair. Het laatste wordt complexer en ingrijpender en dat vraagt om extra kennis en deskundigheid. Wij pleiten voor het opbouwen van deze kennis binnen de facility management functie in samenwerking met experts op de verschillende terreinen van risico. Directies kunnen zelf niet al deze ontwikkelingen volgen en het belang daarvan voor hun organisatie inschatten. Zij kunnen de verantwoordelijkheid het beste beleggen bij een beroepsgroep die al gespecialiseerd is in het management van diensten zoals huisvesting, facilitaire diensten en middelen plus (vooral bij de overheid) de ICT die sterk met deze risico’s samenhangen.
Echter de kennis over deze risico’s is vaak nog onvoldoende. Heeft de organisatie voor al haar gebouwen de noodzakelijke gebruiksvergunning? Zo ja, dan is er toch een kans dat een gebouw niet geheel overeenkomt met de eisen in het bouwbesluit. Er wordt geïmproviseerd tijdens het bouwproces en dat gaat ten koste van genoemde risico’s. Het onderzoek Centrum Facility Management (CFM) en de Leerstoel Facility Management aan de Wageningen Universiteit werken aan projecten om de benodigde kennis over facilitaire risico’s en hun beheersing op te bouwen. Zo onderzoekt CFM, in nauwe samenwerking met het cluster FM van Capgemini, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk Relaties (BZK) de mogelijkheid om een ‘veiligheidseuro’ te ontwikkelen. Een objectieve methode om organisaties te confronteren met hun brandveiligheid. Het ultieme doel is benchmarking van brandveiligheid op kosten en kwaliteit/risico. De verantwoordelijkheid hiervoor komt bij het Facility Management te liggen. Een kans om te laten zien dat het facility management waarde levert voor de organisatie.

Dries van Wagenberg, Wageningen Universiteit en Remko Oosterwijk, Capgemini
Opinie@beveiliging.nl


Stop de winkelcriminelen!
De overheid moet kordaat optreden tegen winkelcriminaliteit. Natuurlijk nemen winkeliers zelf hun verantwoordelijkheid om de risico’s van winkelcriminaliteit zo klein mogelijk te houden. Er wordt fors geïnvesteerd in preventie als winkelsurveillance, bouwkundige aanpassingen en alarmsystemen. Ook werkt de detailhandel samen met diverse overheden om criminelen buiten de winkel te houden. Dat betekent echter niet dat er geen knelpunten meer zijn. Integendeel. Winkeliers zijn in de eerste plaats ondernemers voor wie de klant centraal staat. Preventie wordt serieus genomen, maar er zijn grenzen aan wat van winkeliers zelf verwacht mag worden. Het vangen van boeven is aan politie en het waarborgen van de veiligheid aan justitie. Als er één taak is voor de overheid, is dit het wel. Daar betalen wij tenslotte belasting voor.
En als de overheid zelf niet in actie komt, moet zij winkeliers vervolgens niet hinderen bij eigen initiatieven om winkelcriminaliteit te voorkomen. De perikelen rondom het plaatsen van antirampalen is hier een treurig voorbeeld van. Veel winkeliers willen deze palen plaatsen om het risico op een ramkraak te verkleinen, maar dit gaat niet zomaar.
Het is onthutsend om te zien dat veel gemeenten onbegrijpelijke eisen stellen aan het plaatsen van deze dure antirampalen. Het wordt door de gemeente verboden of maandenlang vertraagd - meestal om ‘esthetische’ redenen. In Zwolle zijn zelfs beweegbare antirampalen afgekeurd die overdag tot straatniveau verzonken zijn. Het is de wereld op zijn kop.Dat de overheid onnodig obstakels opwerpt is niet alleen zichtbaar bij het fysiek beveiligen van het winkelpand, maar manifesteert zich ook op andere fronten van de strijd tegen winkelcriminaliteit. Zo komt het voor dat winkeliers gehinderd worden door privacyregels bij het uitwisselen van foto’s van bekende winkeldieven. Dit moet veranderen.De overheid moet zijn energie investeren in zaken die er echt toe doen: het vangen van boeven.

