Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Het Nieuwe Werken
Een economische crisis leidt bijna per definitie tot tegengestelde bewegingen. Enerzijds zien we criminaliteit, diefstal en fraude toenemen. Niet alleen nemen ‘gewone’ vermogensdelicten toe, er worden ook meer klant- en organisatiegegevens gestolen. Ook industriële en economische spionage nemen verder toe. Dat een recessie leidt tot meer economische delicten is eenvoudig te verklaren. De economische neergang heeft een sterke invloed op de drie factoren die een rol spelen bij het plegen van fraude: het motief van de daders, de mogelijkheid tot het plegen van fraude en de rechtvaardiging die daders zoeken voor hun daad.
Deze ‘conjuncturele’ trend rechtvaardigt extra aandacht voor beveiliging, controle en toezicht. Een economische crisis kenmerkt zich echter ook door dalende marges en krappere budgetten. Risicomanagement is een voortdurende zoektocht naar effectieve maatregelen tegen zo laag mogelijke kosten. Bezuinigingen kunnen effect hebben op de korte termijn, maar wegen soms extra zwaar in de toekomst. Voorkomen blijft in dit verband altijd beter dan genezen!
Niet alleen de economische crisis heeft invloed op risicomanagement, ook Het Nieuwe Werken blijft zich ontwikkelen. Het Nieuwe Werken wordt bij steeds meer organisaties toegepast, maar in de praktijk blijkt dat risicomanagement vaak nog onvoldoende aandacht krijgt. Uit werkgeversoogpunt is plaats- en tijdonafhankelijk werken een secundaire arbeidsvoorwaarde geworden, maar hoe verhoudt zich dat tot leiding en toezicht? Is er bijvoorbeeld sprake van functiescheiding? Welke functionarissen kunnen/mogen thuiswerken en voor wie is dit niet wenselijk? Daarnaast heeft Het Nieuwe Werken ook meer praktische gevolgen. Flexibele openingstijden van een kantoorpand hebben bijvoorbeeld gevolgen voor de toegangsbeheersing en BHV-organisatie. Bij een incident moet je er niet aan denken dat alle leden uit de calamiteitenorganisatie toevallig een dagje thuiswerken.
In de praktijk zien we organisaties worstelen met (deel)oplossingen, van integraal risicomanagement is lang niet altijd sprake. Veiligheids- en beveiligingsmaatregelen rond Het Nieuwe Werken zijn in sterke mate afhankelijk van de cultuur die binnen een organisatie heerst. Het management en alle medewerkers moeten doordrongen zijn van de belangrijkste veranderende risico’s rond Het Nieuwe Werken en preventief handelen om deze risico’s beheersbaar te houden.
Richard B. Franken RAN
Commercieel directeur Trigion
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Aanpak transportcriminaliteit
Transport en Logistiek Nederland (TLN) is de ondernemersorganisatie van beroepsgoederenvervoerders en heeft circa zesduizend leden. Een van de speerpunten in het beleid is de aanpak van transportcriminaliteit. De sector lijdt jaarlijks 350 miljoen euro directe schade als gevolg van transportcriminaliteit. Gelukkig wordt er op dit moment erg veel gedaan om deze vorm van criminaliteit een halt toe te roepen. Ik noem er een paar.
TLN is blij met het recente besluit van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) om de aanstelling van de Landelijk Officier van Justitie voor transportcriminaliteit tot eind 2012 te verlengen. De minister geeft op deze manier een duidelijk signaal af de aanpak van transportcriminaliteit serieus te nemen. Om transportcriminaliteit effectief een halt toe te roepen, hamert TLN samen met andere partijen zoals TAPA (Transported Asset Protection Association), verladersorganisatie EVO en verzekeraar TVM al geruime tijd op het belang van een landelijke aanpak. Ook na 2012 dient een permanente aanpak van transportcriminaliteit binnen het Openbaar Ministerie en politie te zijn geregeld. Dit kan worden gerealiseerd door een permanente aanstelling van de Landelijk Officier van Justitie voor transportcriminaliteit.
Uiteraard is het bedrijfsleven zelf ook bereid haar verantwoordelijkheid te nemen. Een nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen speelt in de bestrijding van transportcriminaliteit een essentiële rol. Zo is op 9 december 2009 een nieuw convenant ‘Aanpak Criminaliteit Transportsector’ ondertekend. Het convenant heeft tot doel om de transportcriminaliteit beter in kaart te brengen en om maatregelen te ontwikkelen om deze te beperken en verder terug te dringen. In het convenant zijn verschillende afspraken gemaakt om opsporing en vervolging te verbeteren.
Door deze recente ontwikkelingen wordt transportcriminaliteit voortaan gestructureerd aangepakt. Ondernemers in de transport- en logistieke sector doen al heel veel aan preventie. Repressie kan niet achterblijven. Kortom, voor TLN een duidelijk pleidooi voor meer opsporing, vervolging en hogere straffen. Laat met elkaar zien dat we transportcriminaliteit zeer serieus nemen en geef boeven geen kans.
Alexander Sakkers
Voorzitter TLN
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Online schandpaal
Een boete van 25.000 euro voor het openbaar maken van beelden van winkeldieven. Velen zullen het te gek voor woorden vinden. En heeft de overheid zelf ook niet een website met daarop de foto’s van gezochte criminelen? Toch valt er wel iets te zeggen voor het voorstel van het College Bescherming Persoonsgegevens. Want stel dat er een populaire website komt, waarop alle winkeliers hun bewakingsbeelden met vermeende winkeldieven gaan publiceren. En stel dat u erop staat, terwijl u in een winkel uw telefoon in uw zak steekt nadat u gekeken heeft wie er een sms-je heeft gestuurd. Of dat er een vermeende dief op staat die verdacht veel op u lijkt. We weten allemaal hoe het gesteld is met de kwaliteit van de meeste CCTV-systemen. Een vergissing is zo gemaakt en dan is het aan u om aan uw familie, vrienden, collega’s en werkgever uw onschuld te bewijzen. Geen prettig vooruitzicht. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook bewakingsbeelden die boven elke twijfel verheven zijn. Waarop expliciet is te zien hoe goederen worden ontvreemd, een portemonnee wordt gerold of iemand wordt bedreigd. Tegen publicatie van dergelijke beelden zal doorgaans weinig bezwaar zijn. Ze worden zelfs uitgezonden op televisie, in programma’s zoals Opsporing Verzocht. Maar daar is dan wel een proces van zorgvuldige analyse aan vooraf gegaan. Het zou goed zijn als er een instantie kwam die objectief kan beoordelen of bewakingsbeelden betrouwbaar genoeg zijn om op een online schandpaal gepubliceerd te mogen worden. Op die manier zijn gevoelige misverstanden te voorkomen, terwijl toch bereikt wordt dat potentiële slachtoffers gewaarschuwd worden en de meeste dieven eerst eens zullen nadenken voordat zij voor het oog van de camera toeslaan. Bovendien is een dergelijke maatregel voor winkeliers en andere risicovolle ondernemers een goede stimulans om eens in een behoorlijk bewakingssysteem te investeren. Dan hoeft de kijkers van Opsporing Verzocht niet meer gevraagd te worden een schim te identificeren.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Bouwbesluit 2012
Er is veel kritiek op het Bouwbesluit 2012. In deze Algemene Maatregel Van Bestuur zijn het Bouwbesluit 2003 en het Besluit Brandveilig Gebruik Bouwwerken 2010 geïntegreerd om zo de administratieve regeldruk terug te dringen. Hoewel dit laatste wordt toegejuicht, stelt de nieuwe regelgeving sommige branches ook voor grote uitdagingen. Zo voldoet volgens de Stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw vanaf volgend jaar vrijwel niet een zorggebouw meer aan de regels en worden kosten voor aanpassing landelijk begroot op ruim vijf miljard euro. Dat komt onder andere door de nieuwe definities van verblijfsgebieden, brandcompartimenten en vluchtroutes. Ook de brandbeveiligingssector is niet content met het Bouwbesluit 2012. Vooral omdat in veel situaties de verplichte doormelding van alarm aan de brandweer komt te vervallen. Deze eis geldt straks alleen nog voor gebouwen waar mensen slapen die bij brand niet in staat zijn zichzelf in veiligheid te brengen. Als belangrijkste reden voor deze wijziging wordt het grote aantal nodeloze meldingen van automatische brandmeldinstallaties genoemd. De brandweer rukt om deze reden jaarlijks vijftigduizend keer voor niets uit. Natuurlijk is dat onacceptabel, maar het is ook de vraag of beperking van de eisen voor doormelding de enige oplossing is voor dit probleem. Stel dat achteraf blijkt dat zelfredzaam geachte personen toch wat minder zelfredzaam blijken te zijn geweest. Met de huidige technologie is het fenomeen nodeloze brandmeldingen veel slimmer aan te pakken. Op het moment weet de brandweer alleen dat op een bepaalde locatie het brandalarm is geactiveerd. Pas ter plaatse kan men nagaan wat er werkelijk aan de hand is. Dat is technologie van honderd jaar oud. Door alleen al eenvoudige en zeer betaalbare videoverificatie aan brandmelders toe te voegen is de overlast al aanzienlijk terug te dringen. Daarvoor pleiten lijkt mij beter dan alleen maar kritiek leveren en intussen installaties blijven bouwen die maar in 2 procent van de gevallen een terechte melding geven.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Brand... elke seconde telt!
Vertegenwoordigers van brandweermedewerkers en de brancheorganisatie NVBR zochten recent het nieuws. Door regionalisering van en bezuiniging bij de brandweer zullen bij grote branden vaker dodelijke slachtoffers vallen. Aanrijtijden van de brandweer zullen worden opgerekt tot de uiterste grens van achttien minuten, voorspellen vakbonden. Minuten? Bij brand telt iedere seconde!
De laatste Brandweerstatistiek van het CBS leert dat de gemiddelde opkomsttijd tien minuten bedraagt. Deze opkomsttijd is in 12 procent van de gevallen al hoger dan zestien minuten. Toch heeft de brandweer een punt. Ook VEBON vreest meer slachtoffers als gevolg van brand. En er is nog een reden voor zorg. Minister Donner staat op het punt om het nieuwe Bouwbesluit door de Tweede Kamer te loodsen. Dit gaat ervoor zorgen dat de reactietijd van de brandweer nog verder gaat toenemen. Donner schrapt namelijk 70 procent van de automatische branddoormeldingen naar de brandweer. Dat scheelt fors in de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Penny wise, pound foolish!
Want wat betekent deze maatregel? In veel publieke gelegenheden, zoals theaters, bioscopen en hotels, maar ook bij kinderdagverblijven zal in geval van brand geen automatische doormelding naar de brandweer meer plaatsvinden. Wordt een brand door het brandmeldsysteem gedetecteerd, dan zal de brandweer niet meer direct de melding ontvangen en dus niet of later in actie komen. De lokale organisatie, indien aanwezig, moet eerst in actie komen en mag pas 112 bellen na het vaststellen of er een echte brand is.
Als de plannen van het kabinet doorgaan zijn er in de toekomst niet alleen minder bemande regionale kazernes, maar worden ook veel automatische alarmen geschrapt. Beide politieke keuzes hebben tot gevolg dat de brandweer later wegrijdt van de brandweerkazerne en langere aanrijtijden heeft. Vele kostbare minuten gaan in het proces verloren en het risico op doden en gewonden neemt substantieel toe.
Een burger moet meer zijn eigen verantwoordelijkheid nemen, maar wat dan en hoe dan is onduidelijk. Ondertussen wordt al bezuinigd door het afstoten van korpsen en het schrappen van automatische doormeldingen! In de directe toekomst moet men vertrouwen op een kaalgeslagen brandweerorganisatie met ontevreden vrijwilligers. Dat geeft geen brandveilig gevoel.
Erwin Schoemaker
Directeur VEBON
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Invloed
Er wordt regelmatig beweerd dat bewakingscamera's geen invloed hebben op de veiligheid. Natuurlijk is het zo dat een camera niet zoals een agent kan ingrijpen als zich een incident voordoet. Maar er zullen intussen genoeg gedetineerden zijn die grondige spijt hebben dat ze de techniek over het hoofd hebben gezien of niet serieus hebben genomen. En zolang die mensen achter de tralies zitten, is het toch weer een stukje veiliger in de samenleving.
Er zijn er meer die er zo over denken, getuige de enorme opmars die cameratoezicht de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. De mogelijkheden nemen ook hand over hand toe. De beeldkwaliteit wordt beter, maar wat wellicht nog belangrijker is, is dat camera's onderdeel worden van een informatiesysteem. Dat geldt zeker voor IP-camera's die via een beveiligde verbinding over een openbaar netwerk zijn te benaderen. Jammer alleen dat maar weinigen profiteren van de beelden. Want het is allemaal nog steeds Closed Circuit.
