In 2017 meer slachtoffers van moord en doodslag

In 2017 kwamen in Nederland 158 mensen om het leven door moord of doodslag, vijftig meer dan in 2016. Daarmee komt een einde aan de daling van het aantal slachtoffers van moord en doodslag van de laatste vijf jaren. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Het aantal mannelijke slachtoffers van moord en doodslag steeg van 76 in 2016 naar 112 in 2017 en het aantal vrouwelijke slachtoffers van 32 naar 46. In nagenoeg alle leeftijdscategorieën nam het aantal slachtoffers toe, maar procentueel het meest onder slachtoffers van tien tot twintig jaar oud. Van de 158 slachtoffers waren er 26 niet woonachtig in Nederland. In 2016 waren dat er nog veertien van de 108.

Van de 46 vrouwen die in 2017 om het leven werden gebracht, had de politie in negen op de tien gevallen een verdachte of dader in beeld. Bij 39 procent was de vermoedelijke dader de partner of ex-partner van het slachtoffer. In 7 procent van de gevallen was er geen connectie tussen de dader en het slachtoffer.

Bij drie kwart van de 112 mannen die in 2017 gedood werden, was een verdachte in beeld. In een op de vijf gevallen was de (vermoedelijke) dader een ‘collega’ uit het criminele milieu. Van 15 procent van de slachtoffers kon geen connectie met de dader worden gevonden.

Bij twaalf van de 29 mannelijke slachtoffers in 2017 waar geen dader in beeld was, kon wel worden afgeleid dat het ging om een afrekening in het criminele circuit. Als we deze optellen bij de 21 slachtoffers die vermoedelijk werden gedood door een andere crimineel, waren uiteindelijk 33 (29 procent) mannen slachtoffer in de criminele sfeer. In 2016 was dat 27 procent.

Het aantal slachtoffers van moord en doodslag in Amsterdam daalde van 24 in 2016 naar zestien in 2017. Het aantal slachtoffers in Rotterdam steeg van acht naar veertien. In de periode 2013–2017 vielen in de hoofdstad jaarlijks gemiddeld 2,3 slachtoffers van moord en doodslag per honderdduizend inwoners. In Rotterdam lag het aantal slachtoffers op 1,9 per honderdduizend inwoners. Dat is meer dan tweemaal zo hoog als het landelijk gemiddelde van 0,8.