Sander van Golberdinge, Secretaris Winkelcriminaliteit, Platform Detailhandel Nederland
Opinie@beveiliging.nl


Den Haag door cameratoezicht een stuk veiliger geworden
In Den Haag werken we sinds 2000 met cameratoezicht in de openbare ruimte. Cameratoezicht is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk hulpmiddel bij de bestrijding van criminaliteit, het tegengaan van overlast en het bestrijden van geweld op straat. Via cameratoezicht kan de politie sneller reageren bij incidenten en kunnen agenten gerichter worden ingezet. Het is wel altijd het slotstuk van een pakket aan maatregelen; pas als alle andere maatregelen om criminaliteit en geweld te bestrijden niet helpen, gaan we over tot het plaatsen van camera’s.
De camera’s zijn vooral nuttig als goed wordt samengewerkt tussen het cameratoezicht en de politiesurveillance op straat. Omdat de beelden ‘live’ worden bekeken kan de politie direct ingrijpen als er een incident wordt waargenomen vanuit de Geïntegreerde Monitor Centrale op het hoofdbureau. Op dit moment hangen er op verschillende plaatsen in Den Haag 158 camera’s, vooral in het centrum. In deze gebieden wordt door middel van borden duidelijk aangegeven dat er camera’s hangen. Ook de camera’s zelf zijn duidelijk herkenbaar zodat Hagenaars en bezoekers van onze stad er niet door worden verrast. Om alles netjes te laten verlopen mogen de beelden alleen door een geselecteerde groep politiemensen worden bekeken en staat het gebruik ervan onder toezicht van het College bescherming persoonsgegevens (CBP). Het is van belang dat alles netjes wordt uitgevoerd, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de resultaten. En die zijn er naar, want Den Haag is, mede als gevolg van de inzet van cameratoezicht, in de afgelopen jaren een stuk veiliger geworden.

Wim Deetman, burgemeester Den Haag

Doen wat we hebben afgesproken
Brandveiligheid staat flink in de politieke en maatschappelijke belangstelling. Niet zo gek gezien incidenten zoals de cafébrand in Volendam, de vuurwerkramp in Enschede en de brand op het cellencomplex Schiphol-Oost, met alle desastreuze gevolgen van dien. Na dergelijke incidenten is er vaak de roep om extra regels of aanscherping van de regels. Maar de commissies die de genoemde incidenten hebben onderzocht concluderen onder andere dat er meer aandacht moet worden besteed aan het verhogen van het brandveiligheidsbewustzijn. Aan de regels zelf ligt het veelal niet, de naleving van de regels moet veel beter. Daarom heeft het kabinet, naar aanleiding van de Schipholbrand, besloten om een Actieprogramma Brandveiligheid op te zetten. In dat programma werken, onder regie van het ministerie van BZK, een aantal ministeries en de VNG samen met brancheorgansaties aan het verbeteren van het bewustzijn voor brandveiligheid bij de verantwoordelijken in alle fasen van het bouw- en gebruiksproces. De looptijd van dit Actieprogramma is twee jaar en de uitvoering is al in volle gang.Hoeft er helemaal niets te worden veranderd in de regelgeving? Ja, toch wel. De brandveiligheidseisen zijn voldoende gewaarborgd. Maar de toepassing van de regelgeving kan wel eenvoudiger. Een voorbeeld hiervan is het nieuwe Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit). Het gebruiksbesluit zorgt voor landelijke uniformering van de brandveiligheidseisen voor het gebruik van bouwwerken. Die eisen staan nu nog in lokale bouwverordeningen van de gemeenten en kunnen dus per gemeente verschillen. Om aan die verscheidenheid een einde te maken, worden deze eisen bijeen gebracht in één landelijk besluit. Met het Gebruiksbesluit vervalt bovendien in zo’n 80 procent van de gevallen de huidige vergunningplicht en wordt die vervangen door een veel eenvoudiger meldingsplicht. Met de overheveling van de lokale eisen naar landelijk algemeen geldende regels is het niveau van brandveiligheid niet in het geding: dat blijft hetzelfde. Regels overzichtelijker en eenvoudiger maken vind ik belangrijk, want dat maakt het makkelijker ze na te leven. Want de centrale boodschap blijft toch: we moeten met z’n allen gewoon doen wat we hebben afgesproken: de regels naleven!