Er zou een aantal veranderingen moeten komen, die de effectiviteit van cameratoezicht nog aanzienlijk zouden vergroten. Zo zou het goed zijn als de politie veel makkelijker kon beschikken over beelden die met particuliere camera's van het (semi)publieke domein zijn gemaakt en waarop mogelijk vluchtende overvallers zijn te zien. Met IP-camera's met eigen webserver is dat technisch goed uitvoerbaar. De politie kan de omgeving live observeren, maar bij camera's met eigen geheugenopslag kunnen ook de beelden van een bepaald tijdstip worden opgevraagd. Van belang is dan wel dat die camera's ook de omgeving mogen observeren. Nu mag veelal slechts een heel klein stukje van het publieke domein worden waargenomen. Wat is erop tegen om de hele straat in beeld te hebben, als je ook met het blote oog de hele straat kan observeren? Natuurlijk dienen grenzen gesteld te worden aan wat de politie mag, maar het wordt een ander verhaal als het om zeer zware misdrijven gaat. De techniek is er feitelijk klaar voor. Nu wordt het tijd voor politieke acceptatie. Het zal wat jaren gaan duren, maar dan zullen al veel minder mensen nog beweren dat camera's geen invloed hebben op de veiligheid.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Symboliek
De telefoonproviders haalden recent het nieuws. Wat was er aan de hand? Het bleek heel gemakkelijk om van elkaar - en dus ook van ministers - de voicemail op afstand af te luisteren. Hoffmann werd veelvuldig om een reactie op ‘voicemail-gate’ gevraagd. Waarom Hoffmann? Omdat wij geregeld onderzoek verrichten naar misbruik van mobiele telefoons en andere communicatievoorzieningen, via internet bijvoorbeeld.
Bij die onderzoeken doen zich grofweg twee belangrijke ontwikkelingen voor. De eerste is de meest klassieke waar het gaat om risicomanagement. Namelijk: het gebrek aan awareness, ofwel onvoldoende bewustzijn over de risico’s op fraude. We gaan ervan uit dat bedreigingen ons, onze organisatie of ons land niet zullen treffen. En, daar komt dan gelijk de tweede trend: om die reden onderzoeken wij niet alle risico’s. Of laten we die niet door experts onderzoeken.
Deze tijd kent net zulke grote, of zelfs grotere dreigingen dan voorheen. Zo wordt veel persoonsinformatie van internet gestolen, bijvoorbeeld uit gegevens die social media-gebruikers met elkaar delen op Facebook of LinkedIn. De cybercriminelen verhandelen de data vervolgens in een ver ontwikkelde ondergrondse economie op internet. Een ander nog groter risico: strategische kennis die ‘gewoon’ via de ICT-route weg lekt naar de concurrentie en buitenlandse mogendheden. Er bestaat zoals bekend bijvoorbeeld al langere tijd een donkerbruin vermoeden dat groepen hackers georganiseerd vanuit China opereren. De kennis die via deze route wordt gestolen is niet alleen van commercieel belang, maar kan zelfs van nationaal belang zijn, aldus de AIVD. In dat opzicht lijkt voicemail-gate haast symbolisch te staan voor het gebrek aan awareness.
Als je weet en je dus realiseert dat je risico’s loopt, dan weet je vaak ook dat er wat aan te doen is. Maak deze fenomenen daarom bespreekbaar. Dat zorgt voor de juiste attitude en dan creëer je vanzelf een hogere drempel ten opzichte van de risico’s.
Richard Franken
Directeur Hoffmann Bedrijfsrecherche en commercieel directeur Trigion
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Focus on Cash
Chartaal geld is een veiligheidsrisico dat beheersbaar en efficiënter gemaakt kan worden. De mens is al sinds jaar en dag de motor van de chartale geldstroom. Sinds de jaren vijftig zijn er allerlei initiatieven binnen de financiële wereld geweest die moesten bijdragen aan een veiliger, goedkoper en efficiënter betalingsverkeer. We kennen ze allemaal wel: de groene betaalkaarten, eurocheques, pinpassen, creditcards, chipknips en telefonisch betalen. Geen van deze ontwikkelingen heeft tot nu toe bijgedragen dat het volume, aan het in circulatie aanwezige euro's, afnam.
Ook de crisis heeft bijgedragen aan het vergroten van de in omloop zijnde biljetten. De waarde hiervan nam in korte tijd zelfs toe met meer dan 10 procent. Ondanks de sterke groei van het aantal betalingen met pinpas, worden de meeste transacties nog steeds met contant geld betaald. Ongeveer 70 procent van alle betalingen wordt nog steeds contant afgerekend, blijkt uit onderzoek van DNB uit 2009. Nieuwe ontwikkelingen zoals het verder stimuleren van pinpas gebruik en 'pin-only'-kassa's lossen het wezenlijke probleem van een veiliger, goedkoper en efficiënter betalingsverkeer dus niet op. Daarom nog steeds de 'Focus on Cash'. De mogelijkheid om met contant geld te betalen zal altijd aanwezig moeten blijven, stelt ook de Consumentenbond. Hiervoor moeten dus goede beheersbare, efficiënte en veilige oplossingen worden geboden. Daarom zal er naast de focus op het stimuleren van het gebruik van pinpassen ook een focus gelegd moeten worden op cash.
De leden van de VGW (Vereniging Geld- en Waardeberging) zijn als geen ander bekend met vraagstukken rondom het veilig bergen en efficiënt verwerken van waarden. Verscheidene leden hebben in de loop van de afgelopen jaren specifieke systemen en oplossingen ontwikkeld die al een wezenlijke bijdrage leveren aan deze 'Focus on Cash'. De VGW draagt daarmee, met haar professionele en vakkundige leden, bij aan een mogelijke oplossing voor het beheersen van de chartale geldstroom en het creëren van een veilig gevoel daaromheen.
Cor van den Hondel
Voorzitter Vereniging Geld- en Waardeberging (VGW)
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Uitdagende kwestie
Kunnen beveiligingsbedrijven wel beveiligen? Dat is de titel van een door BEVEILIGING georganiseerd debat, dat dinsdag 15 maart plaatsvindt op het SSA Podium, tijdens Safety & Security Amsterdam 2011 in Amsterdam RAI. Natuurlijk kunnen de meeste bedrijven uitstekend werk leveren, wat alleen al blijkt uit de grote behoefte aan certificering en keurmerken in de branche. Maar geven klanten de bedrijven ook voldoende de ruimte om een goed product aan te bieden?
In deze sector is het vaak de patiënt die de dokter vertelt welke medicijnen hij moet voorschrijven. De enige kennis die men van de leverancier verlangt is wat het gaat kosten. Het bestek staat dan al vast. Daar komt nog bij dat vaak gestuurd wordt op budget en op bestaande risico's en dat men verwacht met technologie elk probleem de baas te kunnen. Het is aan de industrie om de aanwezige, hoogwaardige kennis beter in de markt te positioneren. Dat is absoluut noodzakelijk, want het is voor klanten nog veel te moeilijk om in te zien wat zij vooral op het gebied van expertise van beveiligingsorganisaties mogen verwachten.
Dan is het begrijpelijk dat men zelf de 'kennis' ontwikkelt en vervolgens op zoek gaat naar een leverancier die voor zo weinig mogelijk geld de gewenste ondersteuning kan bieden. Sommige bedrijven zullen daar vrede mee hebben, omdat commercie natuurlijk ook niet onbelangrijk is. Het risico dat daarbij ontstaat is dat een ondeugdelijk product wordt geleverd om te voorkomen dat een concurrent met een lagere prijs de opdracht in de wacht sleept. Als het vervolgens mis gaat en de klant slachtoffer wordt van criminaliteit of brand, wijzen de beschuldigende vingers al snel richting beveiligingsbedrijf en als het tegenzit naar de hele branche. De oplossing ligt niet voor de hand. De klant is nu eenmaal koning. In andere branches lukt het specialisten echter wel om vraag naar expertise te creëren. Wilt u meedenken over deze uitdagende kwestie? Zorg dan dat u dinsdagmiddag 15 maart rond 14.00 uur bij het SSA Podium aanwezig bent en denk mee met de topmensen uit onze sector!
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Discussieer mee op het Beveiliging Management Platform op LinkedIn.
Zorgwekkend
Binnen bedrijven worden inbraken steeds vaker afgedaan als acceptabel risico. De kroonjuwelen, ofwel de vitale data, is veilig opgeslagen in een externe databurcht en het geld staat op de bank. Een inbraak is dus irritant, maar beïnvloedt doorgaans niet de bedrijfscontinuïteit. Anders ligt dit in de particuliere sector. Zelfs als niets gestolen wordt, heeft een woninginbraak grote impact op de bewoners. Zorgwekkend is dat het de inbrekers tegenwoordig steeds minder vaak om het tafelzilver te doen is. Ook wordt men steeds minder bang voor een confrontatie met de bewoners. Soms is het juist om die confrontatie te doen. Dan is men niet uit op juwelen of stereoapparatuur, maar willen de indringers de sleutel van de snelle Golf die voor de deur staat. Of men bedreigt een paar arme, oude sloebers met de dood als niet heel snel de pinpas met code wordt afgegeven. Juweliers lopen het risico dat zij onder bedreiging met de indringer naar hun winkel moeten om de handelsvoorraad af te geven. De traditionele inbraakbeveiliging is niet berekend op deze nieuwe, snel toenemende vorm van criminaliteit. Dan blijkt weer hoe belangrijk O-maatregelen zijn. Als voor woningovervallers niet wordt opengedaan, scheelt dat al enorm. Ook zou het handig zijn als vanaf een bepaald risico met kleine camera’s wordt gewerkt, die beelden opslaan op een locatie die voor de indringers niet toegankelijk is, zoals een extern datacentrum. Nu is men voor een fysiek signalement vaak afhankelijk van de beroerde beelden die camera’s van geldautomaten van de dader maken, als deze de gestolen pinpas gebruikt. Die beelden zijn beroerd, omdat een of andere norm schijnt voor te schrijven dat in het beeldscherm geen camera geïnstalleerd mag worden, wat technisch wel mogelijk is. Maar belangrijker nog is een publiekscampagne, waarin gewezen wordt op het toenemende risico van woningovervallen. Dit is een taak voor de overheid, maar het zou ook de beveiligingssector sieren als deze in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen een dergelijke campagne zou opzetten. Dat biedt ook nog interessante commerciële perspectieven.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Geluk
Het is merkwaardig dat beveiliging vaak onder het facility management valt. Als het puur gaat om de zorg voor sloten en andere technische hulpmiddelen, is dat beleid nog wel te verdedigen. Dat soort zaken vormt nu eenmaal onderdeel van het gebouw, waarin de facility manager is aangewezen als de persoon die het in goede en functionele staat dient te houden. Maar hoe belangrijk en onmisbaar die sloten en andere technische hulpmiddelen mogen zijn, ze vormen niet meer dan de gereedschappen van de beveiliging. Voor de juiste keuze en hantering daarvan is naast degelijke vakkennis beslist ook een zwaar stuk zeggenschap binnen de organisatie vereist. Op zijn beurt dient de manager zeer goed te beseffen wat belangrijk is voor de organisatie. Wat kan de continuïteit negatief beïnvloeden? Welke procesonderdelen zijn vitaal? En welke middelen zijn niet of zeer moeilijk te vervangen na een incident? Een effectief beleid op dat gebied gaat aanzienlijk verder dan het contractmanagement voor het onderhoud van brandblussers en het inhuren van particuliere beveiligers. Het is bovendien beleid dat integraal draagvlak binnen de organisatie vereist. Verschillende facility managers hebben dat goed begrepen en maken intussen deel uit van de directie. Op hoog niveau analyseren zij voortdurend de processen en de maatschappelijke ontwikkelingen die daar een ongewenste invloed op kunnen uitoefenen. Opvallend is dat deze mensen het vak meestal ‘on the job’ hebben geleerd. Daarnaast wordt dan vaak nog een aantal gespecialiseerde opleidingen gevolgd. In de regel ligt daaraan een grote affiniteit met het aspect beveiliging ten grondslag, wat wel blijkt uit het feit dat de vakinhoudelijke ontwikkeling meestal op eigen initiatief plaatsvindt. Het is dan nog een uitdaging om de beoogde aanpak door de gehele organisatie en dan met name het topmanagement gedragen te krijgen. De facility manager kan het tenslotte niet alleen. Om de organisatie veilig te krijgen is naast de juiste technische maatregelen tenslotte een organisatiebrede attitude vereist. Organisaties die zo’n beveiligingsbewuste facility manager ontberen mogen zich wel eens afvragen of de goede gang van zaken de afgelopen jaren niet slechts een kwestie van geluk is geweest.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Goud in Veiligheid
Meer dan zeventig overvallen, waaronder één met dodelijke afloop. Dat is de trieste balans van de veiligheidssituatie bij de circa 1400 juweliers in Nederland in het nu bijna afgelopen jaar. Een branche die in de Nederlandse detailhandel een van de best beveiligde genoemd kan worden. Een branche ook die zwaar moet investeren op het gebied van veiligheid. Jaarlijks wordt de beveiliging van het pand bekeken en zo nodig aangepast aan de nieuwe eisen.
Bij juweliers gaat het meestal niet om geld, maar om goederen. Goederen met op dit moment een hoge smeltwaarde en goederen die ook gemakkelijk kunnen worden doorverkocht. Helaas heeft heling geen grote prioriteit bij de Nederlandse justitie en floreert de tweedehands handel als nooit tevoren.
