Hoge Raad: niet in alle gevallen dna afnemen

De procureur-generaal van de Hoge Raad stelt een verandering voor in de praktijk om dna-materiaal af te nemen bij veroordeelden. Justitie neemt nu dna af van iedereen die veroordeeld is tot een gevangenisstraf van vier jaar of meer. De procureur-generaal vindt dat het dna-onderzoek alleen nog moet gebeuren bij ernstige gewelds- of zedenmisdrijven.

De procureur-generaal is het hoofd van het parket van de Hoge Raad, met als belangrijkste taak het geven van rechtsadviezen aan het hoogste rechtscollege in het land. Het op grote schaal afnemen van dna-materiaal is een aanbeveling van de commissie-Hoekstra. Die deed onderzoek naar het opsporingsonderzoek na de gewelddadige dood van voormalig minister Els Borst. Gebleken was dat tegen de regels in geen celmateriaal was afgenomen van de dader, Bart van U., bij eerdere veroordelingen. Als dat wel was gebeurd, zou dat de opsporing hebben vergemakkelijkt.

Naar aanleiding van het rapport-Hoekstra begon het OM met een inhaalactie door dna af te nemen van alle langer gestraften. Dat komt nu zo’n 25.000 keer per jaar voor. De procureur-generaal vindt dat de privacy in het geding komt als ook bij zaken als verduistering en valsheid in geschrifte dna wordt afgenomen.