Drs. Ella Vogelaar, Minister voor Wonen, Wijken en Integratie

Screenen of niet?
Werkgevers willen tegenwoordig zo snel mogelijk over nieuw personeel kunnen beschikken. Bij wijze van spreken kunnen nieuwe medewerkers morgen al aan de slag. Door de druk op de arbeidsmarkt zijn bedrijven maar al te blij als een geschikte kandidaat wordt gevonden. Maar wat haalt het bedrijf in huis? Kloppen de gegevens vermeld in de sollicitatiebrief of zitten daar hiaten in? Zijn aangeboden afschriften van diploma’s inderdaad een kopie van het echte diploma of is er mee geknoeid?
Het risico van ‘moeilijk doen’ als werkgever bij het aannemen van nieuw personeel betekent allicht dat de kandidaat naar een andere werkgever gaat. Maar de schade die ontstaat wanneer u te lichtvaardig tot een arbeidsovereenkomst komt, kan aanzienlijk groter zijn. Medewerkers krijgen immers toegang tot uw pand, uw bedrijfsinformatie en kunnen over het algemeen snel aan veel gegevens komen. Imagoschade, fraude, verduistering en onrust onder uw personeel kunnen u ten deel vallen wanneer een echte wervingsfout wordt gemaakt. En helaas komt dat maar al te vaak voor.
Wanneer u hiermee rekening houdt, is het al te veel toegeven aan sollicitanten en achterwege laten van de noodzakelijke verificaties onder druk van krapte op de arbeidsmarkt wellicht een onhandige zet, die veel kosten met zich mee kan brengen. Bedenk in dat geval wat een advocaat en een particulier rechercheur kosten.
Begin daarom standaard met het eisen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en laat deze aanvraag vergezellen van een functieprofiel, zodat de verlener van de VOG weet waarop hij moet toetsen voordat de VOG wordt afgegeven. Is er geen functie bekend waarvoor de VOG wordt aangevraagd, dan zal de afweging minder concreet kunnen zijn. Laat ook minimaal drie referenties opgeven en trek deze standaard na, waarbij u aan de opgegeven referentie opgeeft dat deze er een van minstens drie is die zal worden benaderd. Men zal dan niet het gevoel hebben alleen te staan in een negatief oordeel. En betreft het een sleutelpositie, dan is een uitgebreidere screening door een particulier recherchebureau geen luxe.

Gerard Bongers RSE, Security Consultant
Opinie@beveiliging.nl


Keurmerk voor opdrachtgevers
Op het moment van schrijven van deze column zijn er zeventien particuliere beveiligingsorganisaties in het bezit van het Keurmerk Beveiliging. De enigszins rekbare begrippen kwaliteit, uniformiteit en integriteit krijgen hierdoor een meer zichtbare status, naast de bestaande ISO structuren. Als opdrachtgever juich ik dit initiatief van zelfregulering van harte toe. Het imago van de branche wordt hierdoor weer een stuk verbeterd, en dat kunnen we goed gebruiken.