Nog steeds zijn er zo’n tien gemeenten in Nederland die niet of nauwelijks medewerking geven op het gebied van veiligheid, afgifte van vergunningen voor rampalen en ook dichte rolluiken voor juweliers behoren in die gemeenten vaak niet tot de mogelijkheden. Het afgeven van vergunningen voor waardetransport om voor de deur waardepakketten af te geven, wordt als niet belangrijk beoordeeld. Met name de weging van veiligheidsaspecten bij de beoordeling van vergunningaanvragen wordt door een groot aantal gemeenten onderschat.
Dit alles is tegen het advies in van het rapport ‘Goud in Veiligheid’. Dit rapport is opgesteld door de Commissie Veiligheid Juweliersbranche. Deze commissie heeft in opdracht van toenmalig minister van Justitie Donner de veiligheid in de juweliersbranche onderzocht. In die commissie zaten vertegenwoordigers van de overkoepelende brancheorganisatie Federatie Goud en Zilver, gemeenten, de politie en de ministeries van Justitie en BZK. Minder bureaucratie en praktische oplossingen moeten de juweliersbranche in staat stellen zich beter te beveiligen. Een groot aantal preventieve maatregelen, verbeterde samenwerking tussen politie, gemeenten en juweliers en vooral aandacht voor de overvalproblematiek van politie en Openbaar Ministerie moeten de veiligheid van de juweliersbranche vergroten.
De branchebrede Beveiligingscommissie van de Federatie Goud en Zilver zal zich blijven inzetten om de juweliers in Nederland van alle mogelijke adviezen te voorzien en daar waar mogelijk te ondersteunen bij het aanvragen van de nodige vergunningen. Het is een lange en niet gemakkelijke weg, maar voor alle betrokkenen in de branche zeer de moeite waard.
John Wielinga
Voorzitter Beveiligingscommissie Federatie Goud en Zilver
Krachtige taal
We hebben een ministerie van Veiligheid. En dat is een goede zaak. Het is een bewijs dat de regering aan veiligheid een hoge prioriteit toekent. Als de minister van Veiligheid en Justitie aan het woord is, klinkt dat veelbelovend. Krachtige taal en krachtige maatregelen. Maar wat kunnen we werkelijk verwachten? Eind november werd in de Kamer de magere begroting van het nieuwe ministerie besproken. Uit dat debat bleek al snel dat het stukken veiliger gaat worden, zolang het de overheid geen extra geld kost. Zowel straatcriminaliteit als georganiseerde misdaad en cybercrime worden harder aangepakt. 40 procent van de criminele organisaties zal worden opgerold en de pakkans voor criminelen gaat met 25 procent omhoog. Wie iemand met een publieke taak aanvalt kan op dubbele straf rekenen. Winkeliers vallen hier niet onder, maar wel krijgen overvallers straks minimaal drie jaar celstraf en een jaar extra als ze met een vuurwapen hebben gedreigd. Bovendien zal van de overvallers 50 procent meer worden ingerekend. Hoe? Door de politie van 25 procent van het bureauwerk te verlossen. De minister zegt ook preventie belangrijk te vinden. Maar intussen wordt overal de geldkraan dichtgedraaid. Jeugdgevangenissen sluiten, de Montfransgelden waarmee gemeenten onder andere cameratoezicht kunnen bekostigen worden afgeschaft, extra politiesterkte blijft uit, het aantal brandweermannen op een tankautospuit gaat mogelijk van zes naar vier en de regionalisering van de brandweer is op de lange baan geschoven. Handhaving van brandveiligheid wordt ook minder en gebouweigenaren mogen steeds meer zelf bepalen hoe zij gebouwen veilig maken. Voor de beveiligingsbranche is het goed nieuws. Privatisering van gevangenissen wordt onderzocht en mogelijk vanaf 2011 ingevoerd. Er komen geen gemeentelijke toezichthouders met politietaken. En met de particuliere beveiligingsbranche wordt gesproken over samenwerking in het houden van fysiek toezicht en het uitwisselen van expertise tussen politie en beveiligers. Kortom: voor de private veiligheidssector is er behoorlijk wat werk aan de winkel!
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Déjà vu
Begin oktober toonden 1078 bedrijven uit 38 landen hun beveiligingsproducten aan 42.000 geïnteresseerden uit 113 landen. Dat was tijdens het grootschalige evenement Security 2010 in het Duitse Essen. Voor veel bezoekers was het een tweejaarlijkse déjà vu. Veel bedrijven stonden weer op dezelfde plaats en leken op het eerste gezicht ook dezelfde producten te presenteren. Een nadere beschouwing bracht echter vele vernieuwingen aan het licht. En tijdens gesprekken werd soms heimelijk een tipje van de sluier opgelicht over innovaties die men nog even voor de vele nieuwsgierige Chinese ogen verborgen wilde houden. Een interessante beurs dus, ook al was het niet makkelijk om uit het enorme aanbod de noviteiten te filteren. Echt vernieuwende technologie is mij niet opgevallen. Wel worden bestaande producten steeds verder verbeterd, waarbij het accent ligt op installatie- en bedieningsgemak. Manuren zijn duur en schaars en die wil men dus zoveel mogelijk beperken. Dat gebeurt door een steeds verdergaande installatie- en onderhoudsvriendelijkheid. Er kan ook steeds meer op afstand worden geregeld, waarbij een smartphone veelal volstaat. Bij steeds meer management-systemen worden tegenwoordig apps voor de iPhone en Android geleverd. Die toenemende digitalisering brengt veel mogelijkheden met zich mee, die beveiligingstechniek voor steeds grotere groepen interessant maakt. De keerzijde is dat de nieuwe techniek nog niet voldoende aansluit op de kennis en ervaring van traditionele beveiligingsspecialisten. Op zich zijn IP-systemen niet ingewikkeld, maar ze vereisen een andere manier van denken bij zowel het installeren als verkopen. Als traditionele beveiligingsbedrijven hier niet in meegaan, zullen andere partijen, zoals de ICT-sector, op de groeiende behoefte in de afnemersmarkt inspelen. Tijdens Security 2010 was nog zeer veel traditionele technologie te zien, maar wat vernieuwingen betreft lag het accent duidelijk op IP en software. Wie dat nog als hype beschouwt, zou wel eens heel snel de boot kunnen missen.
Vincent Vreeken
Hoofdredacteur BEVEILIGING
Janssen of Jansen
Nauwelijks van echt te onderscheiden zijn ze: de nieuwste generatie valse facturen. Toch is dat niet het grootste probleem. Het gevaar van deze nieuwe vorm van declaratiefraude is meer gelegen in de uitvoeringswijze. De ‘genialiteit’ ervan ligt in de eenvoud. De creatieve geesten erachter hanteren kortom het KISS-principe (Keep It Simple, Stupid). Net zoals de fraudeurs met handtekeningen op de ouderwetse bankgiro-overschrijvingsformulieren deden, gebruiken ook deze criminelen handlangers in de organisaties waarvan ze de rekeningen vervalsen. Deze komen doorgaans als ingeleend personeel binnen, maar ook corrupte of zelfs gechanteerde medewerkers voeren de hand- en spandiensten uit.
De handlangers zijn geen totale nitwits omdat ze zich staande moeten houden bij de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden - op de Administratie bijvoorbeeld. Daar kopiëren ze klantbestanden en maken een studie van de administratieve procedures en notaopmaak. Met deze kennis worden de valse facturen gemaakt en verstuurd, uitsluitend naar de klanten van de valide organisatie nota bene. Maar de soep wordt nog heter gegeten. Deze facturen worden namelijk veel vaker verstuurd in periodes dat organisaties minder alert zijn of onder een vorm van organisatiestress leiden. Tijdens de jaarafsluiting bijvoorbeeld, in vakantietijd, of bij financieel zwaar weer.
De vervalste facturen zijn in hun simpelheid geavanceerd. De subtiele wijzigingen in de bedrijfsnaam vallen niet direct op. Wat dacht u van ‘Janssen’ of ‘Jansen’? De kans is groot dat de afwijkende bedrijfsnaam als typefout wordt afgedaan, en dan is het kwaad geschied. Als dan enige vorm van validatie aan de factuur wordt gegeven, kruipt de fraude als een worm verder. De typefout is vooral aannemelijk omdat het gespuis hun zogenaamde verhuizing en wijziging van het bankrekeningnummer al per mail had aangekondigd. En ook die mail is overtuigend omdat deze vervalst is met behulp van de interne handlangers.
De dekmantel achter de fictieve organisaties achterhaalt u niet met een controle van het Kamer van Koophandel-nummer want daar hebben ze zich met een stroman en postbusnummer laten inschrijven. Maar het komt niet eens in u op om dit te controleren want het ziet er allemaal keurig netjes uit. U staat er dus niet bij stil maar u heeft wel het nakijken.
Jos Meekel
Operationeel directeur Hoffmann
Slachtoffers
Je bent slachtoffer geworden van een misdrijf, bijvoorbeeld van een overval. Na het doen van aangifte vraagt de medewerker van de politie of Slachtofferhulp Nederland contact met je mag opnemen. Je aarzelt even en denkt na of je slachtofferhulp wel nodig hebt, maar zegt vervolgens ja. Binnen twee werkdagen belt een medewerker van Slachtofferhulp Nederland je op en legt uit wat zij voor je kunnen betekenen. Slachtofferhulp Nederland helpt op praktisch, juridisch en emotioneel gebied.
Uitgangspunt daarbij is het gegeven dat slachtoffers in het algemeen weerbare mensen zijn, die na het misdrijf een steuntje in de rug nodig hebben om weer stevig in hun schoenen te kunnen staan. Medewerkers van Slachtofferhulp Nederland zijn daarbij behulpzaam. Zo kunnen ze je na een inbraak helpen met praktische zaken, zoals het inventariseren van de schade en het invullen van verzekeringsformulieren. Als de politie een verdachte heeft gearresteerd kan Slachtofferhulp Nederland je helpen met juridische diensten, zoals het invullen van een voegingsformulier als je de schade wilt verhalen op de dader. Of bij de voorbereiding van het uitoefenen van het spreekrecht in de rechtszaal. De meeste diensten worden verleend door vrijwilligers. Dat word je niet zomaar. Er is een stevige selectieprocedure, je moet minimaal een dag per week beschikbaar zijn en je moet een basiscursus volgen voordat je aan de slag mag. Daarna volgen verdiepingscursussen.
Voor de zwaarste delicten - moord en doodslag - heeft Slachtofferhulp Nederland casemanagers voor de nabestaanden. Beroepskrachten, want ze moeten hun agenda kunnen inrichten naar de noden van de nabestaanden. Casemanagers helpen nabestaanden onder andere met praktische zaken (bijvoorbeeld bij het zoeken naar oplossingen voor financiële problemen bij het wegvallen van inkomen). Als er een proces komt, dan helpt de casemanager de nabestaanden door hen uit te leggen wat zij in rechtszaal kunnen verwachten.
Slachtofferhulp Nederland doet haar werk in opdracht van het ministerie van Justitie en de Nederlandse gemeenten. Wanneer nodig verwijst ze slachtoffers door naar bijvoorbeeld de gezondheidszorg of de advocatuur. Het besef dat slachtoffers goed moeten worden geholpen is de afgelopen jaren gegroeid. Maar een slachtoffer is het beste af wanneer hij of zij geen slachtoffer wordt: een mooie opdracht voor de beveiliging.
Victor Jammers
Directeur Beleid Slachtofferhulp Nederland
Maatschappelijk gezicht
Beveiligingsproducten kunnen veel leed voorkomen. Maar het is nooit voor honderd procent uit te sluiten dat iemand slachtoffer wordt van een incident. Dat valt de leverancier van het beveiligingsproduct wellicht niet te verwijten, maar dat betekent niet dat die zich niet betrokken hoeft te voelen. Maar hoe toon je als leverancier die betrokkenheid? Die vraag is de gedachte geweest achter de oprichting van de Share for Care Foundation, een initiatief van branchevereniging VEBON.
Share for Care biedt financiële ondersteuning aan niet gesubsidieerde organisaties die opkomen voor slachtoffers van ernstige incidenten. Natuurlijk kan een beveiligingsorganisatie besluiten rechtstreeks giften te storten. Dat juich ik ook bijzonder toe. Maar dan wordt een aantal mogelijke voordelen van het initiatief niet benut. Andere bedrijven worden niet gestimuleerd om hetzelfde te doen en het maatschappelijk ondernemen is minder goed zichtbaar voor opdrachtgevers die daar waarde aan hechten. Met de Share for Care Foundation kunnen beveiligingsbedrijven laten zien dat het hen niet alleen om winstbejag te doen is en dat de betrokkenheid niet ophoudt nadat het product is geleverd. De bedrijven bekommeren zich om veiligheid tot en met de zorg voor slachtoffers. Die betrokkenheid geeft een maatschappelijk gezicht aan de beveiligingsindustrie. Maar zo’n maatschappelijk gezicht kan niet alleen uit mooie woorden bestaan. Er is geld nodig om organisaties te ondersteunen. Via de Foundation wordt dat geld bijeen gebracht, maar Share for Care helpt ook door activiteiten te organiseren waarmee bedrijven hun maatschappelijke betrokkenheid zichtbaar kunnen maken aan klanten. In juni vond bijvoorbeeld het golftoernooi Safety & Security Masters 2010 plaats, dat 6500 euro voor de brandwondenstichting opleverde.
In november wordt voor de tweede keer het VEBON Share for Care Gala gehouden. Het eerste gala in 2008 leverde 67.500 euro op voor de Nederlandse Brandwonden Stichting en het Fonds Slachtofferhulp. Het was qua sfeer en ambiance een heel speciale avond. Concurrerende ondernemers sloegen de handen ineen en toonden zich één sector die ergens voor staat. Vooral ook richting hun opdrachtgevers, die zij die avond te gast hadden. Ik roep alle bedrijven die zich voor het gala op 6 november nog niet hebben ingeschreven van harte op dit alsnog te doen. Het is een unieke gelegenheid om zich in de aanloop naar het gala en op de avond zelf te profileren!
Dorine Burmanje
Voorzitter Foundation Share for Care
www.share-for-care.nl
Handig
Een toegangpas is een handig ding. Hij opent precies de deuren die ermee geopend mogen worden en dat is nog maar een basisfunctie. Met moderne smartcards is nog veel meer mogelijk. In sommige organisaties kan men ermee inloggen op het netwerk, zonder dat een ingewikkeld wachtwoord onthouden hoeft te worden. Smartcards worden ook gebruikt voor interne betalingen, toegang tot bepaalde kasten en voor het starten van machines en processen. Heel mooi allemaal en vooral heel handig, zolang erbij stil gestaan wordt dat zo’n praktisch stukje plastic ook in verkeerde handen kan vallen. Iemand kan zijn smartcard verliezen, maar het machtige kaartje kan ook gestolen worden of erger nog, door een rancuneuze werknemer worden verkocht aan iemand met kwade bedoelingen. De ‘vermissing’ wordt dan meestal opgemerkt nadat het kwaad is geschied. En zeker als de kaart met opzet bij de verkeerde persoon terecht is gekomen, zal de schade niet gering zijn. Hoe makkelijk kan
bedrijfsspionage worden? Of het nu om oude vertrouwde sleutels gaat of om de meest geavanceerde smartcard, het is goed om erbij stil te staan welke enorme waarde deze kan vertegenwoordigen in de zin van aan te richten schade. Het zal duidelijk zijn dat met het toenemen van de functionaliteit en autorisaties de grootte van de schade stijgt. Het werken met een technisch toegangsysteem is dus handig en efficiënt, vooral als hiermee een receptioniste wordt uitgespaard, maar brengt ook risico’s met zich mee. Met techniek zijn deze risico’s redelijk af te dekken, maar dan nog dient men zich van die risico’s bewust te zijn, wil men in die techniek investeren. Buiten kantooruren is het risico van misbruik van pasjes het grootst. Zorg dan voor verificatie met biometrie aan de buitenschil. Zo zijn er meer effectieve maatregelen te bedenken. Maar de belangrijkste maatregel blijft het ontwikkelen van security awareness. Zonder dat is geen technologie in staat een organisatie effectief te beveiligen.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Veilig internetbankieren
Banken nemen het voorkomen en bestrijding van criminaliteit uiterst serieus. Ze moeten het geld van hun klanten immers goed beschermen. En dat geldt ook voor internetbankieren. Dankzij technische maatregelen van banken en de oplettendheid van consumenten is internetbankieren gelukkig erg veilig. Maar criminelen proberen natuurlijk door de veiligheidsbarrières heen te breken. Bijvoorbeeld door 'phishing' (in gewoon Nederlands: hengelen), een manier waarbij een klant van een bank wordt verleid zijn of haar toegangscodes af te geven aan criminelen.
In de media wordt regelmatig bericht over phishing aanvallen in binnen- maar met name ook in het buitenland. Gelukkig is het aantal geslaagde pogingen erg klein en is de omvang van fraude met internetbankieren beperkt. De Nederlandse Vereniging van Banken verzamelt hierover landelijke cijfers en zal deze in het najaar publiceren. Want de banken willen daar ook niet geheimzinnig over doen.
De publicatie van de fraudecijfers is namelijk onderdeel van het streven van de banken naar meer transparantie. Een voorbeeld hiervan vormen de cijfers over 'skimming'. Dat is het illegaal kopiëren van de magneetstrip van bankpassen, waarna met kopie-passen de rekening wordt leeggehaald. In april maakte de Nederlandse Vereniging van Banken bekend dat deze vorm van criminaliteit de banken vorig jaar een schadepost van 36 miljoen euro opleverde.
De NVB publiceert de cijfers dit najaar tegelijk met de start van een nieuwe campagne voor veilig internetbankieren. Deze volgt op de succesvolle campagne ‘drie keer kloppen’ waarin mensen werden gewezen op wat zij zelf kunnen doen om veilig via de computer hun bankzaken te regelen. Dat moet ook, want internetbankieren is een doorslaand succes. Naar schatting meer dan tien miljoen mensen in Nederland gebruiken de computer voor hun bankzaken, juist vanwege het gebruiksgemak: 24 uur per dag, zeven dagen in de week je bankzaken regelen!
Maar net zoals het logisch is dat je een goed slot op je voordeur hebt, hechten banken er wel aan dat ook klanten hun verantwoordelijkheid nemen en zorgvuldig omgaan met internetbankieren. Honderd procent veiligheid bestaat niet, maar elk fraudegeval is er één teveel. Want de mensen die het treft ondervinden hiervan veel ongemak en voelen zich natuurlijk bedrogen. Daarbij is het van groot belang om te weten dat banken gedupeerden die zelf ook hun verantwoordelijkheid nemen en zorgvuldig handelen, schadeloos stellen. Samen werken aan veiligheid en vertrouwen, daar gaat het om. Als banken én hun klanten samen de benodigde voorzorgsmaatregelen nemen, hebben criminelen het nakijken.
Mr. Gijs Boudewijn
Hoofd Betalingsverkeer, Nederlandse Vereniging van Banken
Opinie@beveiliging.nl
Slecht de kloof
Vraag de gemiddelde stafmedewerker om zijn organisatie te beschrijven en hij komt al snel met een ‘hark’ oftewel een organogram op de proppen. Functies en verantwoordelijkheden worden benoemd en de mooiste beleidstukken worden uit de bureaula gehaald. En zo wordt met een tevreden glimlach de organisatie beschreven. Het gedrag van de medewerkers in organisaties lijkt makkelijk te voorspellen en daarom ook makkelijk te sturen. Het blijft me daarom verbazen hoe vaak een weldoordacht plan ten aanzien van beveiligingsbewustzijn niet in de praktijk blijkt te werken. Te vaak is er een grote kloof tussen mooie plannen op papier en de praktijk die compleet anders is. Hoe komt het toch dat die plannen niet goed uitpakken?
Ik heb het idee dat er bij beveiligingsplannen te vaak wordt uitgegaan van een aanwezig verondersteld beveiligingsbewustzijn. Er wordt dan aan de beveiligingsbewustwording voorbijgegaan. Met andere woorden: het hoe en waarom van beveiligingsmaatregelen wordt vaak simpelweg aangenomen als parate kennis; als vanzelfsprekende, nuttige en noodzakelijke maatregelen waarmee iedereen het eens zal moeten zijn. Illustrerend hiervoor is dat er zelden een gesprek plaatsvindt over beveiligingsrisico’s, bedreigingen en het nut en de noodzaak van beveiligingsmaatregelen.
Een ander probleem is dat er vaak een te grove scheiding is tussen degene die de plannen bedenkt, degene die beslist én degene die het uiteindelijk moet uitvoeren. Deze scheiding beperkt de onderlinge interactie waardoor het gemakkelijk is de inbreng van elkaar te negeren. Er wordt dan niet van elkaar geleerd terwijl beveiliging juist iedereen in de organisatie aangaat en iedereen daar vanuit zijn eigen perspectief aan kan bijdragen.
Een andere oorzaak voor het verkeerd uitpakken van de beveiligingsplannen is dat beveiliging veelal vanuit handhaving wordt gemanaged. Het gewenste gedrag van de medewerkers wordt dan niet beloond. En dit terwijl het belonen van gewenst gedrag een grote invloed heeft op toekomstig gedrag en de vorming van gewoontes. Dat is een van de lessen die uit verandermanagement, pedagogiek en organisatiepsychologie getrokken kan worden en die goed toepasbaar is bij het ontwikkelen van beveiligingsbewustzijn. Want dat is precies waar het in beveiligingsbewustzijn over gaat: het beïnvloeden van het gedrag en de vorming van gewoontes. Ik vraag mijzelf dan ook af in hoeverre wij openstaan voor kennis uit andere disciplines. Ik ben ervan overtuigd dat er veel meer te leren valt.
Chris Karelse
Senior consultant Trainingen bij Hoffmann
Opinie@beveiliging.nl
Competenties
Kwaliteit en concurrentie blijven elkaar bijten in de particuliere beveiliging. Vooral waar het grote opdrachten van de overheid betreft en waarbij de keuze wordt bepaald door aanbesteding op basis van prijs. Er worden in het bestek meestal wel kwaliteitseisen gesteld, maar die zijn doorgaans gebaseerd op wat binnen de branche standaard is. Dat nodigt aanbiedende bedrijven niet uit iets extra’s in kwaliteit en mogelijkheden te investeren. Dit wordt door de verplichte periodieke aanbestedingsrondes sowieso niet aangemoedigd. Het is altijd een investering voor de korte termijn, want langer dan drie jaar duren grote opdrachten doorgaans niet. Zeker niet als het bedrijf extra investeringen in kwaliteit in het tarief verwerkt, terwijl concurrenten dat niet doen. Daar komt nog bij dat de opdracht meestal verkregen is doordat genoegen is genomen met uiterst krappe marges om maar de goedkoopste aanbieder te kunnen zijn. Die marges bieden natuurlijk geen financiële ruimte meer om ervaren mensen in te zetten of medewerkers extra opleidingen te geven.
Het plan om beveiligingsbedrijven via de CAO te verplichten personeel over te dragen of aan te nemen bij contractwisselingen, zal waarschijnlijk weinig soelaas bieden. Wie wil zijn medewerkers nog dure opleidingen laten volgen, als deze na de eerstvolgende aanbestedingsronde voor de concurrent gaan werken? Het is ook de vraag of een bedrijf gelukkig zal zijn als het na het binnenhalen van een opdracht met hoog gesalarieerd personeel wordt opgezadeld. Het wordt dan dus nog aantrekkelijker voor beveiligingsbedrijven om onervaren en minimaal geschoolde krachten op aanbestede opdrachten te zetten. Dat is wel iets voor tenderende partijen om rekening mee te houden als louter en alleen op basis van prijs wordt gegund.
Een nieuw idee is om beveiligingsmedewerkers te profileren. Opleidingen, ervaring en bijzondere vaardigheden worden dan zichtbaar gemaakt via een soort paspoort dat het functieprofiel weergeeft. Afhankelijk van de door de opdrachtgever gestelde eisen kan per functie de juiste persoon worden gevraagd. Het is dan nog wel aan de branche om de waarde van de competenties van beveiligers breed uit te dragen.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Regels
Het is al jaren geleden dat in Nederland een brand plaatsvond met tientallen doden. Geleidelijk zie je dan weer de aandacht voor het fenomeen op de achtergrond raken. Na Volendam en Schiphol-Oost stond het land op de achterste benen en moesten direct strenge maatregelen worden getroffen om herhaling te voorkomen. Maar die storm lijkt al weer overgewaaid. Jammer, want ieder jaar komen nog altijd bijna honderd mensen door brand om het leven en raken er een kleine duizend ernstig gewond. En bijna elke keer blijkt dat er geen slachtoffers zouden zijn geweest, als er minimale preventieve maatregelen waren getroffen zoals een rookmelder van een paar euro.
Er vinden wel campagnes plaats, maar erg doortastend is de overheid verder niet. In het verkeer wordt de ene na de andere veiligheidsmaatregel verplicht en vindt strenge handhaving plaats, maar een rookmelder in woningen verplichten is er niet bij. Voor nieuwbouw en renovatie worden sinds 2003 wel rookmelders voorgeschreven, maar dan is het weer de vraag hoe lang die betrouwbaar blijven zonder wettelijk verplicht onderhoudscontract. Ook verzekeraars laten zich niet horen, terwijl alleen al woningbranden in 2008 een directe schade van 112 miljoen euro hebben opgeleverd. Op de totale schade van bijna een miljard euro was dat in economisch opzicht misschien nog niet zo schokkend, maar doden en gewonden kosten de verzekeraars toch ook veel geld en ongeveer de helft van de dodelijke slachtoffers is het gevolg van woningbranden.