Maar zitten er niet, zoals aan elk verhaal, ook aan dit verhaal twee kanten? Is het niet zo dat de kwaliteit en het imago van de branche wordt bepaald door twee (hoofd)factoren, namelijk opdrachtgever en leverancier? Met andere woorden: zijn we inmiddels toe aan een ‘Keurmerk voor Opdrachtgevers’? Niet op basis van zelfregulering, maar op basis van regelgeving rondom de hoofden beveiliging en security managers van deze wereld. Als ik een electricien nodig heb, dan dient deze in het bezit te zijn van vele accreditaties op het gebied van inhoudelijke kennis, veiligheid et cetera. Terecht, want we willen veilige installaties. Maar het staat bedrijven nog steeds vrij om hun beveiligingsverantwoordelijke aan te stellen op basis van door henzelf bijeengezochte criteria. Beveiligingsverantwoordelijken die samen goed zijn voor vele miljoenen aan budget. Die beslissingen nemen die primair gericht zijn op de veiligheid van een groot deel van de Nederlandse samenleving. In het private, maar meer en meer ook in het publieke domein.
Juist daarom zou bij de overheid de wens aanwezig moeten zijn om ook vanuit haar rol invulling te geven aan deze kant van ons vakgebied en daarmee inzicht te verkrijgen in wie haar partners zijn in de hele veiligheidscyclus. Natuurlijk, ook ik realiseer me dat dit direct vragen oproept. Wanneer dient iemand te vallen onder de regelgeving? Moet de Facilitair Manager, verantwoordelijk voor de portier bij de ingang van zijn of haar onderneming ook de proeven van bekwaamheid doorstaan? Of kijken we naar de reikwijdte van de bevoegdheden? Budget misschien? Vragen die nader onderzoek behoeven, maar het begin mag wat mij betreft gemaakt worden.
Begrijpt u mij niet verkeerd, ik zit niet te wachten op extra regelgeving die het ons allen moeilijker gaan maken ons werk te gaan doen. Maar op Europees niveau gaan al stemmen op en als security manager laat ik me niet graag overvallen. Dus roep ik de Nederlandse overheid nu al op met de branche in gesprek te gaan over dit onderwerp. De toegevoegde waarde zal zich snel openbaren.

Willem van Egmond, Manager Corporate Security & Facilitaire Zaken bij T-Mobile en Securitymanager van het Jaar
Opinie@beveiliging.nl

Concurrerend
De beveiligingsbranche heeft zich de afgelopen jaren in sterke mate geprofessionaliseerd. De wet die bedoeld is om uitwassen en overlast van deze bedrijfstak tegen te gaan, mag dus wel wat worden versoepeld. En dat gebeurt! Een aantal regels is al geschrapt, omdat de extra administratieve lastendruk voor de bedrijven niet opwoog tegen het maatschappelijke nut. Zo is het nu niet meer verplicht om elk jaar de werkzaamheden aan de minister van Justitie te rapporteren. De komende periode gaat mogelijk nog veel meer veranderen.
Een commissie van politie- en justitieambtenaren onderzocht wat er zoal mankeert aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en wat de branche best zelf zou kunnen reguleren. De bevindingen wachten nu op instemming van het kabinet en worden dit najaar aan de Tweede Kamer voorgelegd. Als het parlement akkoord gaat, verdwijnen er aardig wat belemmerende en kostprijsverhogende regels voor de beveiligingsbranche. Dat klinkt positief, maar er zijn ook nadelen. Zo verliest een groot aantal investeringen in kwaliteit een deel van zijn waarde, omdat de wettelijke verplichting wegvalt. Vooral particuliere alarmcentrales zullen dat merken, omdat onder andere de Borg-certificering niet langer verplicht zal zijn. Maar ook de technische eisen voor geld- en waardetransport verdwijnen uit de wet. De kans is groot dat er snel nieuwe spelers zullen komen die dankzij het achterwege laten van voorheen verplichte beveiligingsmaatregelen goedkoper zijn dan de gevestigde bedrijven. Die zullen zich genoodzaakt voelen om eveneens meer risico te lopen om concurrerend te kunnen blijven. Of de veiligheid in Nederland daarmee gediend is, valt zeer te betwijfelen.