De industrie lobbyt al lange tijd voor betere en vooral strengere regels op het gebied van brandbeveiliging, maar heeft de schijn van commercieel belang tegen zich. Daarom wordt nu ook indirect gelobbyd, zoals via de Nederlandse Brandwonden Stichting en het Fonds Slachtofferhulp. Dat de overheid de regeldruk wil verminderen is natuurlijk mooi, maar mag dat ten koste gaan van honderd doden en duizend gewonden per jaar?
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Waardevolle ondersteuning
De intelligente camera maakt een enorme opmars door. En dat is goed nieuws, want de samenleving zit te springen om deze geavanceerde technologie. Dit blijkt onder andere uit de jongste cijfers van het CBS. Na jaren van daling nam het aantal slachtoffers van delicten in 2009 weer toe. Daarbij gaat het met name om vandalisme, bedreiging, inbraak en diefstal uit of van auto’s. Stuk voor stuk vormen van criminaliteit waarbij videobeelden waardevolle ondersteuning kunnen bieden bij het achterhalen en vervolgen van de daders. Die beelden moeten dan natuurlijk wel bruikbaar zijn. Ze moeten relevante informatie bevatten waarnaar niet uren gezocht hoeft te worden en de kwaliteit moet uitmuntend zijn, zodat onbetwistbare identificatie van verdachten mogelijk wordt. De modernste bewakingscamera’s voldoen aan die eisen en zijn in de regel nog behoorlijk betaalbaar ook. Ze verbeteren het beeld onder moeilijke lichtomstandigheden en zijn in staat geobserveerde beelden direct te analyseren. Observanten zien alleen nog beelden die menselijke beslissingen vereisen en dat is mooi. De aandacht verslapt minder snel en er kunnen met minder ogen veel meer camera’s worden beheerd. Maatschappelijk gezien is dit een belangrijke ontwikkeling.
De behoefte aan veiligheid is nog altijd groot, maar de kosten hiervoor staan zwaar onder druk. Beveiligers worden steeds duurder en de politie heeft het de afgelopen tien jaar zo goed gedaan, dat de regering daar wel 190 miljoen euro per jaar op meent te kunnen bezuinigen. Alleen met technologische innovatie is te voorkomen dat door deze ontwikkelingen de onveiligheid verder toeneemt. Op vakbeurzen als ISC West in de Verenigde Staten en IFSEC in Engeland is goed te zien hoe hard het gaat met die innovatie. Alleen slaagt de industrie er nog niet voldoende in dit naar buiten uit te dragen. Want nog altijd overheerst de opvatting dat bewakingscamera’s met hun wazige beelden niet bijdragen aan het terugdringen van de criminaliteit. Insiders weten wel beter, maar de technologie is juist bedoeld voor outsiders. Het publiek gelooft nog altijd in ‘meer blauw op straat’, maar gezien de bezuinigingsplannen zal ‘meer blauw achter de monitor’ realistischer worden!
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Hotels en veiligheid
Veiligheid in hotels is een belangrijk en veelzijdig begrip. Zo heeft de hotelier te maken met onder andere voedselveiligheid, brandveiligheid en waterveiligheid (legionellabeheersing). Je kunt dus wel stellen dat een hotelier ook een veiligheidsmanager is. De grotere hotels kunnen voor dit soort taken specialisten aanstellen, maar bij kleinere hotels ligt dit vooral op het bord van de hotelier zelf. In beide gevallen is echter sprake van forse investeringen, zowel in geld als in tijd. Daarbij moet je je vele zaken eigen maken die niet vanzelfsprekend zijn voor een hotelier. Een hotelier straalt gastvrijheid uit, dat zit in de genen. De deur staat altijd open en iedereen loopt gemakkelijk binnen.
De gast gaat er vanuit dat zijn veiligheid gewaarborgd is in het hotel en verwacht tegelijkertijd dat hij zijn kamer zonder al te veel controles kan bereiken. Uiteraard draagt de hotelier zorg voor een zorgeloos én veilig verblijf. De gast zal het nauwelijks merken dat er achter de schermen continu aan de veiligheid wordt gewerkt. Ervaringen uit Bali en Mumbai maken ons echter duidelijk dat je ondanks vergaande veiligheidsmaatregelen niet altijd alles kan voorkomen. Laagdrempeligheid heeft zo zijn keerzijde.
Vanuit de afdeling Beleid houden we ook een scherp oog op de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving. We constateren dat de overheid zich steeds meer terugtrekt uit het veiligheidsdomein en de verantwoordelijkheid neerlegt bij de ondernemers. Daardoor ontstaan voor ons soms lastige situaties met tegenstrijdige regelgeving; zo wil de politie dat wij gedetailleerde gegevens kunnen leveren over gasten die iets op hun kerfstok hebben terwijl het College Bescherming Persoonsgegevens ons juist verbiedt dit soort gegevens te verzamelen.
Als sector Hotels proberen wij onze leden ook te helpen met de veiligheid in hun bedrijf. Zo hebben we regelmatig trainingen op het gebied van overvalpreventie en omgaan met agressie. Een ander voorbeeld is het Protocol dat de sector heeft opgezet met een aantal ketens en de KLPD om mensenhandel tegen te gaan. Ook is de sector aangesloten bij het alerteringssysteem van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb). Samenwerken met professionele bedrijven op het gebied van veiligheid is van groot belang voor onze hotelsector. Alleen door die samenwerking kan de hotelier zijn veiligheidsmanagement op een verantwoorde wijze vormgeven en de gasten een zorgeloos verblijf bieden.
Frans Hazen
Voorzitter Sector Hotels, Koninklijke Horeca Nederland
Speerpunten
Op 14 april vindt weer de tweejaarlijkse SSA Conference plaats. Dé gelegenheid voor ons als beveiligingsbranche om ons professioneel naar de markt te presenteren. En die markt zijn niet alleen onze afnemers, maar ook de partijen met wie wij nauwe relaties hebben, zoals politie, justitie, brandweer en verzekeraars. De ontwikkelingen binnen onze branche komen in onze eigen beleving prima naar voren tijdens de tweejaarlijkse beurs Safety & Security Amsterdam, maar als wij onze positie richting de markt hoog willen houden is het een goede zaak dat er in de tussenliggende jaren een congres wordt georganiseerd.
Dit jaar wordt de SSA Conference gekoppeld aan de vakbeurs Building Holland. Dat is op zich wel goed, omdat je daarmee ook de interessante doelgroep van projectontwikkelaars en architecten bereikt. Aan de andere kant is het jammer dat we er als branche nog niet in geslaagd zijn om één groot congres neer te zetten, dat andere congressen overbodig maakt. De SSA Conference is ten slotte bij uitstek een gelegenheid om de speerpunten van de beveiligingswereld naar buiten te brengen.
Daarbij denk ik met name aan publiek-private samenwerking en technologische innovaties om onder andere nodeloos alarm verder terug te dringen. Het zou goed zijn als we die initiatieven als gezamenlijke branche eens helder onder de aandacht konden brengen. Ik praat dan over strategie, die tijdens een beurs niet of nauwelijks naar voren komt, maar wel essentieel is voor onze positie als branche. Wat speelt er in de maatschappij? En wat kunnen wij in dat kader als branche betekenen? De bedrijven zeggen dat zij het veiliger kunnen maken op safety- en security-gebied. Op een beurs komt dat echter onvoldoende uit de verf. Dus als wij dat waar wij mee bezig zijn stevig op de kaart willen zetten, is een congres daarvoor bij uitstek geschikt.
Marc Deelen
Voorzitter Taskforce SSA
Een fijnmazig netwerk van maatregelen
Dat musea creatieve instellingen zijn is u uiteraard bekend. Zij maken jaarlijks vele tentoonstellingen, waarbij zij er steeds weer in slagen een ander perspectief te bieden op de prachtige collecties. Musea hebben de interessante opdracht om het erfgoed dat zij beheren te tonen aan het grote publiek. Een opdracht met een tegenstelling in zich, die musea maakt tot wat zij zijn. Neem nu de vierhonderd jaar oude wandtapijten in het Zeeuws Museum. Deze prinsessen op de erwt hebben zo hun wensen ten aanzien van hun residentie. Zij willen graag in een stabiel klimaat verblijven en houden niet van licht en water. Zij willen ook beslist niet aangeraakt worden. Om het publiek van deze kleurrijke tapijten te laten genieten, is een fijnmazig netwerk van maatregelen nodig. Een uitgekiend lichtplan zorgt voor een minimum aan UV-straling en de klimaatinstallatie voor de juiste luchtvochtigheid. De tapijten hangen uiteraard in een goed beveiligd gebouw en de suppoosten weerhouden handwerkliefhebsters van het bekijken van de achterkant. Bij dergelijke unieke objecten is alleen een brandverzekering niet geruststellend genoeg. Daarom heeft het gebouw brandvertragende compartimenten en een gecertificeerde brandmeldinstallatie. Ook is van belang dat de 125 vierkante meter tapijten bij brand zo snel mogelijk uit het streng beveiligde gebouw kunnen worden gehaald. Een goede samenwerking van alle betrokkenen is een vereiste en juist die maakt dat integrale veiligheidszorg in de breedste zin van het woord in musea dagelijkse kost is. Musea worden hierdoor uitgedaagd beveiliging te zien als een complex van maatregelen en niet blind te varen op slechts één aspect. Door internationale samenwerking tussen musea worden steeds weer nieuwe oplossingen bedacht, waardoor musea kwaadwillenden een stap voor proberen te blijven. Met als uiteindelijk resultaat dat musea op verantwoorde wijze hun deuren kunnen openen en miljoenen liefhebbers kunnen laten genieten van al het moois dat zij beheren.
Claudia Urru
Hoofd bedrijfsvoering Zeeuws Museum
Steeds méér veiligheid?
U twijfelt vast niet aan mijn motivatie om veiligheid te scheppen. Vanuit mijn activiteiten bij de brandweer en in het Landelijk Netwerk voor Brandpreventie van de NVBR zal er eerder een beeld zijn dat het veiligheidsniveau niet snel goed genoeg is. Ik wil hier graag stellen dat ik de wijze waarop veiligheid wordt gerealiseerd veel belangrijker vind. Ik heb in mijn operationele functie ervaren dat communicatie en samenwerking essentieel zijn bij brand en rampenbestrijding. En ook dat er veel incidenten zijn ontstaan door het gebrek aan communicatie en samenwerking.
Als ik mijn ervaringen nu in deze tijd tegen het licht houd van de financiële crisis en de behoefte aan minder regels, dan constateer ik een omslag. Burgers en bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun veiligheid en de brandweer is minder bezig met vergunningen en regelgeving. Daarbij verschuift het accent van bestrijden naar voorkomen.
Als we landelijk de inspanningen analyseren met betrekking tot brandpreventie dan concludeer ik al snel dat technische en organisatorische maatregelen de overhand hebben ten opzichte van andere maatregelen die brand of ongevallen bij brand voorkomen. Ik pleit daarom voor meer samenwerking. Samenwerking vanuit de ervaring van gebruikers van bouwwerken en
veiligheidsdeskundigen. Zij moeten samen kijken naar de effectiviteit van maatregelen. Hiermee zal het inzicht en daarmee de zelfredzaamheid van organisaties en individuen vergroten.
Kennis over risco’s zal toenemen waardoor ook in de ontwerpfase risicobenadering en maatwerk voor een meer adequaat veiligheidsniveau kunnen zorgen. De brandweer wil deze ontwikkeling ondersteunen door het investeren in producten binnen het project ‘(brand)veilig leven’ en door te werken aan kennis voor Fire Safety Engineering en brandonderzoek. Brandweeradviseurs zullen straks minder achter het bureau zitten. Ik eindig deze column graag met de stelling: afspraken werken beter dan regels!
Jan Kuyvenhoven
Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg & Rampenbestrijding
Hulpmiddel, géén wondermiddel
Het doel van cameratoezicht in het publieke domein is de handhaving van de openbare orde. Daarbij kan worden gedacht aan toezicht, opsporing en observatie. De groeiende interesse van veel gemeenten en politieregio’s voor cameratoezicht in het publieke domein past in de roep om meer veiligheid in het publieke domein. Cameratoezicht wordt door het brede publiek geaccepteerd omdat men de verwachting heeft dat het effectief is en beantwoordt aan de groeiende behoefte die in de samenleving bestaat aan toezicht ter bevordering van de veiligheid.
Met deze groeiende behoefte rijst ook de vraag of het middel het doel heiligt. Door cameratoezicht wordt de effectiviteit van het handelen vergroot en daarmee geeft het ook meteen zijn beperking weer. Immers, waar vroeger werd volstaan tot surveillance door één agent met één paar ogen, heeft dezelfde agent door cameratoezicht nu vijftig paar ogen (in een meldkamer met vijftig camera’s). Het aantal constateringen of meldingen van overtredingen of strafbare handelingen wordt hiermee in grote getale verhoogd. Meer constateringen of meldingen heeft als logisch gevolg, meer mogelijke acties. De huidige bezetting binnen de politie en toezichthouders in het publieke domein is niet altijd voldoende toereikend om aan alle acties gevolg te geven.
Daarnaast is cameratoezicht een aanvullend instrument op de handhaving van de openbare orde, het heeft alleen effect binnen een groter pakket aan maatregelen, het dient een aanvulling te zijn op menselijk toezicht. Regie vanuit de politie op cameratoezicht blijft essentieel, ook al is deze taak uitbesteed aan een gemeente of toezichtorganisatie. Er moet te allen tijde beoordeeld worden of er sprake is van een overtreding of strafbare handeling door de politie. Het meer in beeld hebben, betekent niet automatisch dat alles opgelost kan worden, immers het indirect reconstrueren van zaken kost veel tijd en energie. Cameratoezicht is geen wondermiddel doch wel een geweldig hulpmiddel.
Thomas van den Berk
Directeur Veiligheidszorg Groningen
Opinie@beveiliging.nl
Onzinnig versus succes
Een zwembad wilde met vingerafdrukcontrole jongeren weren die meisjes lastigvallen. Prima doel, maar nu de uitwerking. Elke bezoeker/ster diende zijn of haar vingerafdruk te laten registreren in het computersysteem. Fout dus, want als je de vingerafdrukken kent van jongens die je wilt weren, kun je volstaan met controleren van de vingerafdruk van elke mannelijke bezoeker.
Komt iemands vingerafdruk voor op de (zwarte) lijst, dan kan hij rechtsomkeert maken. Vingerafdrukken van meisjes controleren is onzin, het opslaan van vingerafdrukken van jongens is niet nodig behalve dan de zwarte lijst. Het verhaal wordt nog gekker. Een dame van 82 werd de toegang ontzegd, omdat ze weigerde mee te werken aan vingerafdrukcontrole.
Uit dit voorbeeld blijkt hoe gemakkelijk biometrie verkeerd wordt ingezet. Daar windt het Nederlands Biometrie Forum (NBF) zich over op, omdat biometrie op den duur onmisbaar is. Onzinnige toepassing van deze technologie roept weerstand op bij het publiek en ondermijnt de maatschappelijke acceptatie.
Ander voorbeeld. Een Europees opererende autoverhuurder had last van veel niet of op de verkeerde plaats teruggebrachte huurauto’s. Biometrie leek een oplossing, maar het mocht niet veel kosten. Een creatieve medewerker bedacht een oplossing zonder dure elektronica: met gel de vingerafdruk op het papieren huurcontract met de garantie dat men bij terugbrengen van de auto het papier met de vingerafdrukken mee zou krijgen. De eerste vier maanden leverden honderd procent succes: geen gestolen of verkeerd teruggebrachte auto’s. Mooi dus. Toch blijven opletten! Enkele maanden later bleken overal in de administratie kopieën van huurcontracten met vingerafdrukken rond te slingeren! Daarom vraagt het NBF aandacht voor de biometrietoepassing als geheel, ook de administratie dus.
Beide voorbeelden onderstrepen het belang van voorlichting aan publiek en organisaties die biometrie willen gebruiken. We moeten zuinig zijn met onze biometrische kenmerken, want de meeste zitten onverbrekelijk aan je lijf vast. Het NBF geeft daarom op haar website (www.biometrieforum.nl) aan waar je op moet letten.
Prof.dr.mr. J.H.A.M. Grijpink
Voorzitter Nederlands Biometrie Forum
Opinie@beveiliging.nl
De beveiliger veilig of vogelvrij?
Toen ik werd gevraagd om een gastcolumn te schrijven voor het vaktijdschrift BEVEILIGING, hoefde ik over mijn antwoord niet lang na te denken. Natuurlijk wil ik dat doen, zeker omdat op dit moment de ‘beveiliger’ in de ruimste zin van het woord veel en vaak in het nieuws is.
Over welke beveiligers hebben zij het dan in de media en waarom is het op dit moment zo actueel? Komt dit door de toenemende agressie of door de aandacht die de uitoefenaar van deze beroepen krijgt door de media? Dat er ergens iets fout gaat is op dit moment wel duidelijk: de mensen die zich dagelijks bezighouden met veiligheid krijgen niet het respect en de waardering die zij verdienen. Regelmatig bereiken mij berichten over misstanden en bizarre voorvallen die zich voordoen in de dagelijkse praktijk. Vreselijk als een verkeersregelaar gewoon van de sokken wordt gereden, en dat de dader denkt vrijuit te gaan. Maar daar stopt het niet, ook ambulancebroeders, politieagenten, beveiligers, brandweermensen en buschauffeurs ondervinden dagelijks problemen van mensen die het ergens niet mee eens zijn. Heel bizar en zeker als je je bedenkt dat niet zo heel lang geleden al deze beroepen zeer gewaardeerd en gerespecteerd waren.
Wat is er toch gebeurd, wat is er in de mens gevaren? Heeft het te maken met de verandering van de maatschappij, de enorme druk die op mensen ligt, het ‘de wereld is van mij en de lucht is vrij’ principe? Ik weet het echt niet, maar het stemt mij zeker niet vrolijk en ik maak mij grote zorgen. Daarom vind ik dat wanneer iemand over gaat tot het beledigen, bespugen, slaan of wat dan ook van deze beroepsgroepen, dit direct aangepakt moet worden. En geen praatjes zoals ‘dit hoort nu eenmaal bij het risico van het vak’. Dat is de omgekeerde wereld en we zijn daarmee op de verkeerde weg. Aanpakken die figuren en straffen! Niet ongenuanceerd, maar wel doordacht. En zorgen dat de daders de consequenties goed voelen: een passende straf en/of boete, snel en overwogen. Voelbaar en merkbaar voor zowel dader als samenleving, dat vrijblijvende moet er van af!
Vertel als dader maar aan je directe omgeving zoals werkgever, club, buurt, school en dergelijke, dat je er even niet bent omdat je een straf moet uitzitten of een boete hebt te voldoen. Er moet een omslag komen van denken en doen, zodat we weer ‘normaal’ en respectvol met elkaar omgaan. Een ieder zou zijn of haar verantwoordelijkheden weer moeten nemen en het motto hanteren ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’.
Fred Teeven
Tweede Kamerlid VVD
Nieuwe visie op brandveiligheid van gebouwen
U staat vanuit uw professie dagelijks stil bij brandveiligheid. Maar hoeveel burgers en ondernemers weten hoe te handelen indien er brand uitbreekt? Kennen hun verantwoordelijkheden? Weten welke rol de overheid wel én niet speelt? Het kabinet heeft onlangs een nieuwe visie op brandveiligheid uitgebracht. Daarin worden op deze en soortgelijke vragen antwoorden gegeven.
Een belangrijk onderdeel in de nieuwe visie is de risicobenadering. Om de brandveiligheid van gebouwen verder te verbeteren, moeten architecten, bouwbedrijven, vergunningverleners, beheerders en gebruikers van gebouwen vooral naar de brandrisico’s kijken en daarop maatregelen nemen, in plaats van alleen naar wettelijke voorschriften. In het kader van de zelfredzaamheid dragen burgers en bedrijven ook zelf verantwoordelijkheid en moeten ook zij maatregelen nemen om zich tegen brand te beschermen. De voorlichtings-campagne ‘Denk Vooruit’ is hiervan een uiting. De overheid bepaalt de wetten en regels, ondersteunt en zorgt voor naleving van de regels zonder de verantwoordelijkheid van anderen over te nemen. Daarbij is het goed voor ogen te houden dat wij in een risicovolle maatschappij leven, waarin de overheid niet alles kan en geen garantie kan geven op honderd procent veiligheid.
De genoemde visie is een van de uitkomsten naar aanleiding van het Actieprogramma Brandveiligheid, dat is opgesteld na de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost in oktober 2005. De nadruk in het programma lag op gebouwen met bewoners en gebruikers die zichzelf niet goed kunnen redden, zoals in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, crèches, scholen en justitie- en politiecellen. Alle activiteiten hadden ten doel het bewustzijn over brandveiligheid te vergroten. Immers, het vergroten van het brandveiligheidsbewustzijn en niet meer regels brengt brandveiligheid dichterbij. Zo is er de site www.allesoverbrandveiligheid.nl waar alle regels en adviezen over brandveiligheid zijn te vinden. De site is bedoeld voor
iedereen die zich met een gebouw bezighoudt, van het ontwerp en de bouw van het gebouw tot en met het gebruik ervan. Dus van opdrachtgever, architect en bouwbedrijf tot eigenaar, beheerder, bewoner, gemeente, brandweer en verzekeraar. Ook is er een Kenniscentrum gekomen over het toepassen van brandveiligheidsvoorschriften en het brandveilig gebruiken van gebouwen. Ik nodig u van harte uit om de website te bezoeken en het kenniscentrum te benutten om er uw voordeel mee te doen!
Drs. H.W.M. Schoof
Directeur-generaal Veiligheid, ministerie van BZK
Camera’s zien veel, maar lang niet alles
Eind 1998 plaatste Ede als eerste gemeente in Nederland camera’s in de openbare ruimte: in het uitgaansgebied Museumplein. Tien jaar later plaatste Ede camera’s in een woonwijk: Veldhuizen A. Cameratoezicht werkt. Dat vonden we toen. Dat vinden we nog steeds. Veel gemeenten hebben het voorbeeld van Ede gevolgd. Cameratoezicht is niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving. Met het oog op de veiligheid van bewoners en bezoekers en als hulpmiddel bij toezicht en opsporing introduceerde Ede de camera’s eind 1998 in de binnenstad.
Het draagvlak voor cameratoezicht in Ede is groot. Inwoners, politie en horeca zijn overtuigd van het nut. Camera’s worden nauwelijks ervaren als inbreuk op privacy. Alle betrokkenen pleiten voor continuering. Cameratoezicht blijkt bovendien succesvol in de aanpak van geweld, overlast en vandalisme. Het veiligheidsgevoel is sinds de invoering verbeterd. Met camera’s zijn daders van geweld veel sneller op te sporen. Met camera’s kan bij dreigende calamiteiten de politie direct optreden.
En ondanks al deze inzet, is en blijft cameratoezicht één van de middelen in een sluitende aanpak. De camera ziet veel, maar niet alles. De menselijke maat is en blijft een vereiste in de zoektocht naar een veilige samenleving. Op het Museumplein in Ede is er intensief toezicht van surveillerende agenten. Er zijn afspraken tussen gemeente, politie en horeca. Er staan portiers aan de deur. Er rijdt een borrelbus. En de verlichting zorgt niet alleen voor sfeer, maar ook voor optimaal zicht.
Kort geleden deed Ede mee aan een actie van de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld op het Museumplein. De toen geplaatste stoeptegels met het lieveheersbeestje erop, blijven gewoon liggen. Om te laten zien hoe we met elkaar willen omgaan. We willen sfeer en gezelligheid op het Museumplein. Want dat ‘registreren’ de camera’s ook.
Cees van der Knaap
Burgemeester Ede
Efficiency
Nog even en dan staat de RAI weer drie dagen in het teken van Safety & Security Amsterdam. Het belangrijkste Nederlandse evenement op veiligheidsgebied zal net als twee jaar geleden duizenden belangstellenden naar de hoofdstad trekken die kennis komen nemen van wat de beveiligingsbranche tegenwoordig te bieden heeft. De beurs geeft wat dat betreft een goed beeld, want vrijwel alle toonaangevende leveranciers zijn van de partij. En omdat het met ‘meer van hetzelfde’ steeds moeilijker concurreren wordt, is tijdens SSA meer innovatie te zien dan ooit.
De economische crisis lijkt intussen een beetje voorbij te gaan aan de beveiligingsbranche. In 2008 maakte deze sector nog een groei door van 10,5 procent, wat tweeënhalf keer zoveel was als het jaar daarvoor. Het laatste kwartaal ging het echter al een stuk minder goed en de prognose voor dit en volgend jaar is dat er hard aan getrokken moet worden om een algehele
daling van de omzet tegen te gaan. Volgens de pas gepresenteerde Integrale Veiligheidsmonitor van het CBS neemt de criminaliteit intussen ook af, al is in 2008 nog altijd een kwart van de volwassen bevolking één of meerdere keren het slachtoffer geworden van de een of andere vorm van criminaliteit. Eenzelfde percentage zegt zich weleens onveilig te voelen.
De behoefte aan veiligheid en beveiliging zal dus niet afnemen. Het geld dat men er voor vrij kan maken wel. Daarom ligt bij veel innovatie de nadruk op efficiency. Hetzelfde of meer kunnen presteren voor minder geld. Er zijn ontwikkelingen gaande die dat mogelijk maken. Een goed voorbeeld is de intelligente camera die ervoor zorgt dat dure mensen alleen nog nodig zijn voor taken die met techniek niet te vervullen zijn. IP is een ander voorbeeld. Deze technologie maakt het centraal beheren van locaties makkelijk, biedt ongekende integratiemogelijkheden en levert ruim voldoende capaciteit voor videobewaking op afstand. Deze ontwikkeling en de ‘verglazing’ van Nederland zorgen ervoor dat de in de jaren zeventig afgeschafte sociale controle weer terug kan keren in de samenleving, wat de veiligheid zeker ten goede zal komen.