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Het stoepje schoonvegen
Steeds vaker word ik bevraagd of cameratoezicht en afsluiting van (bedrijven)terreinen een goede oplossing is en hoe men dat moet implementeren. Daar kan ik in geen enkel geval een sluitend antwoord op geven zonder de wedervraag te stellen wat daadwerkelijk de reden is voor deze vraag met voorgestelde oplossing. Het antwoord blijft vaak verschuldigd. Iedere belanghebbende is gebaat bij een veilig bedrijventerrein of winkelgebied zonder dat men daar veel inspanningen voor wil (of kan) leveren. Het stoepje moet schoon zijn en de rest is bijzaak. Als de techniek een bijdrage kan leveren aan deze wens, is dat voor velen al een geruststelling om ongestoord door te gaan met hun werkzaamheden.
Ondanks al deze technische hulpmiddelen moet een belangrijke schakel in dit geheel niet uit het oog worden verloren: de probleemhouder. De probleemhouder op lokaal niveau is de ondernemer, maar ook de gemeente en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij het streven naar meer veiligheid binnen een bepaald gebied. In samenwerking met elkaar kunnen in eerste instantie de veiligheidsproblemen in kaart gebracht worden en kunnen op basis daarvan maatregelen opgepakt en geïmplementeerd worden. Aansluitend kunnen technische hulpmiddelen aanvullend werk verrichten, daar waar de factor mens tekort dreigt te schieten.
Om een terrein goed te beveiligen zijn derhalve in eerste instantie de parameters noodzakelijk die een rechtvaardiging geven voor de keuze én implementatie van maatregelen. Terugkomend op de vragensteller aan het begin, lijkt er een tendens te ontstaan dat een goede afsluiting van het terrein, aangevuld met cameratoezicht vanzelfsprekend resultaat oplevert. Maar als er achter deze maatregelen geen gedegen basis is voor rechtvaardiging van de gekozen oplossing ontstaat een schijnveiligheid. Bij gedeeld probleemhouderschap en een gedegen samenwerkingsbasis worden impulsieve oplossingen bij voorbaat voorkomen en worden de inspanningen effectief en efficiënt benut om veiligheidsproblemen op een terrein goed aan te pakken.

Rodney Haan, programmamanager Keurmerk Veilig Ondernemen
Opinie@beveiliging.nl 

Nieuwe wereld
Alarm en video over IP. Het lijkt zo simpel. Een UTP-kabeltje in plaats van een traditionele verbinding. Technisch is het ook niet zo moeilijk. Zeker niet als het netwerk gescheiden is van het datanetwerk van het object. Organisatorisch is het een ander verhaal. Er zit een wereld van verschil tussen conventionele alarmtransmissie en alarmering op basis van IP. En de overstap is niet zo snel gemaakt. Behalve dat installerende bedrijven zich nieuwe, gecompliceerde kennis eigen moeten maken, dient ook op een ander niveau met de afnemer gecommuniceerd te worden. Zeker als het gaat om het benutten van de specifieke voordelen van IP, zoals die op het vlak van functionele systeemintegratie.
Als alternatief voor bestaande systemen is IP nauwelijks interessant, want of nu een UTP- of coax-netwerk aangelegd moet worden, maakt weinig uit. Er is pas economisch voordeel te behalen als een bestaand UTP-netwerk kan worden gebruikt, als via IP meerdere locaties in één systeem worden ondergebracht of wanneer meerdere beveiligingstechnieken kunnen worden geïntegreerd. Dat is allemaal niet zo simpel en de reden dat IP maar moeizaam van de grond komt in de beveiligingsindustrie. Fabrikanten breiden hun assortiment allemaal uit met op IP gebaseerde apparatuur, maar analoge spullen zullen voorlopig nog wel blijven overheersen op vakbeurzen en in catalogi. Daar zit de eerste jaren nog genoeg handel in.
Dat uiteindelijk alles IP wordt, is onvermijdelijk. De grootzakelijke markt stelt nu al eisen die alleen met IP zijn in te vullen en telecombedrijven hebben vergevorderde plannen om analoge transmissie binnen enkele jaren niet langer aan te bieden. IP-converters vormen een redelijk lapmiddel, maar wie nog tien jaar actief wil blijven in deze business, kan maar beter snel de stap naar de nieuwe wereld zetten.

Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl

Surveillance society
Bij het College Bescherming Persoonsgegevens rinkelde onlangs de perstelefoon. Bewoners van een villawijk staan te trappelen om cameratoezicht in hun buurt in te voeren. Zo’n systeem is uitermate effectief tegen inbraken en vandalisme, zo weten de burgers: het industrieterrein elders in de stad weet sinds de installatie van een toegangspoort met camera de auto’s met Oekraïense nummerborden daadkrachtig te weren. Daarom willen de villabewoners nu op eigen kosten camera’s plaatsen op alle toegangswegen tot hun buurt. De gemeente, die eerder besloot om geen camera’s in het stadscentrum te plaatsen, vraagt zich alleen af: kan dat allemaal wel zomaar?
Vanuit de Wet Bescherming Persoonsgegevens gezien is het niet van belang wie de rekening betaalt. De gemeente dient, los van het begrijpelijke enthousiasme voor camerabewaking onder de inwoners, een eigen afweging te maken: is de maatregel noodzakelijk met het oog op het handhaven van de openbare orde?
Camera’s kunnen in de publieke ruimte worden toegepast onder verantwoordelijkheid van de burgemeester en onder operationele regie van de politie. Voor particulieren en bedrijven is cameratoezicht niet toegestaan zodra het verder gaat dan de eigen tuin, garage of stoep. Publiek-private samenwerking is mogelijk, maar alleen onder regie en verantwoordelijkheid van de gemeente. Cameratoezicht dient verder noodzakelijk te zijn. De gemeente moet zich in dit geval dus afvragen of het toezicht werkelijk nodig is voor de openbare orde in de villawijk én of dat doel niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
Het voorbeeld van de villawijk laat zien dat cameratoezicht het geobserveerde publiek nauwelijks meer doet fronsen. Ook andere trends die privacyvragen oproepen - identificatieplicht, preventief fouilleren, de OV-chipkaart, het biometrisch paspoort, burgerservicenummer - leiden niet tot demonstraties op het Binnenhof. Het hele arsenaal aan maatregelen brengt net als de voortdurende uitbreiding van camera’s op straat wel het risico met zich mee dat we onbedoeld en ongemerkt een surveillance society binnenwandelen. Onder het wakend oog van de camera, dat wel.

Jacob Kohnstamm, voorzitter CBP
Opinie@beveiliging.nl

Anti-masking gewenst!
Toen ik recent in korte tijd een hele serie winkels en kantoren bezocht, viel mij op dat nagenoeg ieder bedrijf was voorzien van een inbraaksignaleringssysteem, maar dat het gebruik van anti-masking detectie zeker beter kan. Nog zeer veel bedrijven maken gebruik van traditionele passief infra rood detectoren die in een oogwenk te maskeren zijn. Een sticker of wat haarlak is voldoende om de detector niet meer te laten ‘meekijken’. Terugkijkend op mijn verkenningen schat ik dat ik in zeker 20 procent van de bedrijven in staat was geweest om de maskering aan te brengen. De ondernemer verlaat na sluitingstijd zijn bedrijf in de veronderstelling dat hij wordt gewaarschuwd wanneer er onraad wordt gesignaleerd. Helaas voor hem gaat dat dankzij de maskering niet meer gebeuren.
Vaak komt zo’n kwetsbare situatie pas aan het licht na een inbraak. De ondernemer klaagt dat zijn inbraaksignalering niet functioneerde, waarna de installateur of politie vaststelt dat een of meerdere detectoren buiten werking zijn gesteld door deze dicht te maken. Om dit soort ellende tegen te gaan is het verstandig om in ruimten waar publiek zelfstandig kan komen over te gaan tot de vervanging van de bestaande passieve infra rood detectoren door anti-masking detectoren. Deze zijn uitgerust met een voorziening die direct of bij inschakeling van het systeem aangeeft dat de detector niet gereed is voor inschakelen. Hierdoor kan het systeem niet op de traditionele wijze worden ingeschakeld en zal de oorzaak van de blokkering dienen te worden opgezocht.
Voordeel is dat men tijdig wordt gewaarschuwd en niet pas na een geslaagde inbraak achter de maskering komt. Ga eens kritisch na in welke ruimten publiek zelfstandig kan komen en stel vast of daar anti-masking detectie is aangebracht. Is dat niet het geval, neem dan met uw installateur contact op en laat de detectoren vervangen.