De nieuwste techniek is straks van 21 tot en met 23 april in de RAI te zien. In de gigantische beurseditie van BEVEILIGING geven wij alvast een voorproefje van de trends van dit moment en in de geïntegreerde Officiële Beurscatalogus leest u wat u op Safety & Security Amsterdam 2009 zoal verwachten kunt. Deze kennis zal u helpen beveiliging efficiënter te maken en te voorkomen dat de economische crisis straks ook een veiligheidscrisis wordt.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Multiservices
De ontzuiling in de facilitaire dienstverlening lijkt een feit. Natuurlijk blijven beveiliging, catering, schoonmaak en bijvoorbeeld het technisch onderhoud aparte specialismen, maar (grote) bedrijven en organisaties besluiten steeds vaker om deze facilitaire diensten samen uit te besteden en het liefst bij één partij onder te brengen. De drijfveren zijn duidelijk: een multiservicescontract ontzorgt, is efficiënt, zorgt voor flexibiliteit en levert synergievoordelen op.
Het is een overtuiging die Facilicom al meer dan veertig jaar uitdraagt. Sterker nog: het is het fundament waarop ons bedrijf ooit is gevestigd, iets dat nog tot uitdrukking komt in de naam, die immers staat voor ‘de facilitaire combinatie’. Zeker nu bedrijven en organisaties steeds verder gaan in uitbesteding door zelfs de regie uit handen te geven en de eigen rol terug te brengen tot demand management, zijn we in staat om te bewijzen dat ons concept wérkt.
De groei van het aantal totaalaanbieders - al is het dan vaak maar in samenwerkingsverbanden - is een bevestiging van de trend. Juist doordat er steeds meer van dergelijke aanbieders zijn, ontwikkelt de markt zich en kunnen de meeste grote marktpartijen een mooie groei noteren - bij Facilicom is de omzet in integrale contracten in 2008 met 50 procent toegenomen. De kredietcrisis zou deze beweging nog eens kunnen versterken, omdat bedrijven en organisaties er weer, of nog meer van doordrongen raken dat flexibiliteit een groot goed is.
Tegelijkertijd kunnen we stellen dat opdrachtgevers niet meer hoeven te vrezen afhankelijk te worden van één multiservices-aanbieder. De markt heeft zich nu zo goed ontwikkeld dat tenderen, benchmarken en overstappen zeer wel mogelijk is. Het lijkt er dan ook op dat de vraag naar multiservices en integrale dienstverlening zal beklijven. Niet omdat bedrijven en organisaties straks niet meer zonder kúnnen, maar omdat ze niet meer zonder wíllen.
Drs. J.A. Gennissen
President-directeur Facilicom, moederbedrijf van o.a. Trigion Beveiliging
Opinie@beveiliging.nl
Duidelijkheid voor klant en medewerker
Één van de grootste problemen waar de levensmiddelendetailhandel zich de laatste jaren mee bezighoudt, is de toenemende criminaliteit waarbij steeds meer geweld wordt gebruikt. Zelfs overvallen op winkels nemen de laatste maanden weer toe. De buit blijkt nog steeds de moeite waard. Waarom worden bijvoorbeeld kassa’s soms niet op tijd afgeroomd?
Wij moeten alles in het werk stellen om supermarkten en foodspeciaalzaken minder aantrekkelijk te maken voor criminelen. ‘Klein bedrag. PINnen mag!’ moet nog duidelijker gecommuniceerd worden naar de klant. Er moet nog meer gebruik worden gemaakt van alle bestaande instrumenten om onze medewerkers te trainen en voor te bereiden op calamiteiten (crimineel gedrag). Het aanhouden van winkeldieven is er daar één van. Er moet intensiever gebruik worden gemaakt van de informatie die te vinden is op de website van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (www.hbd.nl). Steeds weer worden we geconfronteerd met het feit dat spelregels niet in acht worden genomen. Achterdeur insluipingen komen nog steeds voor. Er is ook onvoldoende controle op inkomende goederen en onvoldoende controle op uitgaande statiegeldgoederen.
Maak goede afspraken over het gebruik van goederen door personeelsleden. De voorbeeldfunctie van de ondernemer of filiaalmanager wordt nog steeds onderschat. Het allerbelangrijkste is dat er zowel naar de medewerkers als naar de klanten duidelijkheid bestaat. In de kantine behoren teksten aanwezig te zijn die wijzen op spelregels. Hetzelfde geldt ook voor de winkelvloer. Datgene wat bij de ingang van de winkel gemeld wordt en waar de consument zich aan dient te houden, geeft je het recht om tegen op te treden wanneer men zich daar niet aan houdt. Duidelijkheid naar de medewerkers en naar de klant is van het grootste belang!
Herman van der Geest
Voorzitter Vakcentrum, brancheorganisatie voor de zelfstandige levensmiddelendetaillist
Opinie@beveiliging.nl
Als het kalf verdronken is…
Als het kalf verdronken is, vult men vaak de put met nieuwe regelgeving ingegeven door (politiek) sentiment en gericht op reductie van mediadruk! Neem de brand in de gevangenis op Schiphol. Daar werden, zoals gebruikelijk in onze hedendaagse politieke kringen, allerlei adhoc maatregelen en ideeën geopperd en afgekondigd, terwijl er bijna geen aandacht was voor de slachtoffers. Er werden Kamervragen gesteld, ministers naar huis gestuurd en natuurlijk heuse Haagse onderzoekcommissies ingesteld. Eén van die commissies wist na driftig studeren te melden dat naar alle waarschijnlijkheid een kleine 880 miljoen euro nodig is om alle Rijksgebouwen weer te laten voldoen aan de hedendaagse normen van brandveiligheid. Wat zegt u? Inderdaad, 880 miljoen.
Is het dan zo bizar slecht gesteld met de veiligheid in onze overheidsgebouwen? Is ‘ambtenaar zijn’ nu een risicoberoep geworden? Je zou het bijna gaan denken als je deze conclusies hoort. Maar een beetje normaal denkend mens weet wel beter. De uitkomsten van het onderzoek worden niettemin serieus besproken en er wordt onderzocht of de genoemde investeringen doorgang moeten vinden.
Nu denkt u wellicht: ’Waarom is die mijnheer van de Brandwondenstichting zo cynisch? Heeft ie het niet op de overheid? Hij zou toch blij moeten zijn met een investering in veiligheid?’ Nee, ik heb niets tegen de overheid, maar ik heb wel iets tegen politici die zich door de waan van de dag ‘laten regeren’. De politiek heeft een belangrijke taak in dit land, zeker ook ten aanzien van veiligheid. En de politiek moet beleid maken op basis van goed doordachte keuzes en goede informatie, niet op basis van sentiment of mediadruk!
In woningen vinden jaarlijks 6400 branden plaats. In gevangenissen ‘maar’ honderd. Dus zou je toch denken als ‘homo non politicus’: ‘Ga je geld investeren in veilige woningen in plaats van in Rijksgebouwen’. Bijvoorbeeld: Stel, je geeft alle mensen in Nederland die nog geen rookmelder in huis hebben, een gratis rookmelder. Dat kost: 2.400.000 woningen x 10 euro = 24.000.000 euro. Dat komt neer op ongeveer 3 procent van 850 miljoen. En weet je wat dan het leuke is? Alle overheidsdienaren hebben dan ook meteen een rookmelder! Hun veiligheid is dan ook meteen gegarandeerd. En wel op de plek en op het moment waar ze het meeste risico lopen: thuis, ’s nachts als ze in bed liggen. Want het is een gegeven dat de meeste slachtoffers van brand vooral ’s nachts en vooral thuis vallen, niet in (semi)-overheidsgebouwen. Op deze manier kunnen ze de kalveren waarschuwen voordat ze bij de put zijn. En hoeven we de put noch te dempen noch te vullen met door hypes ingegeven regelgeving.
Hein Zoete
Plaatsvervangend directeur Nederlandse Brandwondenstichting
Opinie@beveiliging.nl
Manager of Security
Gerespecteerde waarden binnen het beveiligingskrachtenveld in Nederland hebben iets nieuws bedacht: het gedeponeerde merk Manager of Security. Ik ben zeker een voorstander van het aanduiden van onderscheidend vermogen op eender welk vakgebied, maar in dit geval meen ik toch een bezwaar te moeten maken. De aanduiding MSec lijkt wel heel erg veel op de daadwerkelijke academische kwalificatie van MSc (Master of Science) waarvoor de houder van deze titel, met respect voor de door de HHS georganiseerde en inhoudelijk uitstekende opleidingen, toch nog wel een aanzienlijk grotere inspanning moet leveren.
Het ontbreken van een academische opleiding op het gebied van toegepast Security & Risk Management in Nederland draagt daarin nog bij aan de verwarring. Bovendien bestaat het gevaar dat het nieuw vastgelegde merk bij een leek de indruk kan wekken dat een goed security manager alleen kan bestaan indien hij of zij voldoet aan de -het zij gezegd- volstrekt arbitraire voorwaarden van een tegen vergoeding toe te voegen merknaam. Velen, waaronder ik, dragen met gepaste trots de kwalificatie RSE vanwege de geleverde inspanning en de toegevoegde waarde die daaraan mag worden toegekend. De merknaam Manager of Security is een gebrekkige compensatie voor het ontbreken van een geaccrediteerde titel op het vakgebied en voegt niets toe.
Paul Goossens MSc RSE
Opinie@beveiliging.nl
Surveillance in burger
Particuliere beveiliging is een onmisbare schakel in de veiligheidsketen. De beveiliging van kantoren, de bewaking van bedrijventerreinen en het toezicht in winkels en winkelcentra zijn bijna vanzelfsprekend het werkterrein van particuliere beveiligingsbedrijven. De daling van de criminaliteit in de laatste jaren is net zo goed een verdienste van de particuliere sector als van de overheid. De vele geüniformeerde mannen en vrouwen met een goed zichtbare V op hun revers dragen bij aan een afname van de criminaliteit en aan een toename van het gevoel van veiligheid. Dat laatste is ook belangrijk. Veiligheid is niet altijd meetbaar, het is ook een gevoel.
Soms geeft de goede zichtbaarheid van de beveiligers ook beperkingen. Om te kunnen bijdragen aan het voorkomen van winkeldiefstal kan het in sommige gevallen zinvol zijn om bewakers in burger te laten patrouilleren. Voor het dievengilde, van de gelegenheidsdief tot de professionele bende, wordt het moeilijker om toe te slaan.
De wet op de particuliere beveiligings- en recherchebureaus werpt een hoge drempel op voor optreden in burger. De criteria zijn streng: twee geüniformeerde bewakers op één ongeüniformeerde, en een bijzondere ontheffing van de lokale politie.
Het Platform Detailhandel Nederland pleitte onlangs voor uitbreiding van de mogelijkheden voor het patrouilleren in burger. Daar is veel voor te zeggen. Volstaan zou kunnen worden met een goed zichtbare attendering bij de ingang, en een op maat gesneden regeling voor opvolging door geüniformeerde beveiligers in geval van een calamiteit. Richting de politie zou een melding moeten kunnen volstaan. Op deze manier kunnen de werkzaamheden van particuliere beveiligers nog effectiever worden gemaakt. Zowel winkeliers als publiek hebben daar baat bij. De politiek moet dat niet tegenhouden, maar juist mogelijk maken.
Sybrand van Haersma Buma
Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Beveiliging en beschaving
Musea zien zichzelf wel eens als bakens in de beschaving. Musea beheren ons verleden, onze cultuur en daarmee onze identiteit. Toon me uw museum en ik vertel u wie u bent. Maar niet alleen met hun collectie tonen musea zich een instituut van beschaving. Ook in de wijze waarop musea zijn beveiligd is beschaving een belangrijke factor. Wat musea doen is beveiligingstechnisch redelijk onzinnig. In plaats van het veilig opbergen van ons erfgoed in depots, opdat het nageslacht het ongeschonden krijgt overgeleverd, tonen musea de meest kostbare en unieke dingen in hun zalen, waar het publiek vlak voor kan gaan staan en naar kan wijzen. Dat doen musea bewust, want zij weten dat niets zo goed is als oog in oog staan met het echte en het pure, zonder tussenkomst van glas, tralies of dranghek.
Het is een teken van pure beschaving dat dit mogelijk is zonder al te grote problemen. Het publiek is zich bewust dat in een museum bijzondere dingen te zien zijn, soms eeuwen oud. Men gedraagt zich respectvol en houdt instinctief de juiste afstand. Ga maar eens in het museum kijken naar de mensen in plaats van naar de spullen. Een prachtig gezicht.
Dit ontslaat musea er uiteraard niet van om de beveiliging goed op orde te hebben. Brand, diefstal en andere ellende staan altijd op de loer. Beveiliging is daarom een van de belangrijkste onderdelen van het museumbedrijf. Vanwege de bijzondere gebouwen en de bijzondere collecties is maatwerk hierbij uitgangspunt. Juist daarom vraagt dit veel tijd en aandacht van musea.
Terwijl ik dit schrijf brandt in Steyl het Schutterijmuseum af. Een treurig gezicht. Een discussie zal opsteken over hoe dit had kunnen worden voorkomen, waarbij iemand gaat roepen om strengere regels. Regels zijn gestold wantrouwen in de beschaving. In dit land hebben we meer problemen door het niet handhaven en naleven van de huidige regels, dan dat we een gebrek hebben aan nieuwe. Daar waar regels niet voldoende zijn, regeert gezond verstand en kennis van zaken. Iedereen die daar aan kan bijdragen, is meer dan welkom in de museumbranche.
Siebe Weide, directeur Nederlandse Museumvereniging
Maar zitten er niet, zoals aan elk verhaal, ook aan dit verhaal twee kanten? Is het niet zo dat de kwaliteit en het imago van de branche wordt bepaald door twee (hoofd)factoren, namelijk opdrachtgever en leverancier? Met andere woorden: zijn we inmiddels toe aan een ‘Keurmerk voor Opdrachtgevers’? Niet op basis van zelfregulering, maar op basis van regelgeving rondom de hoofden beveiliging en security managers van deze wereld. Als ik een electricien nodig heb, dan dient deze in het bezit te zijn van vele accreditaties op het gebied van inhoudelijke kennis, veiligheid et cetera. Terecht, want we willen veilige installaties. Maar het staat bedrijven nog steeds vrij om hun beveiligingsverantwoordelijke aan te stellen op basis van door henzelf bijeengezochte criteria. Beveiligingsverantwoordelijken die samen goed zijn voor vele miljoenen aan budget. Die beslissingen nemen die primair gericht zijn op de veiligheid van een groot deel van de Nederlandse samenleving. In het private, maar meer en meer ook in het publieke domein.
Juist daarom zou bij de overheid de wens aanwezig moeten zijn om ook vanuit haar rol invulling te geven aan deze kant van ons vakgebied en daarmee inzicht te verkrijgen in wie haar partners zijn in de hele veiligheidscyclus. Natuurlijk, ook ik realiseer me dat dit direct vragen oproept. Wanneer dient iemand te vallen onder de regelgeving? Moet de Facilitair Manager, verantwoordelijk voor de portier bij de ingang van zijn of haar onderneming ook de proeven van bekwaamheid doorstaan? Of kijken we naar de reikwijdte van de bevoegdheden? Budget misschien? Vragen die nader onderzoek behoeven, maar het begin mag wat mij betreft gemaakt worden.
Begrijpt u mij niet verkeerd, ik zit niet te wachten op extra regelgeving die het ons allen moeilijker gaan maken ons werk te gaan doen. Maar op Europees niveau gaan al stemmen op en als security manager laat ik me niet graag overvallen. Dus roep ik de Nederlandse overheid nu al op met de branche in gesprek te gaan over dit onderwerp. De toegevoegde waarde zal zich snel openbaren.
Willem van Egmond, Manager Corporate Security & Facilitaire Zaken bij T-Mobile en Securitymanager van het Jaar
Opinie@beveiliging.nl
Concurrerend
De beveiligingsbranche heeft zich de afgelopen jaren in sterke mate geprofessionaliseerd. De wet die bedoeld is om uitwassen en overlast van deze bedrijfstak tegen te gaan, mag dus wel wat worden versoepeld. En dat gebeurt! Een aantal regels is al geschrapt, omdat de extra administratieve lastendruk voor de bedrijven niet opwoog tegen het maatschappelijke nut. Zo is het nu niet meer verplicht om elk jaar de werkzaamheden aan de minister van Justitie te rapporteren. De komende periode gaat mogelijk nog veel meer veranderen.
Een commissie van politie- en justitieambtenaren onderzocht wat er zoal mankeert aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en wat de branche best zelf zou kunnen reguleren. De bevindingen wachten nu op instemming van het kabinet en worden dit najaar aan de Tweede Kamer voorgelegd. Als het parlement akkoord gaat, verdwijnen er aardig wat belemmerende en kostprijsverhogende regels voor de beveiligingsbranche. Dat klinkt positief, maar er zijn ook nadelen. Zo verliest een groot aantal investeringen in kwaliteit een deel van zijn waarde, omdat de wettelijke verplichting wegvalt. Vooral particuliere alarmcentrales zullen dat merken, omdat onder andere de Borg-certificering niet langer verplicht zal zijn. Maar ook de technische eisen voor geld- en waardetransport verdwijnen uit de wet. De kans is groot dat er snel nieuwe spelers zullen komen die dankzij het achterwege laten van voorheen verplichte beveiligingsmaatregelen goedkoper zijn dan de gevestigde bedrijven. Die zullen zich genoodzaakt voelen om eveneens meer risico te lopen om concurrerend te kunnen blijven. Of de veiligheid in Nederland daarmee gediend is, valt zeer te betwijfelen.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Het stoepje schoonvegen
Steeds vaker word ik bevraagd of cameratoezicht en afsluiting van (bedrijven)terreinen een goede oplossing is en hoe men dat moet implementeren. Daar kan ik in geen enkel geval een sluitend antwoord op geven zonder de wedervraag te stellen wat daadwerkelijk de reden is voor deze vraag met voorgestelde oplossing. Het antwoord blijft vaak verschuldigd. Iedere belanghebbende is gebaat bij een veilig bedrijventerrein of winkelgebied zonder dat men daar veel inspanningen voor wil (of kan) leveren. Het stoepje moet schoon zijn en de rest is bijzaak. Als de techniek een bijdrage kan leveren aan deze wens, is dat voor velen al een geruststelling om ongestoord door te gaan met hun werkzaamheden.
Ondanks al deze technische hulpmiddelen moet een belangrijke schakel in dit geheel niet uit het oog worden verloren: de probleemhouder. De probleemhouder op lokaal niveau is de ondernemer, maar ook de gemeente en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij het streven naar meer veiligheid binnen een bepaald gebied. In samenwerking met elkaar kunnen in eerste instantie de veiligheidsproblemen in kaart gebracht worden en kunnen op basis daarvan maatregelen opgepakt en geïmplementeerd worden. Aansluitend kunnen technische hulpmiddelen aanvullend werk verrichten, daar waar de factor mens tekort dreigt te schieten.
Om een terrein goed te beveiligen zijn derhalve in eerste instantie de parameters noodzakelijk die een rechtvaardiging geven voor de keuze én implementatie van maatregelen. Terugkomend op de vragensteller aan het begin, lijkt er een tendens te ontstaan dat een goede afsluiting van het terrein, aangevuld met cameratoezicht vanzelfsprekend resultaat oplevert. Maar als er achter deze maatregelen geen gedegen basis is voor rechtvaardiging van de gekozen oplossing ontstaat een schijnveiligheid. Bij gedeeld probleemhouderschap en een gedegen samenwerkingsbasis worden impulsieve oplossingen bij voorbaat voorkomen en worden de inspanningen effectief en efficiënt benut om veiligheidsproblemen op een terrein goed aan te pakken.
Rodney Haan, programmamanager Keurmerk Veilig Ondernemen
Opinie@beveiliging.nl
Nieuwe wereld
Alarm en video over IP. Het lijkt zo simpel. Een UTP-kabeltje in plaats van een traditionele verbinding. Technisch is het ook niet zo moeilijk. Zeker niet als het netwerk gescheiden is van het datanetwerk van het object. Organisatorisch is het een ander verhaal. Er zit een wereld van verschil tussen conventionele alarmtransmissie en alarmering op basis van IP. En de overstap is niet zo snel gemaakt. Behalve dat installerende bedrijven zich nieuwe, gecompliceerde kennis eigen moeten maken, dient ook op een ander niveau met de afnemer gecommuniceerd te worden. Zeker als het gaat om het benutten van de specifieke voordelen van IP, zoals die op het vlak van functionele systeemintegratie.
Als alternatief voor bestaande systemen is IP nauwelijks interessant, want of nu een UTP- of coax-netwerk aangelegd moet worden, maakt weinig uit. Er is pas economisch voordeel te behalen als een bestaand UTP-netwerk kan worden gebruikt, als via IP meerdere locaties in één systeem worden ondergebracht of wanneer meerdere beveiligingstechnieken kunnen worden geïntegreerd. Dat is allemaal niet zo simpel en de reden dat IP maar moeizaam van de grond komt in de beveiligingsindustrie. Fabrikanten breiden hun assortiment allemaal uit met op IP gebaseerde apparatuur, maar analoge spullen zullen voorlopig nog wel blijven overheersen op vakbeurzen en in catalogi. Daar zit de eerste jaren nog genoeg handel in.
Dat uiteindelijk alles IP wordt, is onvermijdelijk. De grootzakelijke markt stelt nu al eisen die alleen met IP zijn in te vullen en telecombedrijven hebben vergevorderde plannen om analoge transmissie binnen enkele jaren niet langer aan te bieden. IP-converters vormen een redelijk lapmiddel, maar wie nog tien jaar actief wil blijven in deze business, kan maar beter snel de stap naar de nieuwe wereld zetten.
Vincent Vreeken, hoofdredacteur BEVEILIGING
Opinie@beveiliging.nl
Surveillance society
Bij het College Bescherming Persoonsgegevens rinkelde onlangs de perstelefoon. Bewoners van een villawijk staan te trappelen om cameratoezicht in hun buurt in te voeren. Zo’n systeem is uitermate effectief tegen inbraken en vandalisme, zo weten de burgers: het industrieterrein elders in de stad weet sinds de installatie van een toegangspoort met camera de auto’s met Oekraïense nummerborden daadkrachtig te weren. Daarom willen de villabewoners nu op eigen kosten camera’s plaatsen op alle toegangswegen tot hun buurt. De gemeente, die eerder besloot om geen camera’s in het stadscentrum te plaatsen, vraagt zich alleen af: kan dat allemaal wel zomaar?
Vanuit de Wet Bescherming Persoonsgegevens gezien is het niet van belang wie de rekening betaalt. De gemeente dient, los van het begrijpelijke enthousiasme voor camerabewaking onder de inwoners, een eigen afweging te maken: is de maatregel noodzakelijk met het oog op het handhaven van de openbare orde?
Camera’s kunnen in de publieke ruimte worden toegepast onder verantwoordelijkheid van de burgemeester en onder operationele regie van de politie. Voor particulieren en bedrijven is cameratoezicht niet toegestaan zodra het verder gaat dan de eigen tuin, garage of stoep. Publiek-private samenwerking is mogelijk, maar alleen onder regie en verantwoordelijkheid van de gemeente. Cameratoezicht dient verder noodzakelijk te zijn. De gemeente moet zich in dit geval dus afvragen of het toezicht werkelijk nodig is voor de openbare orde in de villawijk én of dat doel niet met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
Het voorbeeld van de villawijk laat zien dat cameratoezicht het geobserveerde publiek nauwelijks meer doet fronsen. Ook andere trends die privacyvragen oproepen - identificatieplicht, preventief fouilleren, de OV-chipkaart, het biometrisch paspoort, burgerservicenummer - leiden niet tot demonstraties op het Binnenhof. Het hele arsenaal aan maatregelen brengt net als de voortdurende uitbreiding van camera’s op straat wel het risico met zich mee dat we onbedoeld en ongemerkt een surveillance society binnenwandelen. Onder het wakend oog van de camera, dat wel.
Jacob Kohnstamm, voorzitter CBP
Opinie@beveiliging.nl
Anti-masking gewenst!
Toen ik recent in korte tijd een hele serie winkels en kantoren bezocht, viel mij op dat nagenoeg ieder bedrijf was voorzien van een inbraaksignaleringssysteem, maar dat het gebruik van anti-masking detectie zeker beter kan. Nog zeer veel bedrijven maken gebruik van traditionele passief infra rood detectoren die in een oogwenk te maskeren zijn. Een sticker of wat haarlak is voldoende om de detector niet meer te laten ‘meekijken’. Terugkijkend op mijn verkenningen schat ik dat ik in zeker 20 procent van de bedrijven in staat was geweest om de maskering aan te brengen. De ondernemer verlaat na sluitingstijd zijn bedrijf in de veronderstelling dat hij wordt gewaarschuwd wanneer er onraad wordt gesignaleerd. Helaas voor hem gaat dat dankzij de maskering niet meer gebeuren.
Vaak komt zo’n kwetsbare situatie pas aan het licht na een inbraak. De ondernemer klaagt dat zijn inbraaksignalering niet functioneerde, waarna de installateur of politie vaststelt dat een of meerdere detectoren buiten werking zijn gesteld door deze dicht te maken. Om dit soort ellende tegen te gaan is het verstandig om in ruimten waar publiek zelfstandig kan komen over te gaan tot de vervanging van de bestaande passieve infra rood detectoren door anti-masking detectoren. Deze zijn uitgerust met een voorziening die direct of bij inschakeling van het systeem aangeeft dat de detector niet gereed is voor inschakelen. Hierdoor kan het systeem niet op de traditionele wijze worden ingeschakeld en zal de oorzaak van de blokkering dienen te worden opgezocht.
Voordeel is dat men tijdig wordt gewaarschuwd en niet pas na een geslaagde inbraak achter de maskering komt. Ga eens kritisch na in welke ruimten publiek zelfstandig kan komen en stel vast of daar anti-masking detectie is aangebracht. Is dat niet het geval, neem dan met uw installateur contact op en laat de detectoren vervangen.
Gerard Bongers RSE, Security Consultant
Opinie@beveiliging.nl