Gerard Bongers RSE, Security Consultant
Opinie@beveiliging.nl

Nieuws
Inkoopcombinatie voor particuliere beveiligingsorganisaties

Particuliere beveiliging - Oosterhout - 02 september 2010
Inkoopcombinatie voor particuliere beveiligingsorganisaties
Op 17 september vindt de oprichting plaats van de Nederlandse Security Alliantie. Dit is een coöperatieve vereniging, waarbij zich inmiddels zo’n vijftien kleinere particuliere beveiligingsorganisaties hebben aangesloten. Doelen zijn collectieve inkoop, commerciële ondersteuning bij aanbestedingen en contacten met externe partijen en het bevorderen van onderlinge samenwerking tussen leden. >>

ESF-subsidie voor beveiligingsopleidingen >>
'Justitie betaalt zelden tipgeld' >>
Onderzoek VPB naar beveiligers in toezichthoudende functies op straat >>
Boon Edam gaat entreeproducten leveren voor Erasmus MC Rotterdam >>
Kenteq introduceert 'TBV afstandleren' >>
Convenant OV-verbod van kracht in Rotterdam >>
Voetbalwet van kracht >>
Universiteit van Amsterdam kiest SALTO op Science Park >>
Geen collectieve beveiliging Waarderpolder Haarlem >>
Belang van ontruimingsoefening vaak onderschat >>
Uneto-VNI: zonnepanelen niet gevaarlijk bij brand >>
Winkeliers regio Amsterdam krijgen 'overvallers-les' >>
NS sluit stations Flevoland 's nachts af >>
Marechaussee houdt fouilleeractie op Schiphol >>
Producten
EyeSwipe irislezers lezen iris op grote afstand
Toegangbeheer - Berkel en Rodenrijs - 02 september 2010
EyeSwipe irislezers lezen iris op grote afstand
Hacousto Security Solutions introduceert de EyeSwipe irislezers van het Amerikaanse Global Rainmakers Incorporated op de Nederlandse markt. Elke menselijke iris bevat een uniek patroon en verandert nauwelijks gedurende het leven. Dat maakt identificatie op basis van de iris tot één van de meest betrouwbare methodes. >>

GET Bezoekersregistratie >>
Vernieuwd Prosys soft touch keypad >>
LPS-E dakdetectie GPS Perimeter Systems >>
Bosch 200 serie IP-camera’s >>
Nieuwe serie compacte trillingssensoren Honeywell >>
Dekape presenteert twee nieuwe domes en converter >>
Paxton Multiformat Mifare lezer >>
HD minidome camera Honeywell voor binnen- en buitengebruik >>
EZ View van Samsung >>
TruVision Hybride Digitale Video Recorder TVR60 >>
White Safe mistgeneratoren >>
EDIsecure en IDExpert kaartmanagement systemen >>
Nedap presenteert AEOS 2.4 >>
ARAS Security komt met iPad applicatie voor CamTech CCTV >>
Ecos sleutelkluis voor buitentoepassingen >>